Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Hé, een nieuwe fractie

Na het korte reces kwam de Tweede Kamer dinsdag weer bijeen. Na mededelingen en het vragenuur werd overgegaan tot stemmingen. Toen dook plots de naam 'fractie-Den Haan' op. Fractie-Den Haan?

In de pers waren berichten verschenen over de scheiding tussen Liane den Haan en 50PLUS, maar formeel was daarover niets bekend. In de rede lag toch, dat als er een breuk was, de Voorzitter dit aan het begin van de plenaire vergadering zou mededelen. Denkbaar was ook dat mevrouw Den Haan dat, eventueel met een toelichting, zelf had gemeld. Niets van de alles. Dat is zonder precedent.

Dat er een fractie-Den Haan is, is niet zonder betekenis. Het reglement van orde bepaalt sinds 2017 dat afsplitsing van een fractie gevolgen heeft voor ondersteuning en spreektijd.

In de toelichting bij de betreffende reglementswijziging stond:

"Het gewijzigde artikel regelt in essentie dat alleen die fracties als «fracties» worden erkend die bestaan uit de leden die onder hetzelfde lijstnummer tot lid zijn verkozen. Een splitsing in die fractie gedurende de zittingsperiode leidt tot het voortbestaan van de erkende fractie (zij het met minder leden) en het ontstaan van een «groep»."

en voorts:

"Het nieuwe vierde lid sluit in dat kader uit dat na de aanvang van de zitting – lees: direct na de verkiezingen – verder nog nieuwe fracties kunnen komen te ontstaan."

Doel is dat iemand die voor bijvoorbeeld het CDA is gekozen, later met een 'eigen' fractie dezelfde rechten houdt als de 'erkende fractie'.

Nu kan een eenling natuurlijk niet 'splitsen', maar feit is dat mevrouw Den Haan voor 50PLUS is gekozen en die partij (de erkende fractie) nu niet meer vertegenwoordigt. Bovendien is er nu dus wél een nieuwe fractie.

Dat dit alles zo is en dat Liane den Haan haar 'rechten' behoudt, is verder tot daaraan toe. Maar dat dit zonder enige mededeling en toelichting gebeurde, is hoogst merkwaardig. Het is ieder geval reden dit als precedent op te tekenen.


Prof. dr. Bert van den Braak is onderzoeker bij PDC en hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht.