Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Tussen bestrijden en discussiëren: de omgang met populisme in de Tweede Kamer (1945-2000)

maandag 25 oktober 2021, 13:00, Jan de Vetten

Hoe gaat men in de Tweede Kamer om met populistische politici? Dat verschilt nogal per politicus en per periode. Tijdens de afgelopen Algemene Politieke Beschouwingen koos Hugo de Jonge er bijvoorbeeld voor om Thierry Baudet tijdens de inbreng van Forum voor Democratie volledig te negeren door met zijn rug naar hem toe te zitten, terwijl anderen juist de confrontatie opzoeken. Wat kan een politicus doen om voor balans te zorgen? Hoe geef je een weerwoord? Historicus Jan de Vetten laat in historisch perspectief zien hoe de Kamer dit aanpakte in de periode 1945-2000.

Half september 1982 werd Hans Janmaat (1934-2002) beëdigd als lid van de Tweede Kamer voor de Centrumpartij (CP). Die dag werd er op het Binnenhof gedemonstreerd. Ook in de Kamer zelf wachtte Janmaat een kille ontvangst. De andere Kamerleden probeerden hem zoveel mogelijk te negeren. En omdat niemand naast hem wilde zitten, kreeg hij achterin de zaal een bankje voor zich alleen.

Populistische partijen

In de jaren tussen 1945 en 2000 hadden drie partijen zitting in de Tweede Kamer die populistisch genoemd kunnen worden. In de jaren zestig en zeventig was dat de Boerenpartij, de partij van Hendrik 'boer' Koekoek. In de jaren tachtig en negentig waren dat de Centrumpartij (CP) en haar opvolger de Centrumdemocraten (CD), de partijen van Hans Janmaat. De CP (1982-1986) had één zetel in de Kamer; de CD (1989-1998) had er maximaal drie. Tot slot kwam in de jaren negentig de Socialistische Partij (SP) in de Kamer, aangevoerd door Jan Marijnissen.

In dit artikel wordt ingegaan op de omgang van de Kamer met de CP en CD. In tegenstelling tot de Boerenpartij en de SP werden die partijen scherp bestreden, niet alleen in de Kamer maar ook daarbuiten, dit vanwege hun rechts-radicale gedachtegoed. Ze hadden veel kritiek op (asiel)immigratie en de multiculturele samenleving. Hun boodschap was kort samen te vatten met de leuzen ‘Nederland voor de Nederlanders’ en ‘Vol is Vol’. Ze zetten zich scherp af tegen de politieke elites – in casu de regering en de grote politieke partijen – die een ‘Anti-Nederlander Beleid’ zouden voeren. Tot slot pleitten ze voor een strengere bestrijding van de criminaliteit.

Bestrijding CP en CD in de Tweede Kamer

De andere politieke partijen zagen de CP en later de CD als partijen die 'fout' waren, dit in verband met hun standpunten over immigratie en integratie. Ze werden niet gezien als politieke tegenstanders maar als vijanden. Ze werden door alle andere partijen bestreden. Die legden een cordon sanitaire rond de CP en CD (hierbij wordt een partij van elke vorm van politieke samenwerking uitgesloten). Vervolgens kwam voor hen de vraag aan de orde hoe verder met Janmaat om te gaan. Zou hij moeten worden genegeerd of zou er met hem in debat gegaan moeten worden? De Kamer worstelde alle jaren dat Janmaat in de Kamer zat met deze vraag; men kwam er niet goed uit en probeerde dan weer de ene tactiek (negeren) dan weer de andere (debatteren).

Wat deden Kamerleden nog meer om de CP, en later de CD, dwars te zitten?

De Tweede Kamer nam in de loop der jaren een uitgebreid pakket aan wet- en regelgeving aan op het gebied van het tegengaan van rassendiscriminatie. Dat droeg er mede toe bij dat de bestrijding van de CP en CD steeds meer een juridisch karakter kreeg en zich verplaatste naar de rechtszaal.

Verder veranderde de Kamer enkele keren de electorale spelregels. Zo ging in 1997 het aantal handtekeningen van kiesgerechtigden, dat per kieskring onder een kieslijst moest worden verzameld om aan de verkiezingen te kunnen deelnemen, omhoog van tien naar vijfentwintig. Dat was voor de CD een probleem; het lukte die partij in 1998 niet om in alle kieskringen voldoende handtekeningen te verzamelen.

Regelmatig laaide in de Kamer het debat op over het verbieden van de CP en CD, telkens als er weer een incident of een relletje was, en die partijen weer ongunstig in het nieuws waren – en dat kwam regelmatig voor. Ze zijn niet verboden, maar die voortdurende verbodsdiscussie zorgde wel voor een stevige druk op de CP en CD.

Daarnaast verkeerde Janmaat – en na 1994 de andere Kamerleden voor de CD – binnen de Kamer in een sociaal isolement. Bijna niemand sprak met hem, zelfs niet achter de gordijnen of in de koffiekamer. Ook werden pesterijen niet geschuwd. Zo vroegen Kamerleden zich af of ze de deur wel voor Janmaat moesten openhouden als hij achter hen liep.

Reactie Janmaat

Hoe reageerde Janmaat op de bestrijding van zijn partijen? Hij heeft geprobeerd het cordon sanitaire te doorbreken, maar dat lukte nauwelijks. Bij slechts enkele debatten slaagde hij erin om zijn collega-Kamerleden tot een echte gedachtewisseling te dwingen. Verder lukte het hem maar een paar keer om een motie in te dienen; om dat te kunnen doen had hij de steun nodig van andere partijen en die kreeg hij maar zelden.

Wellicht uit frustratie nam hij zijn toevlucht tot het provoceren en pesten van zijn collega-Kamerleden. Dat deed hij door tijdens debatten veel te interrumperen. Ook verstuurde Janmaat hatelijke brieven aan enkele zieke collega-politici. Daarover ontstond veel verontwaardiging.

Tot slot

Alles overziende kan worden geconcludeerd dat de CP en CD wel heel zwaar werden bestreden, dit terwijl het kleine partijen waren die door de BVD al in het begin van de jaren tachtig als niet of nauwelijks gevaarlijk werden gekwalificeerd. Wat mij betreft is de wijze van omgang met de CP en CD in de jaren tachtig en negentig dus geen goed voorbeeld voor de omgang met dergelijke partijen nu.

Hoe zou het dan wel moeten?

Bij de verdediging van de democratische rechtsstaat is – dat blijkt uit het voorbeeld van de CP en CD – de maatvoering van groot belang. Het risico is namelijk disproportionele repressie en misbruik van staatsmacht, waarbij de waarden van de democratie, die worden verdedigd, in het gedrang kunnen komen. Een flinke mate van terughoudendheid zou dus voorop moeten staan, alsmede vertrouwen op het democratisch besef van het overgrote deel van de bevolking. Verder is het verstandig om in discussie te blijven met de betrokken partij en zijn aanhang; dat heeft mogelijk een matigend effect. En tot slot: laten we niet vervallen in goed/fout-schema's. Blijf de betrokken partij behandelen als een politieke tegenstander, niet als vijand.

 

Jan de Vetten is historicus. Hij promoveerde in 2016 op "In de ban van goed en fout. De bestrijding van de Centrumpartij en de Centrumdemocraten (1980-1998)."

1.

Deze bijdrage stond in