Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Een maximum termijn voor de minister-president?

maandag 26 april 2021, 13:00, prof. dr. Aalt Willem Heringa

Het is niet ongebruikelijk dat regeringsleiders/staatshoofden slechts voor een beperkt aantal termijnen hun ambt mogen uitvoeren. Sinds WO2 is bijvoorbeeld de Amerikaanse grondwet gewijzigd in die zin dat een president slechts twee termijnen (maximaal 8 jaren) mag dienen. Een soortgelijke bepaling vinden we in de Franse grondwet, en tevens is daarin de aanvankelijke termijn van 7 jaren teruggebracht naar 5 (maximaal 10 jaren). Voor premiers, regeringsleiders in parlementaire stelsels, is zo’n regeling zeldzaam. Het beste voorbeeld is Zuid Afrika, waar de president maximaal voor twee termijnen van 5 jaren elk door het parlement wordt verkozen en tevens regeringsleider is. Verder zijn er term limits in Zuid Korea (maximaal 5 jaren) en Brazilië (8 jaren). China heeft in 2018 de term limits voor het presidentschap afgeschaft, en eveneens die van secretaris van de Communistische Partij (afgeschaft in 2017). Beide functies worden vervuld door Xi.

In Europese parlementaire stelsels komen term limits voor de regeringsleider niet voor. Daar werden en worden term limits als safe guards niet echt nodig geoordeeld omdat het vrij eenvoudig is om een premier af te zetten, immers dat kan veelal door een parlementaire meerderheid. En het wordt daar als kenmerk van parlementaire democratie gezien dat besluiten over de regeringsleider aan het parlement zijn, zowel wie de premier is als welke partij(en) de regering vormt(vormen). En dus kunnen we in landen met (stabiele) parlementaire stelsels lang zittende premiers zien: Angela Merkel (die nog aanblijft tot de verkiezingen van september 2021) is premier vanaf 2005; Margaret Thatcher (UK) was premier van 1979-1990; Tony Blair (UK) van 1997-2007; Drees was premier van 1948-1958; Lubbers was premier van 1982-1994; Kok was premier van 1994-2002; en Rutte is premier sinds 2010.

Los van de juridische vraag naar term limits is er de vraag naar politieke houdbaarheid van een politieke ambtsdrager. Politieke veranderingen, veranderende maatschappelijke omstandigheden, bij langdurig leiderschap ontstaan er wrevels en ongedurigheid bij mogelijke opvolgers/-sters, en voelen tegenstanders of coalitiegenoten zich te zeer ondergeschikt, en kan overigens ook de arrogantie van de macht of het niet meer dulden van tegenspraak een rol gaan spelen. In het VK komt de oppositie vaak uit de eigen partij; in Nederland spelen coalitieperikelen en verkiezingsuitslag (vooral de volatiliteit daarin door het proportionele stelsel) een rol. Duitsland laat in het algemeen een hoge mate van parlementaire stabiliteit zien met relatief weinig Bundeskanzler, in vergelijking tot premiers in Nederland (in Duitsland: 8 BK na WO2; in Nederland: 15 premiers).

Er gaan ongetwijfeld nog vele analyses volgen over het langjarige Bundeskanzler-schap van Merkel: één van de factoren is ongetwijfeld haar lage graad van (kenbare) ijdelheid en geduldige en rustgevende en betrouwbare uitstraling, als persoon boven de partijen met kennis van zaken en met gezag. Maar laten we haar even als uitzondering beschouwen, dan ligt overigens een periode van 8-10 jaren als maximum als een redelijk gegeven voor politieke duurzaamheid voor de hand. En gezag en vertrouwen verdwijnen plotsklaps en politieke vrienden staan graag klaar om de politieke vijanden na verloop van tijd een handje te helpen. En is het dan beter vrijwillig terug te treden zo rond de magische periode van 8-10 jaren, of daarna minder eervol te sneven? Dat is natuurlijk steeds pas achteraf te oordelen.

Maar het is niet voor niets dat er voor sommige ambten benoemingstermijnen zijn (denk aan de functie van burgemeester), of dat Raden van Toezicht maximale termijnen kennen van 2 x 4 jaren. Checks and balances, gezond verstand, het gegeven dat op kop blijven rijden de snelheid eruit haalt, en de wetenschap dat scherpte en het vermogen om steeds op het ‘langzame brein’ te blijven bouwen en niet op vertrouwdheid met eerdere besluiten afnemen, en de omstandigheid dat trucjes en handigheidjes en reacties herkend gaan worden door de omgeving en bespeeld gaan worden: redenen om 8-10 jaren als indicatie voor leiderschap en premierschap aan te houden. Uitzonderingen daargelaten uiteraard; maar wie een uitzondering is, blijkt pas achteraf.

 

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit van Maastricht. Daarnaast is hij sinds 1 april 2012 directeur van het Montesquieu Instituut Maastricht.

1.

Deze bijdrage stond in