Overslaan en naar de inhoud gaan

Pro fusie, anti splitsing?

, column van Sebastiaan van Leunen en Sam Maasbommel

Rechtsvorming door de Tweede Kamer inzake fractieaanduidingen

Begin juni besloot de Tweede Kamer over de wijziging van de aanduiding van de GroenLinks-PvdA-fractie en de groep-Markuszower. In lijn met de adviezen van het Presidium werd goedgevonden dat de fractie van de fusiepartij tussen GroenLinks en PvdA (per 13 juni formeel gefuseerd) zich ook in de Tweede Kamer voortaan Progressief Nederland (PRO) zal mogen noemen. Geen groen licht kregen Markuszower c.s. om het vaandel De Nederlandse Alliantie (DNA) te dragen, naar de politieke partij die zij in april van dit jaar oprichtten nadat zij zich met zijn zevenen van de PVV afsplitsten.

Ongeschreven regels

Waarom dit verschil in uitkomst? Dat is niet direct terug te voeren op de toepassing van eenduidige regels: het Reglement van Orde van de Tweede Kamer zwijgt namelijk over de naamswijziging van fracties of groepen. Daardoor is het gebruikelijk dat de Kamer, op voorstel van het Presidium, beslist over de naamgeving van fracties en groepen, indien bij deze clubs de wens leeft om hun naam te wijzigen. Niettemin heeft het Presidium in zijn advies aan de Kamer geprobeerd om aan de hand van voorwaarden wat meer duidelijkheid te scheppen, wellicht ingegeven door het feit dat er zich nu twee verschillende gevallen voordoen. Die voorwaarden zijn als volgt: 

  • Het betreft een integrale samenvoeging van fracties of partijen die hebben meegedaan aan de Tweede Kamerverkiezingen;
  • De nieuwe naam dient definitief goedgekeurd en geregistreerd te zijn bij de Kiesraad;
  • Het betreft fracties of partijen die hebben meegedaan aan de Tweede Kamerverkiezingen en vertegenwoordigd zijn in de Kamer. Groepen voldoen per definitie niet aan dit criterium.

Op basis van deze criteria voldoet de fractie GroenLinks-PvdA/PRO wel aan de voorwaarden, terwijl de groep-Markuszower/DNA dat niet doet – en gedurende deze Kamerperiode ook nooit zal kunnen doen. Dat Markuszower & Co de naamswijziging niet toegewezen kregen, lag echter wel in de lijn van verwachting: er zijn geen historische voorbeelden van afsplitsers die dergelijke toestemming kregen.

In de recente parlementaire geschiedenis zijn er meerdere bewegingen in de Kamer geweest die tevergeefs wensten te worden aangeduid met de naam van hun tussentijds opgerichte partij. Er kraaide wellicht geen haan naar, maar de wens van voormalig voorzitter van de fractie-Den Haan, Liane den Haan, om als GOUD te worden aangeduid, werd niet gehonoreerd. Die gelijknamige partij had zij opgericht nadat de eenpitster zich kort na beëdiging in haar geheel had afgesplitst van de 50Plus-fractie. Ook BVNL, het vehikel van het driemanschap dat onder leiding van Wybren van Haga Forum voor Democratie verliet, mocht zichzelf in de Kamer niet als zodanig aanduiden. Het lijkt erop dat ook dat verzoek het Presidium onderhands is afgedaan. Rond de veelbesproken casus PRO en, in het kielzog daarvan, DNA was een ietwat formelere besluitvormingsprocedureprocedure echter onontkoombaar.

Aangescherpte voorwaarden

Hoe werd dan aldus besloten? Welnu, het Presidium beroept zich op zijn meest recente precedent in dezen:  het samengaan van de fracties Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) tot de ChristenUnie in 2001. In de besluitvorming van de Kamer daarover treffen wij twee van de ook nu gestelde voorwaarden: “In de eerste plaats betreft het hier een integrale fusie. In de tweede plaats hebben de oude fractievoorzitters aangetoond dat de naam ChristenUnie bij het Centraal Stembureau is geregistreerd.” Het derde criterium, deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen, is dus nieuw. Dat is te volgen en wellicht een teken des tijds: anders dan nu was rond de eeuwwisseling het nog geen schering en inslag dat Kamerleden zich afsplitsten en onder een nieuwe banier verder wilden.

In de PRO/DNA-besluiten zien wij een rechtsvormende Kamer, die samengaan omarmt en afscheiders onthandt. Daarmee lijkt er een waarderingsverschil te bestaan tussen enerzijds fusiebewegingen en anderzijds gewetensbezwaarde dissidenten en/of electorale gelukszoekers. Met het oog op het huidige versnipperde partijlandschap is die lijn te volgen. Die rijmt overigens met een reeds langer waarneembare trend waarin afsplitsing wordt ontmoedigd door de rechten van ‘groepen’ in te perken. 

In de hierboven aangehaalde argumentatie van het Presidium signaleren wij nog één subtiele toevoeging ten opzichte van de zaak-ChristenUnie. Gesproken wordt van een “integrale samenvoeging van fracties of partijen die hebben meegedaan aan de Tweede Kamerverkiezingen”. De door ons gecursiveerde zinsnede lijkt te zijn ingegeven doordat het bij PRO niet gaat om twee samenvoegende parlementaire fracties: GroenLinks-PvdA stond immers als zodanig op het stembiljet en gaat in dezelfde personele bezetting verder. Het zijn de twee partijen c.q. verenigingen die in elkaar opgaan. Die privaatrechtelijke werkelijkheid ‘buitenskamers’ blijkt dus als belangrijke factor te worden aangemerkt binnen de Kamer.

Slot

Zo komt de Tweede Kamer tot een navolgbare regel. Die komt erop neer, in de kern: pro fusie, anti splitsing. De manier waarop is naar ons idee echter behoorlijk ad hoc. Het lijkt ons daarom raadzaam om zulks op te nemen in het Reglement van Orde. Dat heeft weliswaar slechts interne werking, maar zou wel meer duidelijkheid bieden aan partijen in vergevorderde staat van integratie – PRO heeft nogal lang moeten bungelen. Bovendien geeft de Kamer op die manier duidelijk uiting aan de binnen zijn muren heersende opvatting dat versplintering niet wordt beloond (al blijft afsplitsing natuurlijk gewoon mogelijk).

Tot slot begeven wij ons nog even naar ‘de overkant’: in de Senaat opereren de groene sociaaldemocraten nog steeds als GroenLinks-PvdA en wij voorzien wat betreft naamswijziging aldaar reglementaire beren op de weg. Waar het Reglement van Orde van de Tweede Kamer geen aanknopingspunten biedt, bepaalt dat van de Eerste juist wel een en ander hieromtrent. Dat stelt namelijk vrij dwingend dat fractienaam “correspondeert met de aanduiding van de politieke groepering die of het nummer dat boven de lijst als bedoeld in het eerste lid was geplaatst.” Voegen fracties zich samen, dan bestaat “[d]e naam van de nieuwe fractie […] uit de namen van de samengevoegde fracties, in de door hen gewenste volgorde.”

Zodoende kent de Eerste Kamer sinds 2023 de fractie GroenLinks-PvdA (de ‘fusieprimeur’ in de Staten-Generaal). De relatieve reglementaire helderheid in de Eerste Kamer kon echter ook weleens betekenen dat zij tot de komende verkiezingen geen naamswijziging meer hoeven te verwachten; en dat is dan weer een schrale troost voor verstokte nostalgici, die daarmee nog een klein jaartje kunnen wennen aan het idee dat twee vertrouwde merken binnenkort definitief uit het assortiment zullen verdwijnen.


  1. Kamerstukken II 2025/26, 36 959, nr. 2.

  2. Kamerstukken II 2025/26, 36 959, nr. 1.

  3. Zo werd niet publiek bekend gemaakt, maar weten we dankzij navraag van Leonard Besselink bij de Tweede Kamer (die overigens zeer kritisch is over de onmogelijkheid een nieuwe naam aan te nemen), zie L. Besselink, ‘Het is onconstitutioneel als een fractie niet mag kiezen voor de naam van de politieke groepering die zij vertegenwoordigt’, nederlandrechtsstaat.nl 13 april 2026.

  4. Blijkbaar wist Den Haan wel vrij gemakkelijk de 50Plus-veren af te schudden. 

  5. Handelingen II 2000/01, nr. 55, p. 4005.

  6. Naar aanleiding van het Rapport van de werkgroep Fractievorming (bijlage bij Kamerstukken II 2015/16, 34 444 nr. 7).  In navolging van het Verslag van de werkgroep Herijking positie afgesplitste Kamerleden (bijlage bij Kamerstukken 2023/24, 36456 nr. 1) zijn daar vervolgens de scherpste randjes weer afgehaald. 

  7. Op grond van het vrij mandaat volgend uit art. 67 lid 3 Grondwet (‘De leden stemmen zonder last’). 

  8. Art. 17 lid 3 RvO I.

  9. Art. 18 lid 2 RvO I.