Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Macron worstelt om grip te krijgen op binnenlandse en buitenlandse politiek

maandag 30 september 2019, 13:00, column van dr. Niek Pas

Ondanks de lange hete zomer van 2019 waarbij ook in Frankrijk het warmterecord is verbroken, maakt president Macron een koele indruk. Hij probeert opgeruimd en ontspannen over te komen. In werkelijkheid bevindt hij zich midden in een mijnenveld, zowel inzake de binnenlandse als buitenlandse politiek.

Zo is sinds de ‘rentrée’ het immigratiedebat opnieuw aangezwengeld. Het regeringsbeleid moet ‘humain et efficace’ zijn, waarmee de president aansluit bij de inmiddels bekende - en vaak bespotte en bekritiseerde - stijlfiguur van ‘en même temps’. Het Franse immigratiebeleid is momenteel vooral ‘ni ni’, dat wil zeggen: noch humaan noch efficiënt. De overheid streeft naar vlottere procedures in combinatie met inburgeringscursussen en zicht op werk voor die vluchtelingen die daar recht op hebben. Gelukszoekers en economische vluchtelingen dienen te worden geweerd met een verwijzing naar Macrons politieke mentor wijlen premier Michel Rocard die in 1989 verklaarde: 'Frankrijk kan onmogelijk de misère van de planeet op haar schouders nemen'. De politieke ondertoon van Macrons hernieuwde interesse in dit explosieve dossier is nogal doorzichtig: doel is het Rassemblement National van Marine Le Pen de pas af te snijden. Over enkele maanden staan nieuwe en belangrijke verkiezingen op het programma: de gemeenteraadsverkiezingen zullen een nieuwe lakmoesproef betekenen voor regeringspartij La République en Marche. Deze kraakt inmiddels in al haar voegen want de marcheurs lopen niet meer in het gelid en de beweging dreigt uiteen te vallen in diverse stromingen.

Daarnaast is kritiek op Macrons agenda Frankrijk duurzaam te moderniseren niet verstond, integendeel. Zijn in Révolution (2016) aangekondigde hervormingsprogramma wordt in brede kringen beschouwd als ‘un orde économique néolibéral’. Liberalisering en marktwerking zijn niet alleen op links stenen des aanstoots. Momenteel trekt de hervorming van het pensioenstelsel alle aandacht. De Franse regering streeft naar een uniform stelsel (een einde maken aan tientallen uitzonderingsregelingen met betrekking tot vroegpensioen in diverse sectoren) en een pensioengrens die is gebaseerd op het aantal jaren dat pensioen is opgebouwd. De aangekondigde wetswijzing heeft al geleid tot de eerste stakingen in het openbaar vervoer, een sector die vanouds op de rem staat als het ingrepen in de sociale en pensioenvoorzieningen betreft.

En wie dacht dat de revolte van de gele hesjes een verschijnsel uit het verleden is, heeft het mis. De initiële kracht van deze volksbeweging mag dan zijn geluwd, geheel verdwenen zijn de protesten zeker niet. En, interessant om de komende maanden te volgen, het gevaar van sociale verbreding van maatschappelijk protest ligt nog altijd op de loer. Dit geldt zeker voor de pensioendemonstraties maar ook voor klimaatmanifestaties. Langzaam maar zeker begint de klimaatcrisis in Frankrijk maatschappelijk te borrelen. Macrons pogingen zich als ‘groene president’ te verkopen hebben tot nu toe, afgezien van politieke communicatie en een oproep om samen met jongeren een ‘agenda commun’ voor de toekomst te bepalen, eigenlijk weinig concreet beleid opgeleverd. Ook deze thematiek is vooralsnog in Frankrijk een geval van ‘ni ni’.

Het is maar de vraag of de president meer grip heeft op zijn buitenlandse agenda. De Brexit sleept zich voort, Frankrijk worstelt met en in Europa en noteert incidenteel succesjes. Macron trok ondermeer de aandacht op en rond de G7-top in augustus 2019 in Biarritz. Het Élysée steekt veel energie in pogingen het sluimerende conflict in de golfregio, tussen de VS en Iran, te dempen. Vanaf juli zijn speciale afgezanten naar Teheran gestuurd en heeft achter de schermen druk overleg plaatsgevonden met Iraanse leiders. De president poogt, in publieke optredens voor onder meer de VN en in persoonlijke gesprekken met Trump, het Amerikaanse beleid inzake Iran enigermate te beïnvloeden richting minder confrontatie en meer souplesse. Of dit ‘délicat travail de médiation’ enige kans van slagen heeft, is onduidelijk. In elk geval heeft Frankrijk zich als bemiddelaar de afgelopen periode op de kaart gezet. In de publieke opinie is Macrons optreden over het algemeen instemmend begroet.

Ronduit omstreden daarentegen is Parijs’ besluit met de Russische president Poetin in gesprek te treden. In diverse Europese hoofdsteden ligt elke vorm van toenadering tot Moskou nog altijd bijzonder gevoelig. De Franse president trekt zich daar weinig van aan en lijkt bereid, overigens zonder over dossiers als de annexatie van de Krim of de oorlog in Oostelijk Oekraïne heen te stappen, een begin te maken met het herstel van de band met Moskou. Voor deze toenadering valt zeker iets te zeggen. Rusland is te belangrijk om te negeren zowel omwille van geopolitieke als economische redenen. Bovendien staat Frankrijk vanouds in een eigen(zinnige) relatie tot de Oostelijke grootmacht. Het is ook een Europees belang om in elk geval (ook) te beschikken over een communicatiekanaal Parijs-Moskou.

Een ander dossier dat volop de aandacht heeft van Parijs is de interventiemacht in de Sahel waarvan Frankrijk de penvoerder is. Maar de signalen dat de rek eruit is voor Frankrijk nemen toe. Macron heeft recentelijk weer eens een oproep gedaan tot meer internationale steun. Hij klopte daarvoor ook aan in Den Haag. Inmiddels behoort heel Noord-Afrika tot de zwakke onderbuik van Europa. De (burger)oorlogen in Mali en Libië, de politieke strubbelingen in Tunesië en Marokko en, niet te vergeten, de constitutionele crisis en volksopstand (hirak) in Algerije waar nog steeds geen uitzicht is op een oplossing, zijn allemaal ingewikkelde en ook zorgwekkende dossiers, ook al omdat ze ten nauwste zijn verknoopt met brisante thema’s van immigratie en veiligheid. Kortom, van ‘déminage’ is vooralsnog geen sprake, van grip evenmin. Maar Macron volhardt blijmoedig in zijn rol, dat dan weer wel.

Dr. Niek Pas is als Universitair Docent Nieuwste Geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.