Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

EU en gemeenteraadsverkiezingen

Aalt Willem Heringa, hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht Maastricht University

 

Als inwoner van het centrum van Maastricht ga ik zo nu en dan naar bijeenkomsten van het buurtplatform. Enige tijd geleden  waren er enkele bijeenkomsten met de wethouder over ontwikkelingen in de buurt; daarnaast kwamen lijsttrekkers van lokale partijen onlangs hun partijprogramma's en hun voornemens voor onze buurt bespreken. Waar maken Maastrichtenaren zich zoal druk over?

Allereerst bleek dat  er weinig animo is voor verandering. De meeste bewoners zijn tegen de  toename van autoverkeer – behalve als het gaat om meer parkeerplaatsen voor bewoners. Zij willen voorkomen dat de woonfunctie wordt aangetast en, daarop aansluitend, dat de rol van de universiteit groter wordt. Dat betekent dat er minder studenten(huisvesting) zou moeten komen en een kritische bezinning zou moeten plaatsvinden op de uitbreiding van universitaire functies. In mijn interpretatie: het moet mooier en rustiger worden.

Ook het verschil tussen subjectieve beleving en objectieve getallen kwam aan de orde. Buurtbewoners meldden voorvallen over veiligheid en over de stoep fietsende studenten, waarop de gemeente antwoordde dat uit alle rapportages juist blijkt dat het aantal geregistreerde klachten nog nooit zo laag is geweest! De grote  decentralisatie in de zorg was geen punt van discussie, hoewel de gemiddelde leeftijd van de niet-studenten in de buurt naar mijn inschatting boven de 60 ligt. Het enige probleem was het verdwijnen van een bejaardenhuis, omdat de huisvesting niet meer aan de eisen voldoet. De angst heerst dat het gebouw zal worden gebruikt voor studentenhuisvesting.

Europa dan? Nee, hier wordt hoogstens indirect aan herinnerd, wanneer er over buitenlandse studenten wordt gesproken. Het belang van de universiteit als Europese groeimotor voor de stad en de regio – en daarmee voor  zowel de culturele waarde van het wonen in Maastricht-centrum als voor de financiële  waarde van de huizen – werd door alle lijsttrekkers wel expliciet erkend, maar stuitte op scepsis bij de bewoners. Abstracte zaken als de kwaliteit van de lucht en  fijnstof kwamen ook weinig aan de orde. De kwaliteit van het basis- en middelbaar onderwijs evenmin, wat niet verrassend was gezien de leeftijd van de aanwezigen.

Deze prioriteiten zijn niet verwonderlijk bij wijkbijeenkomsten en gemeenteraadsverkiezingen. Directe belangen en concrete problemen liggen dichtbij de burger: verkeer, parkeren, geluidsoverlast, horeca, losliggende stoeptegels, een bus die niet rijdt als André Rieu weer eens een aantal dagen optreedt, of  buurtparkeerplaatsen die worden gebruikt door studenten met buitenlandse nummerborden. Grote onderwerpen als Europa, de economische en culturele voordelen van extra studenten, en de ontwikkeling van de gedecentraliseerde zorg staan verder weg. Dat maakt de discussie over de EU ook zo lastig, zowel bij nationale verkiezingen, als nu bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar straks ook bij de Europese Verkiezingen!

Roald Dahl beschreef democratie eens als Chinese doosjes. Het kleinste doosje staat voor de lokale democratie in een dorp of wijk, en vervolgens worden de doosjes  steeds groter. Hetgrootste doosje stelt de EU voor, of de federale regering in de Verenigde Staten. Hoe groter het doosje en hoe verder weg de democratische instelling, hoe lastiger het wordt om te bevatten wat het is. De grote thema's gaan niet weg door er niet over te praten, maar de aandacht van kiezers gaat het liefst naar zaken die ze raken en bevatten. Voor de grote problemen lijkt het meer te gaan om het vertrouwen in de politicus of partij dat deze wordt toevertrouwd om op een heldere manier met oog voor de kleine en grote individuele zorgen, politiek te bedrijven en het algemeen belang te dienen.

Is de Europese Unie ook belangrijk voor gemeenteraadsverkiezingen? Ja, zoals Europa ons leven nu eenmaal  op velerlei gebied raakt, en dus ook op gemeentelijk niveau. Dat varieert  van onderwijs (Erasmus+), tot zorg en aanbesteding in de zorg, tot steun aan bedrijven en voetbalclubs, tot openbare orde en veiligheid en grondrechten en privacy, tot Europese subsidies. In Maastricht komen daar de grensoverschrijdende ‘issues’ bij: de aantrekkelijkheid als koopstad met de bereikbaarheid voor Duitsers en Belgen, goede spoorwegverbindingen en de bereikbaarheid van onderwijs en zorg over de grens.

En toch komt dit niet naar voren op buurtbijeenkomsten. De Europese Unie heeft voor Maastricht enorm veel betekend. De universiteit heeft een grote aantrekkingskracht op buitenlandse studenten, de ligging bij de Duitse en Belgische grens biedt veel kansen, en de naam van de stad is verbonden aan het verdrag van Maastricht. Zonder die factoren was er nu minder groei geweest en was Maastricht een provinciestadje. De economische kracht voor de toekomst ligt in die internationale verbindingen, met de innovatie die een universiteitsstad met zich mee brengt. De herinvoering van een directe treinverbinding met Aken is een goede stap; nu nog een goede verbinding met Brussel. Misschien beschouwt de Maastrichtenaar deze aspecten als vanzelfsprekend, wat een goede zaak zou zijn. Het zou echter goed zijn deze invloed ook wat vaker te benoemen.

Deze bijdrage verscheen in ‘De Hofvijver’ nr. 39 d.d. 24 februari 2014.