Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De Tweede Kamer moet ministers voor hun beëdiging horen

Wilibrord van Beek, voormalig Tweede Kamerlid voor de VVD.

De Tweede Kamer moet niet willen bewindslieden voor hun beëdiging te horen. Gaat de Tweede Kamer dat wel doen, dan wordt de afstand tussen kabinet en Kamer kleiner en staat de onafhankelijkheid van de Kamer jegens het kabinet op de tocht. De Tweede Kamer moet frank en vrij het kabinet kunnen controleren, zonder dat de Kamer eerst een 'goedkeuringsverklaring' heeft afgegeven. Elke bemoeienis van de Tweede Kamer bij de benoeming van bewindslieden zet het dualistisch stelsel op de tocht en maakt de controlerende taak ingewikkelder.

Daarbij komt dat de formateur, meestal op voordracht van de onderhandelaars van de coalitiepartners, de bewindslieden uitzoekt. Daar is vaak een jarenlange selectie op basis van expertise en ervaring aan vooraf gegaan. Ook de partijen meten zich daarover geen oordeel aan, zelfs de partijen niet waarbij een regeerakkoord nog wel aan een ledenraadpleging wordt voorgelegd. Waarom zou de Tweede Kamer dan wel vooraf een oordeel over de bewindslieden mogen geven?

Bovendien wat voor een gesprek gaat het worden, een sollicitatiegesprek? Is het niet buitengewoon moeilijk om, laat ik zeggen, in een uur een goed oordeel over een toekomstig bewindsman of vrouw te krijgen, die waarschijnlijk ook nog amper ingewerkt is en nog niet eens kennis genomen kan hebben van het departementale overdrachtsdossier? In het beste geval wordt het een kennismakingsgesprek dat net zo goed na de beëdiging gevoerd kan worden. En laten we niet vergeten dat een minister of staatssecretaris geen vertrouwen hoeft te winnen, maar dat heeft, tenzij de Tweede Kamer het vertrouwen opzegt.

Nee, laat ook een enkel incident in het verleden geen reden zijn de Kamer de waan te geven mee te kunnen praten over de benoemingen van bewindslieden. Dat is een slecht idee.

Bernheze, november 2012


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 november 2012.