Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Klub Kobalt, de Kuur en de Kwaal

Simon Otjes, Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, Rijksuniversiteit Groningen

Partijen zijn op zoek naar nieuwe manieren om burgers bij de politiek te betrekken. Bij de lijsttrekkerverkiezingen in de PvdA, tegenwoordig hip 'primaries' genoemd, mogen ook niet leden stemmen. Ook binnen andere partijen gaan geluiden op om het onderscheid tussen leden en sympathisanten te vervagen. In een recent artikel stellen Noortje Thijssen en Rosalie Smit, als woordvoerders van Klub Kobalt, de rebellenclub in GroenLinks, dat GroenLinks moet accepteren dat kiezers niet altijd loyaal zullen blijven aan een partij en die trouw ook niet moet verwachten: kiezers moeten tijdelijk en per onderwerp aan een partij gebonden worden. Is dit een oplossing voor het probleem dat partijen hebben?

De Kwaal

Kort samengevat is het probleem dat Thijssen en Smit Klub Kobalt wil oplossen: “Ondanks de grote politieke betrokkenheid, zijn nog maar weinig mensen lid van een politieke partij.”

Ze onderbouwen dat als volgt:

[1] “[Het] aantal [partijleden] wordt (…) steeds minder.”

[2] “De opkomst bij verkiezingen laat ook al jaren een dalende trend zien.”

[3] “Een handjevol diehard congresgangers (…) bepaalt op partijcongressen wie de volksvertegenwoordigers zijn van hun partij en met welk programma zij het land in gaan.”

 

Figuur 1

Figuur 1

Ieder van deze drie punten is zwak onderbouwd. Ik kijk hier naar data vanaf 1989, omdat GroenLinks toen is opgericht. GroenLinks is zelf het gevolg van een grote leegloop van kleine en grote partijen in de jaren '80. De oplossing was toen een partij waar leden directe invloed hadden op het congres. Een partij zonder dogmatische ideologie maar met een aantal idealen. Is sinds de oprichting de relatie tussen kiezer en politiek zodanig veranderd dat we opnieuw moeten nadenken over het fenomeen partij?

[1] Het totale ledental van in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen is uitermate stabiel. Figuur 1 illustreert dit. Van een grote partijpolitieke exodus is geen sprake: begin jaren ’90 verloren partijen nog leden maar zeker sinds 2002 neemt het ledental van partijen zelf een beetje toe.

 

Figuur 2

Figuur 2

[2] In tegenstelling tot wat Thijssen en Smit beweren, vertoont de opkomst bij verkiezingen een opmerkelijke stabiliteit: in figuur 2 zijn de opkomst bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, gemeenteraad, Europees Parlement en provinciale staten getoond.  Het idee van een massale politieke onthechting wordt niet geboekstaafd.

[3] De structuur van partijen is verouderd volgens Klub Kobalt. Wat juist opvallend is, als je de organisatie van politieke partijen bekijkt is de ongekende democratisering die partijen sinds 2000 hebben doorgemaakt: CDA en VVD stapten af van een afgevaardigdencongres en kozen voor een ledencongres. One man, one vote. De PvdA koos voor een hybride vorm tussen afdelingsvertegenwoordigers en leden. GroenLinks werd zo democratisch dat de samenstelling van de lijst een soort tombola is geworden. CDA, VVD, D66, GroenLinks en PvdA organiseerden ledenraadplegingen voor het partijleiderschap. Ook de partijvoorzitter, Europese en Eerste Kamerlijsttrekker wordt in veel partijen direct verkozen. Zo wordt het voor mensen interessanter om lid te worden, omdat ze direct invloed hebben op de personen die hun partij vertegenwoordigen. Maar leden kunnen ook heel direct invloed hebben op het programma: denk maar aan het succes van de G500 die bij met name het CDA vanwege het ledencongres hun ideeën in het programma kregen.

Kortom: het beeld dat Nederlanders massaal de partijpolitiek de rug toe keren wordt niet onderbouwd door de opkomst bij verkiezingen of het ledenaantal van partijen. De betrokkenheid van Nederlanders bij politiek lijkt juist tamelijk stabiel.

De Kuur

Het is maar zeer de vraag of de oplossing die Kobalt biedt het probleem niet meer zal verergeren in plaats van bestrijden. Thijssen en Smit kiezen voor het vervagen van het onderscheid tussen partijlid en sympathisant. Ze willen dat leden en sympathisanten mee kunnen beslissen over de standpunten van de partij. Dat deze sympathisanten geen binding met een partij hebben vinden ze prima: Kobalt pleit voor politieke polygamie: accepteer dat mensen zich niet meer lang aan een partij willen verbinden maar zich wel willen verbinden aan specifieke activiteiten en projecten.

Zo holt Kobalt de waarde van het partijlidmaatschap uit: als je geen lid hoeft te worden om invloed uit te kunnen oefenen op de partij maar dat ook als sympathisant kan, dan is er geen reden meer om lid te worden van een partij. Dat is dus een rare oplossing, als je zoals Thijssen en Smit je zorgen maakt om de ‘teruglopende’ ledenaantallen van partijen.

De Crisis

Ik leeft niet op een roze wolk. Er is een probleem in de Nederlandse politiek. Maar dat is niet de onthechte relatie tussen burger en politiek, maar tussen burgers en specifieke politieke partijen. Als we naar het ledenaantal van de klassieke grote drie partijen (CDA, VVD en PvdA) kijken, dan zien we een sterke, bijna lineaire terugval. Ieder jaar verliezen deze partijen gezamenlijk ongeveer 5000 leden. Sinds 1989 zijn deze partijen ongeveer de helft van hun leden verloren. CDA en PvdA zien hun leden vergrijzen. Gerrit Voerman spreekt hier uitvoerig over in zijn oratie.

Bij verkiezingen is eenzelfde trend zichtbaar. Bij de Europese verkiezingen van 1989 kregen deze partijen ongeveer 80% van de stemmen. Bij de Europese verkiezingen van 2009 was dat nog maar 40%.

Er is dus sprake van een exodus uit de grote drie partijen. Zij zijn steeds minder staat om kiezers aan zich te binden. Voor zo ver er een crisis in de partijdemocratie is, is dit een crisis van de grote, oude partijen.

De partij die het sterkst gestegen is in zowel de kiezersgunst en als het ledenaantal, is niet een partij voor moderne polygame twijfelaars, maar de op de leest van de klassieke massapartij geschoeide SP. Deze partij haalde in 1989 nog 31.989 stemmen, in 2012 was dat 909.853. Een verdertigvoudiging! Deze partij had in 1992 15.122 leden (tamelijk veel overigens voor een partij zonder zetels). Dat zijn er nu 45.815. Qua leden is de SP nu groter dan de VVD. De SP is geen partij van vrijblijvende vrijwilligheid of van politieke polygamie. De SP heeft gekozen voor het model van de massapartij: ze vereist actieve deelname en loyaliteit van haar leden. Haar Kamerleden komen voort uit de partij. Je mag niet meepraten op een ledenvergadering als je niet gecanvast hebt. Dat blijkt een succesvolle strategie om kiezers en leden te binden.

Dit artikel verscheen in De Hofvijver nr. 31 d.d. 24 juni 2013.