Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Heimwee naar het embargo

Max van Weezel is journalist bij Vrij Nederland en presentator van Argos en Met het Oog op Morgen op Radio 1

Laatst kreeg ik tijdens een radio-interview de vraag voorgelegd of ik het Prinsjesdag-embargo wel eens had geschonden. Nee, helemaal nooit, antwoordde ik naar eer en geweten. De interviewer, Govert van Brakel, vond me geloof ik maar een watje: roemruchte collega’s als Henry Faas en Frits Wester waren er tenslotte niet voor teruggedeinsd zich een conflict met de minister-president en de Rijksvoorlichtingsdienst op de hals te halen door nog voor Prinsjesdag de hoofdlijnen van de begroting te onthullen. Met alle respect voor Faas en Wester, in mij heeft kennelijk nooit zo’n primeurjager gescholen. Eigenlijk vond ik de situatie zoals die tot een paar jaar geleden in de week voor Prinsjesdag bestond hoogst comfortabel: op vrijdagochtend reed ik naar Den Haag om bij het ministerie van Algemene Zaken de Prinsjesdagstukken op te halen. De rest van de dag liep vol met persconferenties waarop diverse bewindslieden hun beleidsvoornemens toelichtten. ’s Avonds was er een borrel op Financiën. Daar kon je informeel het glas heffen met de minister, de staatssecretaris en hun topambtenaren. Ondertussen werd je vertrouwelijk bijgepraat. Het weekend bracht ik bij Vrij Nederland door. Samen met collega’s van de Haagse en sociaal-economische redactie. We discussieerden over de stukken die op de grond lagen verspreid en ontdekten meestal dat er verschil bestond tussen de Miljoenennota, de Macro Economische Verkenningen van het CPB en de begrotingen van vakdepartementen als Onderwijs, Volksgezondheid en Sociale Zaken. Na afloop gingen we Thais eten. Maandagochtend was er weer een hoogtepunt: de presentatie van de Troonrede door de premier. Dat was het moment waarop hoofdredacteuren, chefs Den Haag en politieke commentatoren elkaar konden laten zien wie het beste jongetje van de klas was. Vragen als ‘meneer Kok, bent u het met me eens dat het financieringstekort onverantwoord hoog blijft?’ en ‘wanneer komt het kabinet nu eens met een visie?’ waren niet van de lucht. De RVD zorgde voor koffie. En dan moest Prinsjesdag, met zijn VNO-NCW-borrel, nog aanbreken.  Good old days! 

Inmiddels zijn veel van die verplichte rituelen in september overbodig geworden. Digitalisering en snelle jongens van de commerciële TV holden de positie van kranten- en tijdschriftjournalisten die zich tot Prinsjesdag keurig aan de embargoregeling hielden, uit. In 2002 hackte een Australische internetsurfer de computer van het ANP waarop de Miljoenennota al te vinden was. Twee jaar later stond Wester voor de camera van RTL trots te zwaaien met een exemplaar van het nog geheime regeringsstuk. De hoofdredactie van NRC Handelsblad besloot zich niet langer aan het embargo te houden. Sindsdien is het hek van de dam, constateert Jeroen Sprenger, oud-directeur communicatie van het ministerie van Financiën, met enige spijt in een stuk dat hij over ‘de geschiedenis van het Prinsjesdag-embargo’ schreef. Elk jaar braken gevechten tussen kabinet en Kamer uit over vragen als: moet het embargo wel worden gehandhaafd, krijgen de fractievoorzitters de begrotingsstukken ook pas op Prinsjesdag onder ogen, moeten de Algemene Beschouwingen niet worden uitgesteld om de oppositie een eerlijke kans te geven zich in de materie te verdiepen? Ook de oplossing van dit jaar (geef de fracties op vrijdag een USB-stick en de pers niets) hielp geen zier: nog voor het weekend hadden RTL en NOS de hoofdlijnen van de begroting te pakken. Betekent het lek schieten van het embargo een vooruitgang? Ik weet het nog zo net niet. De aandacht van de pers is verschoven van ‘wat staat er in de begrotingsstukken en hoe moeten we erover oordelen’ naar ‘wie komt het eerst met de primeur’. De kranten doen steeds meer aan ‘scoreboardjournalistiek’: Rutte en Timmermans verdienen een pluim terwijl Hennis en Plasterk een onvoldoende scoren. Soms vraag ik me af wie van de collega’s de moeite heeft genomen de begrotingsstukken nog te lezen. Bovendien mis ik de persconferenties, de verwoede discussies op de redactievloer en het Thais eten. Gelukkig is de VNO-NCW-borrel er nog!