Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Steden zijn in de kenniseconomie uitgegroeid tot de motor van de Europese democratie'

maandag 3 februari 2014, 13:07

'Iedereen doet mee en iedereen doet er toe. Deze vorm van sociale cohesie is kenmerkend voor de Hollandse stad', zo typeerde burgemeester Bas Verkerk de Hollandse stad tijdens een conferentie die door de Stichting Vrienden van het Huis voor Democratie en Rechtsstaat, Gemeente Delft, Kennisnetwerk Lokaal 13 en het Montesquieu Instituut op vrijdag 31 januari 2014 werd georganiseerd. De conferentie stond in het teken van de toekomst van de Hollandse stad. Heeft de Hollandse stad toekomst? En hoe ziet die er uit? Dat waren de vragen die centraal stonden tijdens deze conferentie, die onder leiding stond van Clairy Polak.

De stad vervult al sinds de Oudheid een belangrijke functie. In de loop der eeuwen verkregen de steden steeds meer autonomie en daarmee een uitzonderlijke positie in de Europese samenleving. De stad stond meer open voor invloeden van buitenaf. 'Steden zijn in de kenniseconomie uitgegroeid tot de motor van de Europese democratie', aldus burgemeester Verkerk. Anno nu wordt de druk op de lokale overheid steeds groter, de lokale overheid levert een steeds grotere bijdrage bij het organiseren van de sociale voorzieningen. De positie van de lokale overheid verandert hierdoor in rap tempo. Voor een middelgrote stad als Delft is interregionale samenwerking van cruciaal belang. Door middel van samenwerkingsverbanden kan een stad als deze concurrerend blijven en kwalitatief hoogstaande voorzieningen blijven aanbieden.

De ervaringen uit de praktijk die Verkerk in zijn verhaal noemde werden deels ondersteund door hoogleraar regionaal economische dynamiek Henri de Groot: 'Gemeenten zijn te klein en provincies zijn te groot', zei hij. De bijzondere positie waarin de steden op dit moment verkeren is echter niet vanzelfsprekend. In de tweede helft van de negentiende eeuw was er sprake van een leegloop van de steden. De opkomst van de informatie- en communicatietechnologie leverde een paradoxale ontwikkeling op. Aan de ene kant wordt onze wereld steeds kleiner, maar aan de andere kant wint de stad zijn aantrekkingskracht weer terug. Doordat het leefgebied van de inwoners van de stad groter is dan de stad zelf, maar kleiner is dan de provincie bestaat het risico tot bestuurlijke concurrentie. Sommige taken kunnen immers beter op gemeentelijk niveau worden uitgeoefend en andere taken juist veel beter op provinciaal niveau. Doordat het leefgebied van de burger niet overeenkomt met het grootte van het bestuursgebied van de overheid, kan dit uiteindelijk een negatief effect hebben op de stad.

Heeft burgerparticipatie geleid tot een andere rolverdeling tussen burgers en politici? Nee, aldus bestuurskundige Laurens de Graaf. Politici raadplegen burgers en burgers leveren vooral ideeën en informatie aan, maar zij beslissen, in tegenstelling tot maatschappelijke organisaties, niet vaak mee. Welke effecten heeft de burgerparticipatie op de kwaliteit van de lokale democratie? De toenemende burgerparticipatie heeft tot gevolg dat meer mensen geïnteresseerd raken in publieke kwesties en dat hun kennis over politieke besluitvorming wordt vergroot. Daarnaast leidt het ertoe dat er meer wordt geluisterd naar verschillende meningen. Maar bovenal biedt het een paradoxale uitkomst: burgers spelen weliswaar geen vitale rol in beleidsvormingsprocessen, maar de toenemende burgerparticipatie levert wél een positief effect op voor de kwaliteit van de stedelijke democratie.

Het middagprogramma stond in het teken van drie workshops waarin de volgende drie thema's centraal stonden: sociale samenhang, regionaal-economische perspectieven en behoud en ontwikkeling democratische participatiesamenleving. Hier werden de deelnemers volledig in de gelegenheid gesteld om, na een korte introductie op het thema, met elkaar van gedachten te wisselen. Van deze gelegenheid werd dan ook gretig gebruik gemaakt en de gemoederen liepen af en toe hoog op. 'Het draait om het maken van keuzes. Een centrale overheid kan een rol spelen, maar het moet hoofdzakelijk op lokaal niveau worden geregeld', met deze woorden van Wim Deetman werd de dag afgesloten.