Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Wethouderschap ongekend onzeker

maandag 29 maart 2021, 13:00, dhr Henk Bouwmans

Het wethouderschap is voor veel politici een gedroomde baan om echt van betekenis te kunnen zijn voor de eigen inwoners. De werkelijkheid is ongekend ruw en onzeker: in de huidige collegeperiode haken meer wethouders dan ooit af om persoonlijke en gezondheidsredenen en komen meer wethouders om politieke redenen tussen de wielen.

Een wethouder in Someren die ontslagen wordt omdat hij familie en vrienden heeft bevoordeeld bij de uitgifte van woningen. Een wethouder in Weesp die in botsing komt met zijn partij over het plaatsen van windmolens. Een wethouder in Lelystad die er mee stopt omdat het afgelopen coronajaar, mede door een bestuurlijke crisis, “heftig” en “ingewikkeld” was. Een wethouder in Krimpenerwaard die de collegekamer verlaat omdat haar lokale partij onvoldoende basis ziet in verdere coalitiesamenwerking.

Het is zomaar een aantal voorbeelden van wethouders die in de afgelopenweken ten val zijn gekomen en voor wie het wethouderschap is geëindigd. Het gaat om wethouders die niet langer meer het vertrouwen hebben van de gemeenteraad, partij of binnen het college, maar ook om wethouders die om persoonlijke en gezondheidsredenen het voor gezien (moeten) houden.

Handvol per week

De lotgevallen van vertrekkende wethouders in eerste weken van 2021 passen in het beeld van de huidige collegeperiode: wekelijks eindigt voor bijna een handvol wethouders de bijdrage aan het lokale bestuur in het college van burgemeester en wethouders. Het wethouderschap, dat voor velen een gedroomde politieke baan is om van betekenis te kunnen zijn voor de eigen inwoners, blijkt in de politieke werkelijkheid van alle dag een ongekend ruw en onzeker bestaan te zijn. De basis voor een in beginsel vierjarig wethouderschap is het vertrouwen van (de meerderheid in) de gemeenteraad. Sinds 2002 is het normaal dat voor een vijfde (!) deel van de wethouders het wethouderschap voortijdig beëindigt als gevolg van een politieke vertrouwensbreuk. Een belangrijk deel van de wethouders komt vroegtijdig ten val als gevolg van een falende bestuursstijl, te kort schietende projectverantwoordelijkheid of door een onvoldoende integere houding of laakbaar gedrag. Het overgrote deel gaat echter onderuit als gevolg van verstoorde politieke verhoudingen, met name in de coalitie en met de eigen fractie, waar zij soms een grote rol in spelen, maar soms ook helemaal niet.

Golfbeweging van valpartijen

Bovendien laten de vier collegeperioden tussen 2002, het jaar waarin het dualisme werd ingevoerd, en 2018 een opvallende wetmatigheid zien: er tekent zich elke collegeperiode een golfbeweging af waarbij in elk tweede volledige collegejaar (2004, 2008, 2012, 2016) de meeste wethouders politiek ten val komen. In het eerste jaar van de collegeperiode vertrekken vooral wethouders die ongeschikt zijn voor het ambt, of die erachter komen dat het wethouderschap niet ‘hun ding’ is. In het tweede volledige collegejaar worden wethouders volledig verantwoordelijk gehouden. Zij kunnen niet meer wijzen op mogelijke fouten van voorgangers. In het laatste jaar voor de verkiezingen neemt het aantal aftredende wethouders telkens af en is vervanging steeds minder een issue: in het zicht van de raadsverkiezingen houden gemeenteraden er niet van om nog een (dure) wethouder voor een paar maanden aan te stellen. Het college moet het de rest van de collegeperiode maar met minder wethouders doen.

Afwijkend patroon

De huidige collegeperiode, die na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 van start ging, vertoont op meerdere punten een afwijkend patroon. Nog nooit kwam het voor dat zowel in het eerste als tweede volledige jaar van de collegeperiode, in dit geval dus 2019 en 2020, er meer dan honderd Bijdrage voor nieuwsbrief Montesquieu Instituut – door Henk Bouwmans – 2021-02-16 wethouders door een politieke vertrouwensbreuk tijdelijk of definitief het veld moesten ruimen. In absolute zin kwamen er 265 wethouders, bijna evenveel als in de start (2002-2004) van de eerste duale collegeperiode, ten val. Toen gingen er 276 wethouders politiek tijdelijk of definitief onderuit. Een belangrijk verschil: in 2002 gingen er 1691 wethouders van start; in 2020 – door afname van het aantal gemeenten – slechts 1475.

Burn-out

Nog opmerkelijker is het aantal wethouders dat om persoonlijke of gezondheidsredenen afhaakt. Dat zijn is nu al fors hoger dan in enige andere collegeperiode, terwijl er nog vijftien maanden te gaan zijn in de huidige collegeperiode. De zwaarte van het wethouderschap - ook al wordt het ambt in kleine gemeenten in deeltijd uitgeoefend, een wethouder wordt altijd 24/7 aanspreekbaar gehouden voor zijn daden en nalaten – is naast pensionering of privéomstandigheden steeds meer een persoonlijke reden om af te haken. Gezondheid (fysiek en mentaal, burn-out), als reden om af te treden komt ook steeds vaker voor om de plek in B en W-kamer op te geven: het record uit de gehele collegeperiode 2006-2010 met 54 wethouders die om gezondheidsredenen terugtraden is nu al gebroken. Sinds 2018 gaat de teller al richting de zeventig (!) wethouders die om gezondheidsredenen zijn gestopt. Bedreigingen, toegenomen werkdruk, complexere dossiers, het toenemend aantal avondvergaderingen blijken allemaal extra argumenten te zijn waarom deze periode al meer dan 116 wethouders om persoonlijke en/of gezondheidsredenen zijn afgehaakt.

Grote aantal fracties

De belangrijkste verklaring voor het aanhoudende hoge aantal om politieke factoren ten val komende wethouders blijven verstoorde verhoudingen en breuken in de coalitie. Een combinatie van factoren speelt daarbij, in toenemende mate een rol. Ten eerste is er de nijpende financiële situatie, vooral door hoge kosten voor zorg en sociaal domein, waardoor gemeenten fors moeten bezuinigen. Ten tweede is er het grote aantal fracties - tien of meer is geen uitzondering - in de raad en als gevolg daarvan colleges die gebaseerd zijn op de samenwerking van steeds meer fracties. Wat zich dan vooral wreekt is het tekort aan samenwerkend en bindend vermogen van wethouders en fractievoorzitters om in een gefragmenteerd politiek landschap er samen de schouders onder te zetten.

Eigen schuld

Voor overhaaste conclusies moet echter worden gewaarschuwd. Politieke valpartijen van wethouders zijn soms ook gewoon het gevolg van matig, onvoldoende of te eigenwijs optreden van wethouders zelf. Het is ook te gemakkelijk om alles af te schuiven op de toenemende fragmentatie van de gemeenteraden, een proces dat al sinds 2002 aan de gang. Bovendien, wethouders komen even zo gemakkelijk ten val in gemeenten waar het aantal fracties hetzelfde is gebleven of is gedaald. Oftewel, het is niet zo dat wethouders alleen maar ten val komen in gemeenten waar het aantal fracties steeds groter wordt.

Twitter en Facebook

Wat wel duidelijk lijkt: wethouders vinden het lastig om juist in politiek-complexe tijden oog te blijven houden voor wat de raad wenst. Complicerende factor is dat sinds 2006 – toen Twitter en Facebook hun intrede deden – social media voor een uitvergroting van politieke conflicten hebben geleid, door de snelheid waarmee vooral tegenstanders hun vernietigende oordeel over de wethouder kunnen delen. Verder dient te worden beseft dat de lokale democratie niet bang is om consequenties te trekken wanneer de wethouder niet levert wat er van hem of haar wordt verwacht. Het gegeven dat meer dan een vijfde deel van de wethouders elke collegeperiode de laan wordt uitgestuurd, is een illustratie van die zelfbewuste houding van gemeenteraden.

Professionalisering

Wie verder kijkt dan de talloze valpartijen van wethouders ziet dat er nog een andere belangrijke ontwikkeling sinds de invoering van het dualisme in 2002 gaande is. Wethouders hoeven niet meer uit de gemeenteraad of de gemeente te komen; zij mogen van buiten de raad en zelfs buiten de gemeente komen. Zeker als wethouders tussentijds worden vervangen, komen hun opvolgers steeds vaker van buiten. Daardoor is er sprake van een professionalisering van het wethoudersambt waardoor de wethouder steeds meer een bestuurlijke manager wordt. De politieke binding met de raad verandert daardoor van karakter.

Tour de France

Vanwege het recordaantal wethouders dat om politieke of gezondheidsredenen afhaakt, mag terecht de vraag worden gesteld of bij het aantreden van de wethouders voldoende is geselecteerd op persoon en kwaliteit van de kandidaat die voorbereid is op wat hem/haar te wachten staat. Sterk optredende wethouders kunnen met hun charisma coalitiebreuken voorkomen. Verstoorde verhoudingen hebben minder kans te ontstaan wanneer wethouders bekwaam zijn voor hun taak en functie. Het beoordelen van bijvoorbeeld de 24 wethouders die van het pluche zijn verdwenen in 2020 als gevolg van politieke fouten of falen, toont dat een falende bestuursstijl of gebrekkige projectverantwoordelijkheid meer aandacht mag krijgen bij de selectie en keuze van wethouders. En voor vier jaar wethouderschap mag er ook beter gelet worden op de gesteldheid van de wethouder. Die mag net zo fit zijn als een wielrenner die aan de Tour de France begint.

 

Mr. H.M.J. (Henk) Bouwmans MPM publiceert als onderzoeker sinds 2004 over het ten val komen van wethouders. Hij is voorzitter van kennisplatform De Collegetafel. Bouwmans is directeur van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden.

 

Meer informatie:

Voor meer informatie over het ten val komen van wethouders in 2020 en eerder, zie: www.decollegetafel.nl

Bouwmans H., Lessen en valkuilen voor wethouder, Bestuurswetenschappen, 2020 (74) 4.

Bouwmans H.M.J., Valkuilen voor wethouders. Lessen uit valpartijen van wethouders in de periode 2002-2018, Den Haag, Boombestuurskunde: 2019.

1.

Deze bijdrage stond in