Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

‘Dare to be a Daniel’: Zeven politieke deugden van Willem Drees

maandag 29 juni 2020, 13:00, Jelle Gaemers

Vlak na het overlijden van Willem Drees, in mei 1988, tekende Tom Janssen een politieke prent voor Trouw waarin hij het postume oordeel over de staatsman treffend verbeeldde. Rondom een borstbeeld van Drees plaatste hij in tekstballonnen de karakteristieken die in veel necrologieën overheersten: ‘Hij was sober…’, ‘bescheiden…’, ‘sociaal bewogen…’, ‘bekwaam…’, ‘integer…’, om te eindigen met ‘…kortom, uit de tijd.’ Korte tijd later riep Parool-journalist Leendert van Os de prent uit tot de beste van de afgelopen maand. Zijn snerende commentaar: ‘Wat zullen zij de dood van Drees hebben betreurd: de cda-premier die de verzorgingsstaat wegbezuinigt, het pvda-Kamerlid dat met voorkennis belegde in aandelen, de vvd-minister voor wie solidariteit niet meer is dan een reclamekreet, de d66-minister die de bouwwetten aan zijn laars lapte, – en al die andere huichelaars met hen.’

Wie Willem Drees als maatstaf neemt voor politieke deugdzaamheid heeft twee problemen. In de eerste plaats legt hij de lat erg hoog: op Drees’ onkreukbaarheid lijkt weinig af te dingen, hoe men ook in politiek opzicht met hem van mening kan verschillen. In de tweede plaats lijken althans sommige van Drees’ deugden tijdgebonden. Hij was immers onder andere omstandigheden dan de tegenwoordige werkzaam, en het is de vraag of zijn stijl van politiek leiderschap de juiste antwoorden bevat op de uitdagingen van nu.

In zijn geval is het tij zelfs snel gekeerd: al aan het einde van de jaren zestig, tien jaar na zijn afscheid van de actieve politiek, gold hij in progressieve kringen als ‘uit de tijd’. Zijn aanhoudende kritiek op de radicaliserende en polariserende koers van de Partij van de Arbeid werd – enigszins gemakkelijk – afgedaan als de jeremiades van een grijsaard die niet met zijn tijd kon meegaan. Het ging daarbij niet alleen om een politiek meningsverschil: een van Drees’ kernwaarden, verdraagzaamheid, was in het geding. De tegenstellingen brachten hem tot de dramatische beslissing om uit de pvda treden, na een lidmaatschap van 67 jaar. Dat daartegenover een groeiende bewondering in de kring van andersdenkenden stond, was voor hem geen troost. Geleidelijk aan zou Drees’ aanzien bij zijn voormalige partijgenoten weer toenemen, waarna een brede waardering bij links en rechts restte.2

Politieke deugden zijn behalve tijd- ook cultuurgebonden. Waardeert men in het noorden van Europa eerder de betrouwbare, integere, sobere en beheerste leider, in het zuiden kan een flamboyante schelm bewondering oogsten, ook al neemt hij het niet zo nauw met de regels, zijn beloften of echtelijke trouw.3 We hoeven maar te denken aan de onverminderd grote populariteit van Silvio Berlusconi bij een aanzienlijk deel van de Italiaanse bevolking, ondanks zijn betrokkenheid bij corruptie- en seksschandalen. Dat laat zich in Nederland wat moeilijk indenken. Ook bij ons kan een ‘charmante boef’ als prins Bernhard met veel wegkomen, maar dat komt doordat men aan royalty andere maatstaven oplegt dan aan politici.

Met in het achterhoofd de gedachte dat de waardering voor deze eigenschappen kan verschillen, volgt hierna een bespreking van Drees’ voornaamste politieke deugden. Naar het voorbeeld van de kerkelijke lijsten van zonden en deugden onderscheid ik er zeven, waarbij ik me mede baseer op de eigenschappen die door vrienden én tegenstanders vaak zijn genoemd in jubileumartikelen, biografische schetsen, necrologieën en dergelijke. In vrij willekeurige volgorde gaat het om: bescheidenheid, soberheid, onkreukbaarheid, verdraagzaamheid, zakelijkheid, daadkracht en karaktervastheid.

 

Jelle Gaemers is biograaf van Willem Drees. Hij werkt als archivaris bij het Nationaal Archief.

Het betreffende artikel is een hoofdstuk uit "Anne Bos e.a. (red.), Zonden in de politiek. Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2016 (Boom; Amsterdam 2016) p. 49-58."

1.

Deze bijdrage stond in