Hoe gaat het met de Nederlandse politieke partijen? Vanaf de start van het kabinet onder aanvoering van Rob Jetten gaan Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman stap voor stap de partijen langs. Als stabiele factor doet de SGP al meer dan een eeuw mee. Maar er verandert onder staatkundig-gereformeerden stilletjes meer dan aan de buitenkant lijkt.
De SGP, voluit Staatkundig-Gereformeerde Partij, geldt als misschien wel de meest stabiele factor van het ‘Binnenhof’. Degelijk, principieel, standvastig, recht-door-zee, onverwoestbaar, gedragen door een trouwe achterban, steevast goed voor drie zetels in de Tweede Kamer. Maar er verandert stilletjes, bijna geruisloos meer bij de staatkundig-gereformeerden dan op het eerste gezicht lijkt. De SGP van nu lijkt slechts oppervlakkig op de SGP van toen.
Eén ding is in elk geval niet veranderd: er zijn nog steeds geen vrouwelijke Kamerleden. De lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen 2025 van in totaal vijftig kandidaten bestond na ‘een zorgvuldige weging’ helemaal uit mannen. Het moest, afgaande op de partijcriteria, een uitgebalanceerde Kamerlijst worden: regionaal gespreid, herkenbaar voor uiteenlopende kerkelijke achterbannen, deskundig, met jongeren (‘twintigers’). Ondanks groeiende druk vanuit de partij lag de lat voor vrouwelijke kandidaten te hoog.
Van de oprichting in 1918 is het standpunt van de SGP glashelder. Vrouwenkiesrecht is volgens de door God ingestelde scheppingsorde ‘in strijd met de roeping van de vrouw’: het ‘regeerambt is voorbehouden aan de man’, ‘voor de vrouw is er geen plaats in een politiek orgaan’. Zo heet wordt de soep niet helemaal meer gegeten. Onder druk van allerlei kanten – ook intern roerden vrouwen (het vrouwennetwerk Sapienta) zich – zijn er sinds 2014 enkele staatkundig-gereformeerde vrouwelijke raadsleden en kwam er in 2020 zelfs de eerste vrouwelijke SGP-wethouder.1 Maar tot het Binnenhof zijn ze nog niet doorgedrongen.
Rekkelijken en preciezen
Dat is niet alleen maar een kwestie van tijd, zoals op eerste gezicht misschien lijkt. Tegenover voorstanders van een opener, moderne opstelling – gemakshalve: rekkelijken – staat niet minder stevig een orthodoxe ‘precieze’ vleugel, het deel van de partij dat gruwt van meebuigen met de tijdgeest, grotendeels verenigd in de Landelijke Stichting ter bevordering van de Staatkundig-Gereformeerde Beginselen. Terwijl met name jongeren zich steeds zelfbewuster presenteren, graaft de traditionele groep zich in. Na de vrouw zal zich, net als bij de ChristenUnie, vast en zeker de homo melden…
De dreigende, zelfs al feitelijke scheuring binnen de (verwante) Christelijke Gereformeerden Kerken – mag een vrouw predikant worden? – laat zien hoe hoog de spanningen binnen het reformatorische volksdeel kunnen lopen.
Een soortgelijk dilemma speelt zich af rondom asiel en immigratie. Preciezer: de opstelling tegenover de islam. Als orthodox-protestantse partij die vindt dat godsdienstige ketterijen geweerd moeten worden (ook het anti-papisme is niet helemaal verdwenen), bestaat er sympathie voor Wilders-achtige standpunten. Het initiatiefvoorstel om versterkte islamitische gebedsoproepen vanaf moskeeën te verbieden, past in die lijn. Maar zo’n onverzoenlijke houding tegenover de islam kan zich gemakkelijk tegen gereformeerde minderheden keren – eveneens groeperingen die het moeten hebben van religievrijheid. Waarom geen verbod op het luiden van kerkklokken op zondagochtend? Voor je het weet zaag je de boomtak waarop je zit af.
Moderniteit
De SGP worstelt met de moderniteit. Je kunt zelfs zeggen dat de partij in 1918 is opgericht uit verzet tegen de oprukkende moderniteit. Vanaf het begin hebben SGP-voormannen gepleit voor terugkeer naar het ‘pad der vad’ren’, wat zo’n beetje gelijk stond met stellingnamen tegen vaccinatie, verzekeringen, zondagsontheiliging en zedenverval – plus pleidooien voor de doodstraf. Meestentijds beperkten SGP’ers van de eerste generaties (ds. Kersten, ds. Zandt, ds. Mieras) zich in ’s lands vergaderzaal als boetepredikers dan ook tot waarschuwingen tegen de tijdgeest: ‘O land, hoor des Heeren woord’.
Na een halve eeuw begon er iets te veranderen – in werkwijze en vooral ook in toon. Kamerleden als Henk van Rossum, Bas van der Vlies en zeker Kees van der Staaij verwierven zich een reputatie als ter zake deskundige, praktische en zelfs verstandige volksvertegenwoordigers. Heel voorzichtig paste de SGP zich uiterlijk aan de tijdgeest aan. Televisie was lang taboe, maar iemand als Van der Vlies liet zich filmen. Vandaag de dag heeft de partij zelfs een eigen kanaal op YouTube (‘Studio SGP’).
Er zit beweging in bij de SGP.
Dat heeft niet alleen te maken met interne ontwikkelingen. Wat ook een rol speelt is dat de SGP, als gevolg van veranderingen in het politieke en parlementaire krachtenveld, uitgroeit tot een factor van (enige) betekenis. Bij onderhandelingen met het minderheidskabinet blaast de partij z’n deuntje volop mee.
Tot ruwweg de eeuwwisseling was het ondenkbaar dat de SGP op regeringsniveau zou meedraaien. De partij was zo gouvernementeel dat het ook doorgaans niet nodig was. En als er al over kabinetsdeelname werd gespeculeerd, ging het (lacherig) over de Staphorster variant. Naarmate de grote partijen afbrokkelden en de versplintering in de Kamer toesloeg, wordt er meer en meer ook naar de staatkundig-gereformeerde mannenbroeders gekeken. Fractievoorzitter Van der Staaij vertelde in 2012 dat hij al eens met premier Rutte op de achterbank van dienstwagen had gezeten om het minderheidskabinet van VVD en CDA te steunen. Tijdens het tweede kabinet-Rutte van VVD en PvdA (2012-2017) meldde de partij zich als lid van de ‘constructieve oppositie’ (met de ChristenUnie en nota bene het door de SGP verfoeide libertaire D66), die bereid was om het wankelende kabinet door de winter te helpen.
Politieker
Dat heeft ook de SGP veranderd. Iemand als Chris Stoffer, de rouwdouwerige opvolger van Van der Staaij, schrikt niet terug voor ferme taal. Hij weet zich, met zijn driekoppige fractie plus twee senatoren, in een positie om eisen te kunnen stellen. De partij is, anders gezegd, politieker geworden, uitgesprokener, activistischer – vierkanter rechts ook. Tot en met pogingen om het hijsen van de regenboogvlag voor het gebouw van de Tweede Kamer te verhinderen en een motie van afkeuring tegen minister Sophie Hermans om late abortussen.
Men ruikt kansen een graantje mee te pikken met de verrechtsing van het kiezerssentiment. Terwijl de afstand met de oude bondgenoot ChristenUnie groeit – in 2024 deden beide partijen niet langer met een gezamenlijke kandidatenlijst mee aan de verkiezingen voor het Europese Parlement en ook de samenwerking bij de gemeenteraadsverkiezingen neemt af – zijn SGP’ers AD 2026 meer en meer in het gezelschap van JA21 te zien. Bij de begrotingsbesprekingen vormden die twee al openlijk een ‘bondje’.
Die verschuivende positie op het politieke speelveld gaat bijna onhoorbaar gepaard met inhoudelijke aanpassingen. Je hoort Stoffer niet ‘eisen’ dat abortus verboden moet worden, een opvatting die toch het officiële standpunt van de partij is. Nee, hij wil verdergaande versoepelingen blokkeren. Dat is politiek-tactisch begrijpelijk: je zet jezelf bij onderhandelingen niet buitenspel door het onhaalbare te vragen. Maar in feite accepteert de SGP zo, stilzwijgend, de status quo – een gereguleerde, tamelijk ruime abortuspraktijk. Wie mee wil doen, zal zich hebben aan te passen – een beweging die in de partij met argusogen en zelfs verontrusting wordt gevolgd.
Ruim een eeuw na de oprichting is de SGP van een getuigenispartijtje in de marge uitgegroeid tot een factor om rekening mee te houden. Dat is enerzijds te danken aan de politieke ruimte die is ontstaan door de parlementaire fragmentering, en anderzijds aan die befaamde stabiliteit van de SGP – zij het dat die intern meer onder druk staat dan extern lijkt.
Jan Schinkelshoek, oud-lid van de Tweede Kamer (CDA), was hoofdredacteur van de Haagsche Courant en campagneleider van Ruud Lubbers in de jaren ’80. Gerrit Voerman, emeritus-hoogleraar Nederlandse politiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, was directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Samen zijn zij een tour langs alle politieke partijen begonnen. Maandelijks doen ze verslag in De Hofvijver.
Links:
Zie ook:
Hans Vollaard en Gerrit Voerman (red.), Mannen van Gods Woord. De Staatkundig Gereformeerde Partij 1918-2018 (Hilversum 2018)