Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Europa in de verkiezingsprogramma's: plat en simpel

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit Maastricht

Ik vind veel verkiezingsprogramma's over de EU en Europa nogal plat. Zeker als men denkt aan de vele recente ontwikkelingen: van de net achter ons liggende economische en financiële crisis tot de migratiestromen aan de buitengrenzen van Europa en het vraagstuk van vrede en veiligheid in Europa. Maar ook zeker in het licht van het Italiaanse referendum en het mogelijke vooruitzicht van een uittredende lidstaat, de rechtsstatelijke perikelen in Hongarije en Polen, de opkomst van euroscepsis en het vraagstuk van legitimiteit van de EU. En ja, ook vanwege de rol van de EU in het bewaren van vrede en het bijdragen aan economische voorspoed door de interne markt en open grenzen, de rol van de EU bij het sluiten van grote handelsverdragen en als speler op de internationale markt.

Ontwikkelde perspectieven

De ChristenUnie doet een poging tot verdieping door uitgebreid te spreken over Europa: tijd voor een herontwerp. Haar oplossingen zijn: de EU terug naar de bedoeling van destijds. Dat is uiteraard een lastige, want dan moeten we 'de' bedoeling gaan vaststellen. Bovendien was dat de bedoeling van destijds en toen waren de tijden, problemen en uitdagingen toch echt anders dan nu. De CU bepleit kernwaarden van samenwerking en ook meer recht voor de soevereine staten. Klinkt mooi, maar de focus op soevereiniteit, als we al weten wat dat is en inhoud en waar dat toe zou moeten leiden, heeft bepaald niet tot meer en loyalere samenwerking tot gevolg. Misschien werkt het zelfs wel averechts.

Ook partijen als D66, GroenLinks, VVD, PvdA en CDA hebben min of meer ontwikkelde en samenhangende perspectieven op een (betere) EU. Daar vallen ook termen als meer transparantie, democratie, minder regels, aanpassing van het EU budget, werken aan een energie unie. Dat wil zeggen: voortgang met aanpassingen. Zo bepleiten D66 en het CDA het meer werken met 'kopgroepen' of 'koplopers': lidstaten die op specifieke dossiers een intensievere samenwerking aangaan. Dat is in zekere zin al het geval met lidstaten die wel of niet aan Schengen mee doen, of aan de euro, of bepaalde opt-outs hebben bijvoorbeeld ten aanzien van justitiesamenwerking.

Drastisch

Er zijn ook fracties die meer drastische voorstellen hebben, zoals het houden van een referendum over het EU-lidmaatschap of een nieuw EU-verdrag met minder EU bevoegdheden. Bij de partijen met een pleidooi voor minder EU en meer eigen nationale taken over bijvoorbeeld begrotingsbeleid, springt wel erg de tegenstelling in het oog dat er minder EU wordt bepleit en tegelijkertijd wordt gepleit voor meer regulering van financiële markten en belastingregulering vooral waar het belastingontwijking betreft. En dat is het dubbele, of de poging om van de cirkel een vierkant te maken: EU samenwerking is op tal van fronten echt een must, maar leidt dan natuurlijk tot minder nationale autonomie of tot inperking van nationale bevoegdheden en dan dus ook tot aspecten die ons minder welgevallig zijn. Maar dat is de consequentie van samenwerking.

En natuurlijk zijn er de gebruikelijke stokpaardjes: verkleinen van het Europees parlement, het afschaffen van de dubbele zittingsplaats van datzelfde parlement, terughoudendheid met toetreding van nieuwe staten of helemaal geen toetreding van staten meer. Dat laatste is begrijpelijk en tevens ingewikkeld door de onderhandelingen die er zo al gaande zijn met landen in de westelijke Balkan. Als er al een consensus over (niet) uitbreiding is, dan waarschijnlijk in ieder geval over de niet-toetreding van Turkije.

En de andere partijen? De PVV is kort en 'gewoon' tegen de EU; 50PLUS wil dat de EU pas op de plaats maakt en is tegen TTIP en CETA. DENK zegt weinig over de EU maar is eveneens kritisch over dat soort handelsverdragen en is daarnaast kritisch over het aantal EU-regels. DENK is wel voor de uitbreiding van de rechten van het Europees Parlement (de vraag is dan welke?) en, opvallend in het koor van vele partijen tegen uitbreiding: niet voor uitsluiting van beschaafde landen. VNL heeft een speciaal hoofdstuk genaamd 'Minder EU Voor Nederland'. Bepleit wordt daarin inderdaad minder EU en dat Nederland weer soeverein moet worden. De focus ligt op de eigen staat en op een Noord-Europese samenwerking.

Dovendebat

Hoofdmoot van de programma's gaan weinig over de EU overigens. Het accent ligt op andere meer binnenlandse zaken. De bewoordingen zijn vaak ook gekozen bij het programma: wie tegen de EU is spreekt over regels vanuit Brussel die door ambtenaren worden gemaakt (niet waar natuurlijk want de verordeningen en richtlijnen worden door de Raad en het EP gemaakt), of over de soevereiniteit die is weggegeven (ook niet waar natuurlijk, want de Brexit bewijst dat soevereiniteit blijft bestaan).

De EU voorstanders beschouwen meer de nood aan internationale samenwerking, vrede en veiligheid, economische groei en samenwerking en mogelijkheden van greep op internationale onwenselijke verschijnselen (belastingontwijking, financiële markten, bankensector, milieu, grensoverschrijdende criminaliteit, migratie, defensie). En zo blijft het een debat tussen doven en tussen partijen die op verschillende schaakborden schaken terwijl zij appelleren aan andere sentimenten.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 19 december 2016.