Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Tussen beeldvorming en vertrouwen

Kraakt er echt iets? Of horen die geluiden bij een werkende democratie? Arco Timmermans blik terug op de Zomerconferentie van het Montesquieu Instituut over de ‘krakende pijlers’ onder de democratische rechtsstaat.

Is er echt iets aan de hand, of maken wij elkaar iets wijs? Zijn krakende pijlers een nostalgisch geluid dat hoort bij een werkende democratie of zijn het voortekenen dat er iets op punt van breken staat?

De zomerconferentie van het Montesquieu Instituut – een reeks themabijeenkomsten van 25 augustus tot 7 september op verschillende plekken in Den Haag - ging over de krakende pijlers onder de parlementaire democratie en het vertrouwen tussen burgers en de overheid.

Het spitste zich toe op de rol van het parlement, de monarchie, de rechterlijke macht, de media, de bureaucratie, kennisinstituten en de verhouding tussen Nederland en Europa.

Al deze sferen waarin beeldvorming en besluitvorming over maatschappelijke problemen en oplossingen plaatsvindt, zijn steeds meer met elkaar vervlochten geraakt. In de netwerksamenleving vloeien bovendien de werelden van publiek en privaat in elkaar over. Instituties voor allerlei soorten van dienstverlening zijn complexe hybride structuren geworden. In de informatiesamenleving is het onderscheid tussen feit en fictie soms nauwelijks meer te maken.

Er zijn optimisten en pessimisten. Optimisten hebben geen last van krakende pijlers, zij weten de toegangsdeuren tot de instituties in onze democratie goed te bereiken. Zij vertrouwen de prestaties van bewindspersonen en volksvertegenwoordigers. Pessimisten hebben minder vertrouwen, zij zijn minder goed in democratische multitasking en hebben het gevoel dat de politieke en maatschappelijke instituties eerder tegen hen werken dan hun belangen behartigen.

De tegenstelling tussen optimisten en pessimisten is scherper geworden in Nederland. De vertolkers van hun standpunten in de Tweede Kamer hebben vorige week voor luid krakende en ver naar onder doorbuigende Algemene Beschouwingen gezorgd, met zichtbare grensvervaging tussen politiek en entertainment in een debat over Nederland en Europa dat maar niet constructief wilde worden. Het thema van de zomerconferentie is er nog maar eens mee geïllustreerd.

Zo worden ook de nog eigenlijk nauwelijks beantwoorde vragen over institutionele verhoudingen in ons land en de politieke ordening in de Europese Unie steeds groter.

De discussies tijdens de verschillende activiteiten in de zomerconferentie hadden als doel te informeren en tot gefundeerde opinievorming bij te dragen. Intussen is ook de eerste Troonrede van het kabinet-Rutte gepresenteerd. Daarin een beeld van een Nederlandse overheid die burgers niet steeds in de weg moet lopen en dringend afslanking nodig heeft. Er moet gesnoeid worden in het aantal gekozen politici. Over vertrouwen gesproken, de vraag is welk effect deze beeldvorming over de Nederlandse overheid zal hebben op de eveneens door het kabinet voorgestelde sterkere arm voor de Europese Commissie in Brussel om lidstaten begrotingsdiscipline af te dwingen.

Het lijkt in elk geval reden om de vragen rond vertrouwen tussen burgers en de overheid de komende tijd op de voorgrond te houden.

Arco Timmermansis onderzoeksdirecteur van het Montesquieu Instituut


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 september 2011.