Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Macron. Een jaar voor de presidentsverkiezingen van 2022

donderdag 8 april 2021, 8:30, column van dr. Niek Pas

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Franse presidenten worden nauwelijks herkozen. Van Macron's zeven voorgangers lukte dat er eigenlijk maar één. François Mitterrand dankte zijn tweede termijn in 1988 aan het feit dat hij zich boven de partijen wist te positioneren. De socialistische sfinx wist het volk met slogans als ‘Génération Mitterrand’ en ‘La France Unie’ te verleiden op hem te stemmen. Zijn opvolger Jacques Chirac reikte weliswaar ook tot een tweede termijn maar zijn herverkiezing in 2002 werd ingegeven door zeer uitzonderlijke omstandigheden. Een Sovjetscore viel deze centrumrechtse president ten deel toen hij in de tweede ronde uitkwam tegen Jean-Marie Le Pen. De vader van Marine was tot ieders verrassing en verbijstering doorgedrongen tot de tweede ronde. Links Frankrijk, in de veronderstelling dat de gedoodverfde socialistische kandidaat Lionel Jospin toch wel tot die eindronde zou doordringen, stemde in de eerste ronde massaal op allerlei rode partijtjes - maar vergat daarmee de Socialistische Partij, vlaggenschip van links. Valérie Giscard d’Estaing in 1981 en Macrons directe voorgangers Nicolas Sarkozy en François Hollande in de jaren tien werden niet herkozen. Hollande stelde zich niet eens kandidaat - een constitutionele primeur. Verder terug in de tijd trad Charles de Gaulle af na een verloren referendum (1969) en overleed Georges Pompidou tijdens zijn eerste ambtstermijn (1974).

Wie door een historische bril naar présidentielles kijkt realiseert zich dat Macrons herverkiezing allerminst een uitgemaakte zaak is. De campagne van 2016-2017 was een van de meest onnavolgbare en daarmee spannendste, en amusantste, uit de geschiedenis van de Vijfde Republiek. Maar ook met een hedendaags perspectief is herverkiezing allerminst een uitgemaakte zaak.

De essentie van het macronisme is ‘en même temps’, overigens meer een strategie dan ideeënleer. Het overbruggen, zelfs overstijgen, van de gedateerde links-rechts tegenstellingen die de Franse politiek ten diepste kenmerken en waarop het politieke bestel is ingericht. Kan Macron de evenwichtsacrobatiek van 2017 herhalen? Balanceren is sowieso lastiger geworden in een snel polariserend tijdsgewricht. Voorbeelden te over: zowel erkennen dat blanke mannen inderdaad makkelijker integreren als het tegengaan van het kruiende maatschappelijke en emotionele slachtofferdenken. Zowel migranten en vluchtelingen uit Islamitische culturen met open armen blijven ontvangen als kordater optreden tegen islamisme dat doelbewust de Republikeinse maatschappij-inrichting en scheiding van religie en staat (laïcité) ondergraaft. Zowel opkomen voor Franse belangen in Europa als Frankrijk via de Europese band moderniseren en hervormen.

In de coulissen van de ingrijpende griepcrisis is ‘Team Macron’ al een tijdje bezig proefballonnetjes op te laten. Wellicht dat het concept ‘solidarisme contemporain’ komt bovendrijven. Dit zou een brug kunnen slaan tussen socialisme en liberalisme, de twee ideologische polen waarbinnen Macron zich beweegt. Als slogan is ‘Nous, Français’ wellicht het krachtige lijmmiddel dat verdere verbrokkeling rond kwesties als identiteit, veiligheid en de relatie staat-samenleving zou kunnen voorkomen. Het ‘vivre-ensemble’, letterlijk samen-leven, is een potentieel centraal thema in 2022. Naast solidariteit zal met name het thema veiligheid hoog scoren, een evergreen op rechts die door Macron in de loop van zijn presidentschap is omarmd. En wellicht wordt de campagne mede bepaald door de ecologische transitie. Macron heeft via een ‘Convention citoyenne du climat’ burgers inspraak gegeven in overheidsbeleid inzake verduurzaming. Het is afwachten in hoeverre hij deze vorm van burgerparticipatie ook politiek zal weten te verzilveren.

Op zowel de linker- als rechterflank zijn vooralsnog geen kandidaten komen bovendrijven die een bedreiging kunnen vormen voor Macron. De partijen die door LREM in 2017 zijn verpulverd, Les Républicains en de Parti Socialiste, likken nog altijd hun wonden. Centrum-rechts staat er iets beter voor hoewel een eenheidskandidaat nog lang geen uitgemaakte zaak is. De hamvraag hier is in hoeverre een stevige kandidaat van centrumrechts, mocht die boven komen drijven, het Macron in een eerste ronde lastig kan maken. Met andere woorden: centrumrechts zou Macrons toegang tot een tweede ronde kunnen blokkeren.

Zo’n scenario is vanuit centrumlinks moeilijk voorstelbaar. Net zoals elders biedt politiek links in Frankrijk een beeld van organisatorische versnippering en het onvermogen een nieuw bindend en mobiliserend narratief te bedenken over de samenleving van morgen. Een eenheidsformatie tussen de verschrompelde Parti Socialiste, het teruggedrongen La France Insoumise van tribun Jean-Luc Mélenchon en de verschillende fracties van milieupartij EELV is onwaarschijnlijk (Ook al hebben de groene formaties in lokale verkiezingen buiten verwachting gepresteerd).

Als een linkse kandidaat volgend jaar zou doorstoten naar de 2e ronde zou dat net zo verrassend zijn als Jean-Marie Le Pens coup van 2002. Van de andere kant: niemand had in 2016 kunnen bevroeden dat Macron zijn intrek zou nemen in het Élysée en dat het piepjonge En Marche! de absolute meerderheid zou behalen in de Assemblée. Behalve de jonge politicus zelf.

Net zoals in aanloop naar de verkiezingen van 2017 gaan de meeste analisten er vanuit dat Marine Le Pen namens het Rassemblement National makkelijk tot de tweede ronde zal reiken. Macrons strategie wordt dan ook in belangrijke mate afgestemd op een confrontatie met Le Pen in de 2e ronde. Dat impliceert een herhaling van 2017. De president sorteert politiek in elk geval volop op rechts voor en laat zijn linkerflank grotendeels ongemoeid. De wetsvoorstellen ‘loi contre le séparatisme’ (in feite gericht op het bestrijden van islamisme) en ‘loi sécurité globale’ (omstreden vanwege artikel 24 inzake verbod op verspreiding van beelden van ordehandhavers rond demonstraties) evenals het rechtse beleid van zijn minister van Binnenlandse Zaken Darmanin wijzen hierop. Op links maar ook in zijn eigen partij is deze koers omstreden. Hier staan Macrons geëngageerde opvattingen inzake de Franse omgang met het koloniale verleden tegenover. Dit ‘schuld & boete’ discours stuit op zijn beurt in brede kringen van gematigde cultuurconservatieven tot extreemrechtse nostalgici op weerstand.

Tenslotte, er schuilt voor Macron nog een adder onder het gras. Zijn electorale basis is smal en bestaat, eenvoudig geformuleerd, uit hogeropgeleiden en welvarende Fransen uit de grote agglomeraties. Stemonthouding en blanco stemmen braken records bij zowel de présidentielles als de daaropvolgende législatives. De president is in 2017 door een minderheid van de Fransen gekozen. De vraag is derhalve in hoeverre Macron, mocht het op een tweede confrontatie met Le Pen uitdraaien, wederom kan rekenen op het ‘pacte républicain’. Zijn (radicaal-)linkse kiezers nog te bewegen hun afkeer van extreemrechts opnieuw om te zetten in een stem voor de zittende president? Dit element speelt ook op een andere manier: Marine Le Pens politieke strategie bestaat erin naar het centrum toe te bewegen. Macrons herverkiezing is dus allerminst zeker.

 

Niek pas is Frankrijk-specialist en universitair docent politieke geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.