SP, partij in de marge

maandag 30 maart 2026, 13:00, Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman

Hoe gaat het met de Nederlandse politieke partijen? Bij de start van het kabinet onder aanvoering van Rob Jetten gaan Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman stap voor stap de partijen langs. Als eerste komt de SP aan bod, kleine oppositiepartij op links, een partij die in de marge is geraakt.

De SP, sinds jaar en dag een kleine oppositiepartij op links, is een partij in de marge geworden. Enkele keren heeft het er naar uit gezien dat de partij zou uitgroeien tot een bepalende politieke factor, maar door een combinatie van structurele en conjuncturele omstandigheden is ze niet geworden wat er verwacht werd. Al meer dan vijftien jaar krimpt de SP per Tweede Kamerverkiezing steeds verder, een trend die zich onlangs bij de gemeenteraadsverkiezingen doorzette. Omdat ze zich ook inhoudelijk isoleert, ligt voor de partij zelfs met een minderheidskabinet geen grote rol in het verschiet.

Na ruim dertig jaar is de SP – voluit: Socialistische Partij – terug bij af. In 1994 kwam de partij voor het eerst in de Tweede Kamer: met twee zetels. Bij de Kamerverkiezingen van 2025 waren het er drie. Tussen die twee verkiezingsjaren is een lijn met ups en downs te tekenen. Het hoogtepunt was 2006, toen de SP 25 zetels in de Tweede Kamer veroverde. Vanaf 2010 ging het stap voor stap bergafwaarts: van 15 zetels (in 2012) via 9 zetels (2021) en 5 zetels (2023) tot 3 zetels (2025).

Zo’n lijn laat maar een deel van de geschiedenis zien. Het verhult dat de SP in 2012 op weg leek de grootste partij te worden: er werden zelfs bijna veertig Kamerzetels gepeild. Maar SP-lijstaanvoerder Emiel Roemer, gedoodverfde winnaar, legde het af tegen een door de wol geverfde premier Mark Rutte (VVD) en een geharnast campagnevoerder Diederik Samson (PvdA). Het werden uiteindelijk 15 zetels, waarvan in 2017 nog eentje af ging – ondanks het enorme verlies van de PvdA, de grote concurrent op links, die toen bijna dertig zetels terugging. Van die implosie wist de partij niet te profiteren.

Na de serie nederlagen moet de SP in een existentiële crisis zijn geraakt – zou je zeggen. De gemeenteraadsverkiezingen leverden een nieuwe klap op: in totaal 65 zetels minder, een verlies van bijna 40 procent. In een bolwerk als Oss werd de partij gehalveerd. Je zou verwachten dat de partij bij zichzelf te rade gaat. Maar aan de oppervlakte is er niet veel van te merken.

De neergang van de SP is onderdeel van een bredere trend: de verschuiving van sociaal-economische kwesties naar sociaal-culturele tegenstellingen, een probleem voor links in de breedte. Het politieke speelveld is, zeker na de oorlog, ook in Nederland lang bepaald door brood-en-boterthema’s – uiteenlopend van de opbouw van de verzorgingsstaat tot verkleining van inkomensverschillen. Een partij als de PvdA is er onder Drees en Den Uyl groot mee geworden. Na de eeuwwisseling, zeker na 9/11, zijn sociaal-culturele thema’s steeds meer de toon gaan bepalen. Hoe om te gaan met de islam? Moet immigratie niet worden beperkt? Verfletst de nationale identiteit door Europese integratie? Links heeft moeite een antwoord op dat soort vragen te formuleren. Dat geldt in het bijzonder voor de SP, een partij voor wie – klassiek-links als ze steeds is geweest – sociaal-economische scheidslijnen bepalend zijn. Je kunt zelfs zeggen dat ze er bij wijze van spreken voor is opgericht.

Bij de SP komen electorale tegenslagen extra hard aan, harder dan bij andere partijen – ook op links. De partij, beter: de partijorganisatie, moet het hebben van een ruime afdrachtenregeling. Vertegenwoordigers, zowel landelijk als provinciaal en plaatselijk, zijn verplicht een flink deel van hun vergoeding af te dragen aan de centrale partijkas. Dat geld stelt de partij in staat om sociaal actief te zijn, het is de financiële basis van de SP-als-actiepartij. Als die geldstroom slinkt, kan de partij steeds minder dan waarvoor ze is opgericht: maatschappelijk een vuist maken. Het verlies bij de gemeenteraadsverkiezingen is dan ook financieel een substantiële aderlating.

De SP heeft een scherp ideologisch profiel: aan de linkerkant van links. Dat is vanaf de oprichting (1972), voortkomend uit de maoïstische splintergroeperingen, altijd zo geweest – een partij die, ook buitenparlementair, vooropliep in de klassenstrijd. Maar de strategie is in de loop der jaren een paar keer ingrijpend gewijzigd. In het begin was de SP (aanvankelijk ‘Socialistiese Partij’ geheten) een typische populistische tegenpartij: ‘Stem Tegen’. Zo kwam ze in 1994 de Tweede Kamer binnen. Na de eeuwwisseling (2002) werd de koers verlegd: de partij wilde gaan meebesturen (‘Stem Voor’). In verschillende gemeenten en ook provincies ging ze daadwerkelijk meedoen, landelijk lukte dat niet. Na de grote verkiezingsoverwinning onder leiding van Jan Marijnissen in 2006 gingen CDA en PvdA liever met de (kleinere) ChristenUnie in zee. Nadat ook Emiel Roemer en (dochter) Lilian Marijnissen er niet in slaagden nationaal door te breken, is de SP (van de weeromstuit?) onder Jimmy Dijk, sinds 2023 politiek leider, radicaler geworden, in ieder geval retorisch.

De SP heeft onder Dijks leiding marxisme light-trekken gekregen. Zij is zeker niet weer een dogmatische socialistisch-communistische partij geworden die pleit voor de dictatuur van het proletariaat of de socialisatie van productiemiddelen zoals in de jaren zeventig en tachtig. Maar de marxistische gedachte van de klassenstrijd is door Dijk en de SP weer nadrukkelijk omarmd. Neem alleen al de veelbetekenende term ‘werkende klasse’, in het verkiezingsprogramma van 2025 twintig keer genoemd. In de jaren ervoor, zelfs in 1977, kwam het slechts spaarzaam voor. Ook verscheen vorig jaar het rapport Klassenstrijd 2025 van het wetenschappelijk bureau van de SP, waarin wordt onderzocht ‘hoe de werkende klasse en de bezittende klasse zich tegenover elkaar verhouden’ en waarin Marx en Engels worden aangehaald.

In het huidige verkiezingsprogramma is die radicalisering goed af te lezen.1) Al langer, maar wel tegen de algemene politieke trend in, pleit de SP voor verlaging van de AOW-leeftijd naar 65 jaar, verhoging van het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen, en afschaffing van het eigen risico in de gezondheidszorg. Nieuw is dat nu precies is aangegeven hoe de ‘allerrijksten’ het moeten betalen: miljonairs betalen een belasting van 5 procent op hun vermogen boven de 5 miljoen euro en boven de 50 miljoen zijn ze alles kwijt – een vermogensplafond als een vorm van onteigening. Helemaal onomstreden is die koerswijziging niet. Onder druk van de leden moest het partijbestuur in 2024 de titel van het Europese verkiezingsprogramma ‘Voor de werkende klasse’ veranderen in ‘Mensen voorop, niet het kapitaal’. Kennelijk loopt niet iedereen warm voor die radicalisering.

In de Tweede Kamer kiest Jimmy Dijk voor een offensieve stijl.2) Hij geldt er als de straatvechter op links, die hamert op sociaal-economische achterstelling en misstanden. Als het gaat om bezuinigingen op de zorg of meer in het algemeen het neoliberale marktdenken, staat hij aan de interruptiemicrofoon. Dat de SP geen aansluiting vindt bij de tijdgeest – sociaal-culturele onderwerpen als migratie en identiteit – neemt Dijk grotendeels op de koop toe. Grotendeels: als het op immigratie aankomt, verandert geleidelijk de toon. Met name arbeidsmigratie – de toestroom van goedkope arbeidskrachten uit Oost-Europa en verder – wordt vanuit SP-hoek onder vuur genomen (‘moderne slavernij’), ook omdat het de positie van de Nederlandse ‘werkende klasse’ verzwakt. Zo verbindt de partij een sociaal-culturele issue met sociaal-economische tegenstellingen.

Per saldo staat de (verkleinde) SP onder Dijk te ver af van de politieke hoofdstroom in en buiten de Tweede Kamer om veel invloed uit te oefenen, ook al wilde zijn partij graag meeregeren. Ook binnen de oppositie, inclusief GroenLinks-PvdA, staat de partij geïsoleerd, mede omdat ze tegen de 5 procentnorm van de NAVO is. Het is alles bij elkaar net te extreem, te radicaal. Natuurlijk kan het minderheidskabinet, op zoek naar voldoende steun, ook een keer op de uiterste linkerflank terechtkomen. Maar dat zal waarschijnlijk pas in uiterste noodzaak gebeuren. De SP is een partij in de marge geworden.

Zie verder over de SP:

https://www.rug.nl/research/dnpp/politieke-partijen/sp/https://www.parlement.com/partij/sp-socialistische-partij

Jan Schinkelshoek, oud-lid van de Tweede Kamer (CDA), was hoofdredacteur van de Haagsche Courant en campagneleider van Ruud Lubbers in de jaren ’80. Gerrit Voerman, emeritus hoogleraar Nederlandse politiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, was directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Samen zijn zij een tour langs alle politieke partijen begonnen. Maandelijks doen ze verslag in De Hofvijver.

Deze bijdrage stond in