Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Achtergrond: Mislukkende kabinetsformatie, opnieuw naar de stembus?

maandag 27 september 2021, 13:00, analyse van Guus Belder, met medewerking van Bert van den Braak en Aalt Willem Heringa

De kabinetsformatie zit ook na meer dan zes maanden nog steeds muurvast. Hoewel de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) momenten van samenwerking in het politieke midden hebben laten zien, is het nog niet duidelijk of dit zich gaat vertalen in een doorbraak bij de formatie. Eén van de opties die langzaamaan luider klinkt is het uitschrijven van nieuwe verkiezingen. Dat zou in Nederland uitzonderlijk zijn. Hoe zou dit in zijn werk moeten gaan?

Verkiezingen voor de Tweede Kamer kunnen plaatsvinden nadat de Kamer tussentijds ontbonden wordt of omdat de zittingstermijn van het parlement simpelweg afloopt. Als er nu nieuwe verkiezingen zouden plaatsvinden, zou dat logischerwijs niet het einde van de zittingstermijn zijn. De zittingsperiode van de Kamer is immers 4 jaar, en de 'nieuwe' Kamer is slechts een half jaar in dienst.

In zowel 2003, 2010 als 2012 werden bijvoorbeeld verkiezingen uitgeschreven naar aanleiding van een kabinetscrisis. De regering ontbond hierop de Kamer. Dan beslist de regering dus dat er nieuwe verkiezingen moeten komen. Dit gaat per Koninklijk Besluit. De Kamer heeft hier zelf formeel niets over te zeggen. Deze bevoegdheid heeft de regering gekregen in artikel 64 van de Grondwet.

Nu is het kabinet echter al demissionair. Het kabinet is afgetreden in januari, vanwege de kindertoeslagenaffaire. Er is toen voor gekozen om de reguliere verkiezingsdatum van 17 maart aan te houden. Daarom was het niet nodig om nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Mandaat?

Er speelt sinds het kabinet demissionair is een discussie over de vraag wat dit betekent voor hun mandaat. Het is gewoonte dat een demissionair kabinet alleen lopende zaken afhandelt. Nieuwe, grote beleidsplannen worden dan in de regel niet uitgerold. De regering heeft echter nog steeds de ruimte om 'te doen wat nodig is'.

Dit is zo breed als ze het zelf maken, en zo breed als de Kamer toelaat. Het is echter gebruikelijk dat een demissionair kabinet zich niet bemoeit met onderwerpen die een grote rol spelen bij de formatie (zoals de stikstofcrisis). Dit wordt lastiger als de demissionaire periode lang duurt.

Hoe zit het dan met nieuwe verkiezingen? De ontbinding van de Kamer zal nog steeds via Koninklijk Besluit verlopen bij een demissionair kabinet. Dit betekent dat de regering hier dus over beslist. In 1977 is bepaald dat ook een demissionair kabinet tot Kamerontbinding mag overgaan, al ging het toen om toch al geplande verkiezingen. Er was toen bijna Kamerbrede steun voor de ontbinding. Nu is de situatie anders: er zijn net verkiezingen geweest.

Het is normaal gesproken zo dat een kabinet valt na een conflict met de Kamer. Dan beslist het kabinet dat het niet langer het vertrouwen denkt te genieten en treedt het dus af. Nu is er echter geen sprake van een kabinetscrisis, maar van een formatiecrisis. Nieuwe verkiezingen zouden uitgeschreven worden met het doel om de impasse in de formatie te doorbreken.

De Tweede Kamer beslist over de formatie. Ze benoemt de informateur en de informateur brengt verslag uit aan de Kamer als de Kamer dit verlangt. Als de oorsprong van deze verkiezingen dus ligt in de formatie, zou het politiek gezien logisch zijn als de Kamer geraadpleegd wordt bij het besluit tot nieuwe verkiezingen. Het is echter formeel niet noodzakelijk.

 

Guus Belder is als redacteur betrokken bij Parlement.com en het Montesquieu Instituut.