Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Afschieten ambtenaren krijgt veel steun

maandag 24 februari 2020, 13:00, Roel Bekker, voormalig secretaris-generaal, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit Leiden

Op 1 januari 2020 trad de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking. Het zal toeval zijn maar rond die datum was ook sprake van veel kritiek op ambtenaren en op het ambtelijk systeem. Deze keer niet alleen afkomstig van boze burgers, maar vooral van Kamerleden. De media pikten dat alles gretig op. Ambtenaren werden soms met naam en toenaam in het politieke en publieke debat getrokken. Een nieuwe trend: ambtenaren worden niet alleen ineens volgens politieke maatstaven beoordeeld maar moeten zich ook aanpassen aan de politieke spelregels. Ze moeten opstappen als er op hun terrein iets gebeurt dat niet zo had gemoeten. En mogen dan niet naar een andere plek maar moeten eerst boete doen en hun zonden uitzitten.

Het begon al met Kamerleden die aan de griffie van de Kamer hadden gevraagd een (direct uitgelekte!) notitie op te stellen over het strafrechtelijk vervolgen van ambtenaren. Dat was naar aanleiding van de gang van zaken bij de kinderopvangtoeslagen. Later had SP-Kamerlid Leijten het zelfs over misdaden die ambtenaren zouden hebben begaan. Dat de minister van Financiën (die de functie van de afgetreden staatssecretaris waarnam) de DG van de Belastingdienst uit zijn functie had gezet: prima. Maar lof toezwaaien en bijzonder adviseur maken: schande! ‘Banencarrousel’. In het Kamerdebat liet ze haar emoties nog eens even extra gaan en had ze het over een ‘stelletje draaiende topambtenaren’. Met dat draaien bedoelde ze vast niet alleen die carrousel. En passant spuwde ze ook nog even haar gal over ‘de zonnekoning bij de NZA’, en over ‘de falende ambtenaren bij de Fyra’.

Weliswaar gaf premier Rutte tegengas door te benadrukken dat ‘Renske’ zo niet over ambtenaren moest praten. Maar hij was een van de weinigen die het in het openbaar opnam voor de ambtenaren. Kamerleden waren vooral verontwaardigd over die ‘banencarrousel’. Die zou gevolg zijn van het ABD-systeem dat een prikkel zou bevatten om slecht functionerende ambtenaren ‘weg te promoveren naar andere delen van de overheid’. Of het systeem zou leiden tot topambtenaren die geen verstand van zaken hebben. Motie ingediend en direct aangenomen: regering, onderzoek deze misstand!

Misschien wordt het tijd voor wat nuchtere observaties. Ik loop een paar punten langs.

Bij de Dienst Toeslagen is bij de kinderopvangtoeslagen iets geheel misgegaan. Daarvoor zijn veel verklaringen: een vreselijk toeslagenstelsel, tegenstrijdige signalen ten aanzien van de aanpak van fraude. En ‘institutionele vooringenomenheid’, zoals de Commissie Donner het noemde. Weinig aandacht heeft gekregen dat de rechter bij een groot aantal rechtszaken het optreden van de Dienst Toeslagen had gebillijkt. Maar dat neemt niet weg: er zijn grote fouten gemaakt. Die moeten worden hersteld. En de daarvoor verantwoordelijke ambtenaren moeten worden aangepakt, volgens normale regels van ambtelijk management en niet volgens politieke spelregels.

Staatssecretaris Snel heeft een aantal maatregelen genomen, heeft zo snel mogelijk herstel beloofd en bovendien aangekondigd zowel de Dienst Toeslagen te willen afsplitsen van de Belastingdienst (het was een foute politieke beslissing het daar onder te brengen) als het toeslagensysteem te willen aanpassen. Helaas bleek dat niet voldoende, althans hij voelde zich in de Kamer te weinig gesteund. Hij kreeg ook het verwijt te hebben opgetreden ‘als een ambtenaar’!

De minister die tijdelijk het werk van de afgetreden staatssecretaris erbij deed, borduurde hierop voort en kondigde aan dat Douane en Toeslagen los komen van de Belastingdienst. Hij had er alleen nog aan toegevoegd: drie DG’s, voor elk onderdeel één! Vroeger strandde zelfs dénken aan een extra DG al op het veto van Financiën. Maar dat is veranderd, nu het om Financiën zelf gaat. Ook zouden er maar liefst twee staatssecretarissen komen. De DG Belastingdienst werd uit zijn functie ontslagen en benoemd tot bijzonder adviseur bij het rijk. De media maakten daarvan dat hij was overgeplaatst naar de vacante functie van gemeentesecretaris. Dat leverde meteen veel misbaar op waarbij men kennelijk vergeten was dat de gemeente de gemeentesecretaris benoemt en niet de minister. Eva Jinek had het er zelfs over dat hij was ‘weggepromoveerd naar de functie van gemeentesecretaris’, wat niet alleen onjuist was maar evenmin getuigde van goed inzicht in het gewicht van beide functies. Ook werd trouwens schande gesproken over dat adviseurschap. Pek en veren, dat had hij moeten hebben.

Het optreden van de minister kreeg het etiket van krachtig ingrijpen. Je kon wel zien dat de minister van McKinsey kwam, zeiden mensen die waarschijnlijk nog nooit een McKinsey-rapport hebben gelezen. Opvallend in de brief van de minister: geen woord over herziening van het toeslagenbeleid, de bron van het kwaad.

Grote kritiek op het ABD-systeem. Een banencarrousel waarbij zowel geslaagde als mislukte ambtenaren ‘zomaar’ doorschuiven. Een systeem waarbij deskundigheid verloren gaat. Vroeger toen topambtenaren oneindig lang op hun functie zaten, was het kennelijk veel beter. Men is vergeten dat het ABD-systeem mede is ontstaan uit politieke kritiek op lang op hun functie zittende ambtenaren. Er moet best wat veranderen bij de ABD, maar de nu gespuide kritiek was grotendeels onzin.

Kortom: het was prijsschieten op ambtenaren. Onbezonnen en laf. Onbezonnen omdat men zich niet realiseert dat dergelijke openlijke en ongefundeerde aanvallen op de ambtelijke dienst resulteren in erosie van die dienst. Het leidt tot indekken en cynisme waar juist lef en inzet gewenste kenmerken zouden moeten zijn. Laf, omdat men weet dat ambtenaren niet terug kunnen schieten en voor hun bescherming afhankelijk zijn van hun politieke leiders. Hopelijk is dit alles niet wat men voor ogen had met ‘normalisering’! Wordt vervolgd.

Roel Bekker was van 1998 tot 2007 secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van 2007 tot 2010 secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst. Van 2007-2014 was hij tevens bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen in de publieke sector (Albeda Leerstoel).

1.

Deze bijdrage stond in