Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De machtshonger van Erdogan

Betsy Udink is schrijfster en journaliste. Vorig jaar verscheen haar boek Meisjes van Atatürk, zonen van de sultan, over potentaten in Turkije.

Recep Tayyip Erdoğan brengt met zijn machtshonger grote schade toe aan Turkije. Maar waarom wil hij de absolute macht? Om met de eenvoudigste verklaring te beginnen: het ligt in zijn aard om nooit aan iets of iemand ondergeschikt te zijn. Hij kan niet anders functioneren dan als baas.

Als alleenheerser kan hij eindelijk de ideologie van zijn islamitisch fascistische leermeester, de dichter Necip Fazıl Kısakürek (1904-1983) in de praktijk brengen. Necip Fazıl ontwikkelde het idee van başyüce (spreek uit: basj-juutse), Verheven Leider. De başyüce is te vergelijken met een Spaanse caudillo of een Italiaanse duce, maar dan als dictator van een Islamitische Republiek Turkije.

Verheven Leider

Meli Gökçek, al meer dan 25 jaar burgemeester van Ankara en islamist in hart en nieren, citeerde bijna letterlijk uit Het weefsel van de Ideologie, de blauwdruk van Necip Fazıl voor een islamitische republiek, toen hij in mei dit jaar zei: ‘Het begrip van een leider en van absolute gehoorzaamheid aan deze leider heeft een plaats in onze religie en in de traditie van onze staat. De Leider mag fouten maken; desondanks moeten zijn besluiten gehoorzaamd worden.’ Necip Fazıl zei het zo: ‘De Verheven Leider is in alle opzichten – ethisch en moreel- en in al zijn daden en woorden het beste dat uit de natie voortkomt. De başyüce is de ideale mens. … Hij schittert door wijsheid, waardigheid en vermaardheid. Hij is de belichaming van de wil van de natie.’ En de wil van de natie, de milli irade, is wat Erdoğan en zijn acolieten betreft, hetzelfde als de wil van Erdoğan. Hij is de Lider, Patron, Beyefendi en Re-is. Wat hij wil, moet Turkije willen.

Necip Fazıl leert verder dat democratie niet in een moslimsamenleving thuishoort. Democratie is van de mensen, de islam van Allah. Alleen Allah is soeverein; de mens moet zich aan hem onderwerpen.

Dat een Verheven Leider ‘in de traditie van de Turkse staat past’ daarin heeft burgemeester Gökçek gelijk. Het lijkt wel of Turkije niet anders kan dan Grote Mannen aanbidden en onvoorwaardelijk op hun kompas varen. De cultus rond de Ottomaanse sultans heeft zich onder de Republiek voortgezet in de aanbidding van Mustafa Kemal Pasja, Atatürk, en in de aanbidding van de voorganger van Erdoğan in de islamitische politiek, Necmettin Erbakan. Tegenwoordig is de halfgod Recep Tayyip Erdoğan. De Turkse Koerden doen voor die cultus niet onder: voor hen is Abdullah Öcalan, de oprichter van de PKK, heilig en onfeilbaar. Koerden die kritiek op hem hebben worden met de dood bedreigd en menigmaal geliquideerd.

Oude retoriek is terug

Om te weten wat Erdoğan met Turkije wil, moet je kijken naar waar hij vóór 2001 voor stond. In dat jaar richtte hij met een groep andere islamisten de AKP op, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling. Ze verklaarden een soort islamitische CDA te zijn. De politieke islam hadden ze achter zich gelaten, zeiden ze. Onder Erbakan wilden ze à la Iran verkiezingen binnen een strak islamitisch keurslijf. Maar als AKP zouden ze een partij zijn geworden die  opkwam voor de mensenrechten, voor persvrijheid en voor de democratie. Links en liberaal juichte. Europa was blij. Turkije zou eindelijk verlost worden van de dictatuur van de militairen die regelmatig  een coup pleegden. De ‘echte’ Turk, de Anatolische moslim, die altijd door de seculiere Atatürk aanhangers was geminacht, kon opstaan. Die zou Turkije de EU in duwen en het land ontdoen van zijn autocratische tendensen.

Toen eenmaal, met hulp van de EU, de macht van de militairen en van de kemalistische rechtspraak gebroken was, zag Tayyip Erdoğan de weg vrij voor zijn oorspronkelijke islamitische idealen.  Sinds 2011 is de anti-Europese, antiwesterse, antidemocratische en antisemitische retoriek terug. De islamisering is onder Erdoğan zo hard gegaan en zo geïnstitutionaliseerd dat die voorlopig niet meer is terug te draaien.

Wij in Europa en liberalen in Turkije kunnen nooit meer partijen vertrouwen die uit de islamitische politiek zijn voortgekomen. Uiteindelijk gaat het in de politieke islam om het vestigen van de soevereiniteit van Allah boven de soevereiniteit van de mens.

Kritische rechters verbannen en gedegradeerd

Over invoering van de islamitische wet laat Erdoğan zich (nog) niet uit. Maar tot de oprichting van de AKP riep hij opgewekt: ‘Godzijdank zijn wij voor de sharia.’ Soms verspreekt een van zijn moslimse broeders zich en heeft het er dan per ongeluk over. In april sprak de voorzitter van het Turkse parlement – een AKP’er uiteraard- de door hem en Erdoğan lang gekoesterde wens uit om het als seculier omschreven karakter van de Turkse staat uit de grondwet te schrappen. De nieuwe constitutie behoort, volgens de voorzitter, ‘een religieuze grondwet’ te zijn. Dat was een proefballon. Erdoğan gaf als commentaar dat het ‘de persoonlijke visie’ was van de voorzitter en dat hijzelf vasthield aan de scheiding van godsdienst en staat. Erdoğan vergeet geen moment dat de Turkse militairen sinds 1960 vier keer een einde hebben gemaakt aan, weliswaar democratisch gekozen, regeringen die teveel neigden naar de politieke islam. Niemand weet wat er in de hoofden van de Turkse officieren omgaat, de behoeders van de seculiere staat en van het gedachtegoed van Atatürk. Seculiere commentatoren die in de weinige niet-gelijkgeschakelde media hun gal kunnen spuien over de dictatuur van Erdoğan en de islamisering van Turkije, speculeren al over de vraag ‘zal hij [de president] op bloedige of bloedloze wijze afgezet worden?’

De rechtspraak komt geleidelijk aan helemaal in handen van AKP’ers. De minister van justitie die persoonlijk door de president is uitgezocht, benoemt rechters en aanklagers. Die zullen niet tegen de wensen van hun leider ingaan. In de eerste week van juni zijn maar liefst 3700 rechters en openbare aanklagers verbannen en gedegradeerd. Onder hen is een rechter van het Constitutioneel Hof. Hij werkte aan de nietigverklaring van de wet over het beledigen van het staatshoofd. De rechter is verbannen naar een plaats aan de Zwarte Zee. De openbare aanklager die het dossier inzake de aantijgingen van corruptie tegen onder anderen AKP ministers en de familie van Erdoğan samenstelde, is gedegradeerd. De agenten die de huiszoekingen deden op non-actief gesteld of ook verbannen.   

In die corruptiezaak werden in eerste instantie 52 AKP’ers aangeklaagd. In tweede instantie werd een onderzoek geopend naar de zoon van Erdoğan, Bilal, en naar  mogelijke betrokkenheid van de president zelf. Die zaken werden onmiddellijk in de doofpot gestopt. Maar de corruptie affaire staat niet los van Erdoğans streven naar  dictatuur. Als hij de volgende verkiezingen verliest en moet aftreden, wacht hem een lange serie processen. Wegens betrokkenheid bij corruptie en wegens het oprekken van de oude grondwet. Dat denk hij te voorkomen door zichzelf de absolute macht te geven en zich, net als Poetin, met zijn cronies te omgeven.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 27 juni 2016.