Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De moeizame slag om het publiek vertrouwen

Jeroen Sprenger werkte in de periode 1999-2008 als directeur van de afdeling Voorlichting en Communicatie op het Ministerie van Financiën. Tussen 2008 en 2011 werkte hij als projectdirecteur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl voor het Ministerie van Algemene Zaken. Sprenger schreef een boek over overheidscommunicatie-De slag om het publiek vertrouwen-, dat eind maart verscheen.

Communicatie in het hart van het beleidsproces. Met deze oneliner verwoordt de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie, beter bekend als de commissie-Wallage, in 2001 een gevoel dat dan in kringen van overheidsvoorlichters in ontwikkeling is. Overheidsvoorlichting hoort geen 'zenden' te zijn, van de overheid naar burgers. De overheid hoort te 'communiceren', hoort een samenspraak op te zetten met burgers. Dat begint met zich in te leven in de dagelijkse bekommernissen van burgers, met te luisteren naar hun opvattingen en zich daarvan bij de beleidsvorming doordrongen te tonen.

De aanbevelingen van de commissie-Wallage zijn koren op de molen van de overheidsvoorlichters. 'Wallage' steunt hen in hun streven op een breed terrein bij te dragen aan de beleidsontwikkeling. Een kleine tien jaar lang zijn de aanbevelingen van 'Wallage' de rode draad in de gemeenschappelijke communicatieprojecten. En in de bijdragen die door de Voorlichtingsraad aan het overheidsbeleid worden geleverd.

Rijksbreed gezicht, rijksbrede communicatie

In De moeizame slag om het publiek vertrouwen wordt een verlies- en winstrekening opgemaakt van vijftien jaar overheidscommunicatie, van 1995 tot 2010. Aan de positieve kant staan prominent de rijksbrede huisstijl en de website www.rijksoverheid.nl, die blijvende resultaten zijn van intensivering en verbreding van de interdepartementale samenwerking en van de ontwikkeling van de gemeenschappelijke Dienst Publiek en Communicatie (DPC), dat op een breed terrein voorzieningen aanbiedt die alle departementen ter beschikking staan.

Als gevolg van deze professionalisering en centralisering is enorm veel meer informatie van de overheid actief openbaar, toegankelijk en bereikbaar. Door verschillende diensten die aan de websites zijn verbonden worden grote groepen burgers actief op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op hun interessegebied. Dankzij de ICT-ontwikkelingen komt het ideaal van de actieve openbaarheid van de commissie-Biesheuvel (1970) binnen bereik.

De doelstelling van overheidscommunicatie is echter ook politiek en overheid 'transparant' te maken, met als gewenst resultaat een versterking van het publiek vertrouwen. De geschiedenis van de overheidscommunicatie tussen 1995 en 2010 laat ook hier weliswaar grote vooruitgang zien, gebaseerd op een leerproces vol ambities, incidenten, serieuze evaluaties en uiteindelijk drie sterke bouwstenen: de erkenning van de positie van de overheidscommunicatie, de centralisatie en de grote professionalisering. Maar zo overtuigend als de rijksbrede huisstijl en rijksoverheid.nl zijn de resultaten hier niet. Eind 2015 is NRC-journalist Tom-Jan Meeus daar in enkele columns zeer kritisch over. "Er is een groot probleem aan het ontstaan: onwaarachtige overheidsinformatie via de media, voor de burger. De Kamer mag je niet bedriegen, de media wel." Elders spreekt hij van "Voorlichters en sloganpolitiek" en van "gepolitiseerde voorlichting."

Meestribbelen

Bij hun bijdrage aan 'de slag om het publiek vertrouwen' blijken overheidsvoorlichters weerstanden te ondervinden, die zich als 'meestribbelen' laten samenvatten. Het aanhoudende politieke spel, rondom een coalitie, maar ook in de boezem van een kabinet, verhinderen een overtuigende aanvaarding van hun adviezen. 'Meestribbelen' is daar in sommige gevallen zelfs een te terughoudende karakterisering van. Het belangrijkste is echter dat 'de transparantie' over beleid en overheidshandelen overschaduwd wordt door 'het politieke spel'. Het 'meestribbelen' – vaak bevorderd door politiek assistenten die zich als 'spindoctors' voordoen - vindt zijn motivering in het aanhoudende (partij)politieke krachtenspel. Niet alleen tot ongenoegen van Meeus en zijn collega’s, maar erger nog tot onbegrip van burgers die in de hoofdlijnen van het actuele politieke beleid niet direct hun werkelijkheid ervaren. Inhoudelijk hebben professionele overheidsvoorlichters daarom nog wel wat aan invloed 'in het hart van het beleidsproces' te winnen om hun 'opdrachtgevers' ervan te doordringen dat beleid overtuigender overkomt als dat eensgezind wordt uitgedragen en dat zich goed laat verbinden met de werkelijkheid zoals burgers die ervaren. En dat hen zowel oplossingen biedt voor de door hen gevoelde problemen als een perspectief om zich in een veranderende samenleving goed staande te kunnen houden.

De slag om het publiek vertrouwen wordt gevoerd in een dynamische omgeving. Een walk over is het nooit. Maar een mission impossible hoeft het niet te zijn. 

Op 6 april organiseerde het Montesquieu Instituut een debat over dit onderwerp. Klik hier voor meer informatie.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 maart 2016.