Kabinet-Jetten: Gooi mensenrechten niet overboord om migratie te beperken

dinsdag 28 april 2026, 13:00, Lize Glas, Jasper Krommendijk en Annick Pijnenburg

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt ons al meer dan 70 jaar tegen bijvoorbeeld foltering en discriminatie en beschermt onder andere het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Toch dreigen deze mensenrechten op een Europese top op 15 mei 2026 ten onrechte deels overboord gegooid te worden. Hieraan liggen twee motieven ten grondslag.

Allereerst zou het EVRM, zoals Tweede Kamerlid Boomsma (JA21) eind maart bij Nieuwsuur zei, ‘steeds verderstrekkend geïnterpreteerd’ worden ‘op een manier die nooit door politici zo bedoeld is’ dan toen zij het verdrag opstelden in 1950. Boomsma wees ter illustratie op de klimaatrechtspraak van het Europese Mensenrechtenhof die Zwitserland zou verplichten om miljarden aan klimaat uit te geven. In een motie uit juni 2025 wees onder anderen Boomsma ook met de vinger naar de migratierechtspraak van hetzelfde Hof dat “de ruimte voor het asielbeleid in verregaande mate” zou beperken.

Het EVRM interpreteren zoals in 1950 de bedoeling was, is duidelijk onwenselijk. De opstellers van het verdrag hadden ideeën die de meesten van ons als gedateerd of zelfs racistisch zouden zien. Zo verklaarde Nederland het verdrag niet van toepassing op Nieuw-Guinea omdat de bevolking onvoldoende ontwikkeld zou zijn en hadden de opstellers van het verdrag niet direct vrouwen voor ogen wanneer zij dachten aan mensenrechten. Bovendien voorzagen de opstellers niet in welke context het EVRM nu moet worden toegepast. Zo is het recht op privéleven van toepassing op ‘correspondentie’: brieven in de context van de jaren 50. Als het Mensenrechtenhof dit recht niet van toepassing had verklaard op mails en appjes, zou dit recht nu irrelevant zijn.

Het tweede motief dat wordt aangevoerd om mensenrechten terzijde te plaatsen, is dat mensenrechten de democratie zouden ondermijnen aangezien de rechter met bijvoorbeeld het EVRM in de hand op de stoel van de politiek gaat zitten. Deze tegenstelling tussen democratie en mensenrechten is vals, zoals Van Eijken onlangs ook in de Volkskrant betoogde. Democratie en mensenrechten gaan juist hand in hand. Zonder mensenrechten geldt enkel het recht van de meerderheid en zijn belangrijke voorwaarden voor een democratie niet gewaarborgd, zoals de vrijheid van meningsuiting en het stemrecht.

De stellingname van Boomsma staat niet op zichzelf. Onder leiding van Italië en Denemarken is de aanval op het Hof geopend. Deze aanval ving aan met een open brief van negen landen uit mei 2025. Dankzij verzet van NSC tekende Nederland die brief niet. Na de dubbele val van het kabinet voegde het vorige kabinet zich wel bij een groep van inmiddels 27 landen die het Hof ertoe aanzetten om de rechten van migranten te beperken door het folterverbod (artikel 3 EVRM) en het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM) te ‘herinterpreteren’. Op 15 mei 2026 hoopt men met alle 46 lidstaten van de Raad van Europa – de internationale organisatie waartoe het Hof behoort – een politieke verklaring met die strekking aan te nemen.

Wij hopen dat het kabinet-Jetten in de onderhandelingen over die verklaring een genuanceerde(re) positie inneemt zonder mee te gaan in de valse tegenstelling tussen democratie en mensenrechten of terug te willen naar de jaren 50. Het kabinet moet zich inzetten voor respect voor de onafhankelijkheid van het Hof. Terwijl politici rechters verwijten dat ze op hun stoel gaan zitten, dreigen ze nu zelf op de stoel van de rechter te gaan zitten.

Ook moet het kabinet zich baseren op een correcte weergave van de rechtspraak van het Hof. Juist omdat er reële zorgen zijn bij burgers over asiel en migratie, moeten politici deze niet onnodig versterken met een verkeerde voorstelling van zaken. Uit voorbereidend werk van het Steering Committee for Human Rights van de Raad van Europa (CDDH) en recent onderzoek blijkt dat het Hof in zijn migratierechtspraak juist terughoudend is. Ngo’s en academici bekritiseren het Hof zelfs omdat het migranten onvoldoende zou beschermen. Bovendien bepaalt het Hof niet ons asielbeleid. De EU-landen hebben in de afgelopen 25 jaar op vrijwillige basis de door het Hof bepaalde ondergrens verder uitgebreid en in democratisch tot stand gekomen EU-wetgeving opgenomen. Het recht op asiel en bescherming bij uitzetting zijn zelfs neergelegd in het Handvest van de Grondrechten van de EU dat dezelfde juridische status heeft als de EU-Verdragen zelf.

Ten slotte moeten Europa en Nederland vooral niet het kind met het badwater weggooien, zeker omdat het EVRM ons in 75 jaar veel heeft gebracht. Het Verdrag garandeert bijvoorbeeld de aanwezigheid van een advocaat bij politieverhoor, beschermt ons tegen geluidsoverlast, verbiedt privacyschendende fraudesystemen en maakt het mogelijk Rusland verantwoordelijk te houden voor het neerhalen van MH-17. Minder bescherming voor een bepaalde groep gaat in tegen de essentie van mensenrechten, die voor alle mensen gelden. Als nu over de rug van migranten de deur wordt opengezet naar minder mensenrechtenbescherming, is de vraag welke groep volgt. Vrouwen? Lhbti+-personen? Religieuze minderheden? Het gevaar dat daarin schuilt verwoordde Martin Niemöller treffend:

Toen de nazi's de communisten arresteerden, heb ik gezwegen;

ik was immers geen communist.

Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen;

ik was immers geen sociaaldemocraat.

Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd;

ik was immers geen vakbondslid.

Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd;

ik was immers geen Jood.

Toen ze mij kwamen halen

was er niemand meer, die nog protesteren kon.

Het coalitieakkoord stelt onomwonden: “We blijven pal staan voor onze Westerse vrije waarden en komen op voor mensenrechten.” Wij hopen dat het kabinet de daad bij het woord voegt en het EVRM en het Hof uit de vuurlinie haalt.

Lize R. Glas, universitair hoofddocent internationaal en Europees recht

Jasper Krommendijk, hoogleraar rechten van de mens

Annick Pijnenburg, universitair docent internationaal en Europees recht

Allen verbonden aan de Radboud Universiteit

Deze bijdrage stond in