Overslaan en naar de inhoud gaan

Kiesrecht in de landen van de Europese Unie

, column van Koen Blankenstijn was (in 2016) junior onderzoeker bij het Parlementair Documentatie Centrum (PDC) te Den Haag

Afgelopen 15 maart kon elke Nederlander van 18 jaar of ouder, ongeacht geslacht of afkomst, wederom naar de stembus voor de Tweede Kamerverkiezingen. Uit het hoge opkomstpercentage (81.9%) blijkt dat de afgelopen verkiezingen een democratisch succes waren.

Het algemeen kiesrecht is voor ons zo vanzelfsprekend dat het goed is om te realiseren dat ons land dit recht pas ongeveer honderd jaar kent. Bij de verkiezingen van 1918 werd het meerderheidsstelsel vervangen voor evenredige vertegenwoordiging en in 1922 waren de eerste verkiezingen met algemeen kiesrecht in Nederland. Deze wijzingen in het ons kiesstelsel hebben het de vorm gegeven die wij heden ten dage kennen. Was Nederland een voorloper op het gebied van algemeen kiesrecht en is het Nederlands kiesstelsel uniek? In onderstaande tabel vindt u een overzicht van alle 28 lidstaten van de Europese Unie en de jaartallen waarin de kiezers van deze landen vrouwen-, dan wel algemeen kiesrecht kregen. Daarnaast geeft het overzicht enkele kenmerken van de kiesstelsels van de lidstaten weer.

Nederland zat in de Europese kopgroep wat betreft de invoering van vrouwenkiesrecht. Finland gaf de vrouwelijke bevolking al in 1906 kiesrecht en Denemarken volgde in 1915. Ons land voerde in 1919 het actief vrouwenkiesrecht in, net als Duitsland en Luxemburg. Europese laatkomers waren Italië (1945) en Griekenland (1952). Cyprus lijkt ook pas laat het vrouwenkiesrecht in te hebben gevoerd, maar deed dat direct nadat het in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittanië. Qua invoering van het algemeen kiesrecht moet Nederland opnieuw Finland en Denemarken voor zich dulden. Het is het melden waard dat Portugal en Spanje pas sinds het midden van de jaren '70 algemeen kiesrecht kennen, respectievelijk 1974 en 1977. Beide Iberische staten ontdeden zich in deze jaren van het dictatoriale juk.

Wanneer we denken aan andere soorten kiesstelsels schieten al snel de meerderheidsstelsels van de Verenigde Staten en Frankrijk te binnen. Het meerderheidsstelsel lijkt lijnrecht tegenover het idee van evenredige vertegenwoordiging te staan, toch kent de EU vele verschillende 'tussenvormen'. Staten zoals Bulgarije, Italië en Litouwen kennen een kiesstelsel waarin een deel van het parlement gekozen wordt door een absolute meerderheid en een ander deel door evenredige vertegenwoordig.
Ierland en Malta kennen een systeem van evenredige vertegenwoordiging met enkelvoudig overdraagbare stem. Hiermee mogen kiezers een rangschikking maken van kandidaten op het stembiljet.

Met 28 verschillende kiesstelsels kennen de lidstaten ook de nodige opmerkelijkheden. Zo is stemmen verplicht in België, Cyprus en Griekenland. Oostenrijk heeft een stemgerechtigde leeftijd van 16 jaar. Kiezers in Letland kunnen ook hun afkeuring voor een kandidaat laten blijken op hun stembiljet. Opmerkelijk aan het Nederlands kiesstelsel is dat wij, net als de Finnen, geen kiesdrempel kennen voor het vergaren van een zetel in het parlement.