Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

België is het laboratorium van de politicoloog

maandag 28 oktober 2019, 13:00, analyse van Interview van Ruben Sansom met Prof.Dr. Carl Devos

In 2010-2011 duurde het 541 dagen voordat er in België een nieuwe regering aantrad na de val van de regering Leterme-II. Op zaterdag 26 oktober werd bekendgemaakt dat de Waalse liberaal Sophie Wilmès de nieuwe interim-premier van België wordt. De regering die zij zal gaan leiden is als sinds december demissionair. De huidige formatieperiode duurt dus ook al bijna een jaar. Politicoloog Carl Devos licht toe waarom het werderom zo moeilijk blijkt om een regering te vormen en welke structurele problemen in de Belgische politiek hiermee worden blootgesteld.

Er zijn al meer dan driehonderd dagen verstreken sinds de val van de Belgische regering op 21 december 2018. Nog altijd is er geen zicht op een nieuwe federale regering. In mei konden Belgen hun stem uitbrengen op federaal, Europees en regionaal niveau. Sindsdien zijn er in België vijf verschillende regionale regeringen gevormd, maar op federaal niveau zijn er nog maar weinig stappen gezet.

Begin deze maand was de formatie van de Vlaamse regering rond. De liberaal-conservatieve en Vlaams-nationalistische Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA), dat verloor maar wel de grootste bleef, leidt een naar rechts leunende coalitie zonder het extreemrechtse Vlaams Belang: de grote winnaar in Vlaanderen. In Wallonië bleef de Parti Socialiste (PS) de grootste, maar waren het de Groenen (Ecolo) en de marxistische PVDA die overwinningen boekten. De PS en Ecolo vormen samen met de liberalen (MR) de nieuwe Waalse regering.

Vlaanderen stemde dus voornamelijk rechts, terwijl in Wallonië juist de linkse partijen het goed deden. Daarbij waren het vooral de extremere partijen (Vlaams Belang, Ecolo en de PVDA) die veel stemmen wonnen, verloren alle andere en bleven de N-VA en PS ondanks hun verliezen de grootsten. Stuk voor stuk zijn dit omstandigheden die de vorming van een federale coalitie bemoeilijken.

Op federaal niveau moeten belangrijke beslissingen genomen worden, onder andere over het royale begrotingstekort, de pensioenhervormingen en de energietransitie. Carl Devos, politicoloog aan de Universiteit van Gent, zet in dit interview uiteen waarom er dan toch zo weinig schot in de zaak lijkt te zitten. Hij noemt België 'het laboratorium van de politicoloog': 'Als dit ingewikkelde land niet zou bestaan, zouden we als politieke wetenschappers veel minder begrijpen van de problemen waar een democratisch land mee kan worstelen. Een alternatief voor België zou dan uitgevonden moeten worden.'

U zei in september dat men pas na afronding van het formatieproces in Vlaanderen zou doorpakken met het het vormen van een federale regering. De Vlaamse regering is inmiddels compleet. Wat staat de federale formatie nu nog in de weg?

Het blijft moeilijk voor de grootste partijen, de N-VA en de PS, om met elkaar in zee te gaan. Enerzijds heeft dit ermee te maken dat beide partijen stemmen verloren hebben aan partijen die verder in de richting van de uiteinden van het politieke spectrum staan. Als de N-VA en de PS een samenwerking aan zouden gaan, zouden ze compromissen moeten sluiten die hen juist richting het politieke centrum zouden drijven. Met het oog op toekomstige verkiezingen zouden ze er waarschijnlijk beter aan doen om zich als rechtser, respectievelijk linkser, te profileren.

De hoofdoorzaak op dit moment is echter dat Elio Di Rupo zich volledig gaat richten op het Waalse minister-presidentschap en stopt als voor voorzitter van de PS. Over zijn opvolger bestaat weinig twijfel: dat wordt Paul Magnette, de huidige burgemeester van Charleroi. Maar Magnette wil verkozen worden met een overtuigende marge, zodat hij niet als een zwakker leider dan Di Rupo zal worden beschouwd. Als de PS voor de stemming toenadering zoekt tot de N-VA, zal dit Magnette tegenstemmen bezorgen. Dat scenario wil hij koste was kost vermijden.

België kent een ontzettend ingewikkeld formatieproces, waarbij de formatie van één regering die van een andere regering in de weg kan staan doordat één partij op verschillende bestuursniveaus afspraken met andere partijen moet maken. Toch is het nu juist een interne partijkwestie die de formatie in de weg staat?

Precies. Daarnaast wil ik benadrukken dat er geen enkele wet is die stelt dat de formatie van de federale regering iets te maken heeft met de formaties van de regionale regeringen. Het zijn afzonderlijke verkiezingen, ook al worden ze op dezelfde dag gehouden. Het gebruik om te wachten met het de formatie van de federale regering todat de regionale regeringen zijn gevormd, kennen we pas sinds 2014. Formeel hoeft het helemaal niet zo.

Ook past de passieve houding van de PS wel in een groter plaatje. De dossiers die op federaal niveau liggen, omvatten bijzonder lastige kwesties. Niemand staat te springen om die op te pakken. Bovendien manen de negatieve rente en de verwachting dat de harde brexit misschien toch vermeden gaat worden ook niet tot haast. Dan is er nog de formatie van 2010, die een stuk langer duurde dan de huidige tot nu toe: 541 dagen. Die kennis draagt bij aan het gevoel dat er nog geen reden is tot paniek. Naast het feit dat de PS en de N-VA stemmen hebben verloren aan radicalere partijen, zijn er dus meerdere redenen aan te wijzen voor het ontbreken van een algemeen gevoel van urgentie.

Elk jaar ontvangt u voor uw openingscollege politicologie aan de Universiteit Gent één of meerdere politieke kopstukken. Gisteren was dat Jan Jambon (N-VA), kersvers Vlaams minister-president. Tijdens het college kwam onder andere de Vlaamse canon die de N-VA tot leven wil roepen aan bod. Naar aanleiding van de verkiezingswinst van Vlaams Belang lijken andere partijen zich niet alleen sterker als rechts, maar ook als Vlaams te willen profileren. Wat is de invloed van de verschillende collectieve identiteiten die België kent op het formatieproces?

De Vlaamse formatie heeft lang geduurd omdat de mogelijkheid van een coalitie met Vlaams Belang lang open werd gehouden. Toen eenmaal besloten was om zonder Vlaams Belang te werk te gaan, duurde de formatie niet langer dan normaal. Vlaams Belang heeft wel zijn stempel op het regeerakkoord weten te drukken. Er is geen enkele maatregel uit het partijprogramma overgenomen, maar het valt wel op dat het regeerakkoord gebaseerd is op juist die standpunten van de regeringspartijen die richting het programma van Vlaams Belang neigen. Op die manier is het akkoord wel degelijk rechtser en Vlaams-nationalistischer geworden.

De meesten Belgen kennen een lasagne-identiteit. Een sterk gevoel een Vlaming te zijn, sluit niet uit dat iemand zich ook Belg kan voelen, net zo min als het een Europese identiteit uitsluit. Er bestaat echter geen Belgische literatuur, radio of TV, net zo min als er een Belgische taal bestaat. Ook is er geen Belgisch nationalisme van belang en zijn er geen Belgische politieke partijen. Dat de PS in Wallonië nog altijd de grootste partij is, heeft alles met de Waalse geschiedenis en identiteit te maken. Vergelijkbare socialistische partijen doen het elders in West-Europa bijna overal slecht. Kijk naar de Nederlandse PvdA, Labour of de SPD. Wallonië heeft echter zo'n sterk industriële geschiedenis, dat veel Walen zich nog steeds met PS identificeren. Het socialistische en het Waalse van de PS kunnen eigenlijk niet als twee afzonderlijke aspecten worden gezien: politieke voorkeur en identiteit zijn met elkaar verweven.

Als het zo moeilijk is om de impasse te doorbreken, moet er dan niet iets structureel veranderen aan het Belgische politieke systeem?

Absoluut. Als er één ding is waar de Belgen het wel over eens zijn, dan is het wel dat het huidige politieke systeem op federaal niveau op de schop moet. Regeringen vormen wordt steeds moeilijker: het land lijkt wel onbestuurbaar. Daarnaast besluit de ene na de andere politicus om bij de federale regering te vertrekken. Kijk bijvoorbeeld naar Charles Michel. De Belgische politiek is een zinkend schip. Helaas is het ook onmogelijk gebleken overeenstemming te bereiken over welke veranderingen dan door te voeren. Het grootste probleem is dat Vlaanderen en Wallonië beide een veto kunnen uitspreken over de voorstellen voor hervormingen. De verschillen die de huidige situatie onhoudbaar maken, staan dus ook elke structurele verandering in de weg.

Zijn er wel concrete voorstellen gedaan?

De N-VA wil zo veel mogelijk bevoegdheden van het federale niveau naar regionale niveaus verplaatsen. Het takenpakket van de federale regering zou dan heel beperkt worden en niet veel meer dan defensie en enkele economische bevoegdheden omvatten. Daarnaast betoogt een kleine minderheid van de Vlamingen om de Belgische staat in zijn geheel op te heffen. Het merendeel van de Belgen, ook in Vlaanderen, ziet hier echter niets in, maar draagt ook weinig andere concrete oplossingen voor. Het enige echte voorstel dat op tafel ligt wordt dus maar door zo'n 20% van de Vlamingen gesteund.

Waarom wil de rest van de bevolking België dan wel behouden? We hebben nog weinig positieve kanten van het land besproken.

De opvattingen van Vlamingen en Walen zijn niet fundamenteel verschillend. De verschillen die er wel zijn worden uitvergroot door de verschillende kleuren van de politieke landschappen. De verkiezingsuitslagen in Vlaanderen en Wallonië verschillen niet zo zeer van elkaar omdat de Vlamingen en Walen hele andere belangen hebben, maar doordat hun vragen op een hele andere manier beantwoord worden door de regionale partijen.

Ook komt er een stukje verlatingsangst bij kijken. België is een lelijk en ingewikkeld land, maar het is wel ons land. Voor een land dat nog relatief jong is, kent België een veelzijdige geschiedenis. Het heeft al heel wat doorstaan. Dat verbindt mensen, net zoals de Rode Duivels hen verbinden. België is een lelijk thuis, maar het is wel thuis.

U noemt België een politiek laboratorium. Welke lessen kunnen we trekken uit het experiment tot nu toe?

Dat men moet blijven proberen, ook als een doorbraak onmogelijk lijkt. In 2010 duurde het enorm lang voordat er een regering gevormd werd. Ook bij de brexit was het lang wachten op een deal. Elke mogelijke uitweg moet geprobeerd worden, totdat er uiteindelijk één leidt tot een oplossing. Misschien bieden nieuwe verkiezingen een uitkomst. Zelf geloof ik dat niet, maar wellicht is het wegstrepen van die optie nodig om door te pakken met andere oplossingen, waarvan er wel één succesvol kan zijn. Het lijkt er nu op dat er na maanden onderhandelen toch een brexitdeal kan worden aangenomen. Hopelijk kan België daar inspiratie uit putten.

Carl Devos is hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Gent.