Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Europa ruimt reeks problemen op

Onverwacht sluit Europa akkoorden over vijf belangrijke problemen. Het gaat om de jeugdwerkloosheid; om de financiering tot 2020; de aansprakelijkheid bij bankfaillissementen; vergroening van de landbouwpolitiek en de komst van twee Balkanstaten. De beloofde versterking van de eurozone is echter weer uitgesteld.  

1.

Vijf akkoorden

Vlak voor de start van de Europese Raad van 28 en 29 juni trokken de vakministers samen met het Europees Parlement vijf vastgelopen grote projecten los. Meteen daarop bereikten de staatshoofden en regeringsleiders overeenstemming over de aanpak van het volgens hen meest dringende probleem van vandaag: de jeugdwerkloosheid in de zuidelijke EU-landen. Voor het overige was het in Brussel een weinig spectaculaire bijeenkomst.

De vakministers kwamen verrassend tot akkoorden over de eerder omstreden financiering van de EU tot 2020; over het aansprakelijk maken van de beleggers bij toekomstige bankfaillissementen; over een vergroening van de landbouwpolitiek en het uitbreiden van de EU met twee Balkanstaten. Er is dan ook lof voor de ijverige Ieren die afgelopen halfjaar het ministerieel beraad voortreffelijk hebben geleid. Sedert 1 juli is de voorzittershamer van de Raad van Ministers in handen van debutant Litouwen.

2.

Miljarden voor jongeren

Daar waar meer dan een kwart van de jeugd werkloos is, gaat een ‘jongerengarantieplan’ van start. Deze jongeren krijgen binnen vier maanden de keuze uit ofwel een baan, of een stageplaats of verdere opleiding. Daarvoor komt volgend jaar en in 2015 samen ruwweg acht miljard euro Europees geld beschikbaar. Oorspronkelijk was voor de periode 2014 – 2020 hiervoor zes miljard uitgetrokken.

De Europese Raad verhoogde dit bedrag naar acht miljard en besloot bovendien deze gelden in twee jaar tijd versneld te besteden. De Europese Commissie had graag nog aanzienlijk meer uitgetrokken. Volgens insiders was dat echter een slag in de lucht omdat de deelnemende landen geen programma’s hebben om zoveel verantwoord te besteden.     

In Griekenland en Spanje zit volgens Eurostat bijna zestig procent van de jongeren thuis. Het gaat dan om de jongeren voor zover die niet studeren of op stage zijn. In Italië en Portugal is dat ruim veertig procent. In Frankrijk gaat het om meer dan een kwart. In totaal gaat het om zes miljoen jongeren (op een totaal van 26 miljoen werklozen in de EU). Deze landen stellen nu een actieplan op om met steun van Brussel vanaf 1 januari 2014 jongeren aan het werk te krijgen. Bovendien komen enkele zwaar getroffen regio elders, zoals het oosten van Slovenië, voor de premieregeling in aanmerking.

Het jongerengarantieplan is een voornamelijk Duits initiatief. Het wordt gezien als een handreiking richting de landen die onder druk van Berlijn pijnlijke bezuinigingen moeten ondergaan. Op 3 juli heeft kanselier Angela Merkel in Berlijn de regeringsleiders nogmaals bijeengeroepen om onderling hun ‘beste praktijken’ uit te wisselen. Premier Mark Rutte en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Lodewijk Asscher, waren daar eveneens aanwezig.

Het met enig tam tam bereikt jongerengarantieplan lokt intussen scepsis uit. De gezaghebbende Brusselse denktank Bruegel verwacht weinig van de maatregelen. Zolang in de betrokken landen de economie krimpt, valt daar met overheidsgeld geen banen te scheppen.

De Finse premier Jyrki Katainen en de woordvoerder van voorzitter Herman Van Rompuy van de Europese Raad zien de bui al hangen. Zij onderstrepen nu ineens dat niet de EU maar de nationale regeringen verantwoordelijk zijn voor de werkgelegenheid. ‘Europa kan slechts een duwtje geven’, aldus de Fin in Brussel. Martin Schulz, de voorzitter van het Europees Parlement, ridiculiseert de hele aanpak als ‘slechts een druppel in de oceaan’. SPD-leider Peter Steinbruck beschuldigt kanselier Angela Merkel van populistische hypocrisie in de aanloop naar de Duitse algemene verkiezingen van september.   

3.

Investeringsplan voor Europa

De conclusies van de bijeenkomst bevatten een uitvoerig ‘nieuw investeringsplan voor Europa’. Het gaat om een stimulans vanuit de EIB samen met de Europese Commissie om de stilgevallen Europese economie op gang te duwen. Via de recente kapitaalverhoging met tien miljard (waarvoor Nederland 454 miljoen naar de EIB overmaakte) wil de bank haar uitleencapaciteit tot 2015 met circa veertig procent uitbreiden. Als gevolg daarvan ligt de kredietverlening van de EIB dit jaar, vergelijken met 2012, tot nu toe al 66 procent hoger.

De bank mikt het kader van de (jeugd)werkloosheid op jobcreatie bij kleinere en middelgrote bedrijven. De EIB verwacht daar dit jaar zestien miljard weg te zetten, ofwel de helft meer dan vorig jaar. Volgens haar ontstaan aldus een half miljoen banen. Tegelijk gaat het EIF (Europees Investeringsfonds, aftakking van de EIB) meer uitlenen.

Dit zijn overigens allemaal leningen van de EIB aan commerciële banken die als intermediair dienen naar het bedrijfsleven. De risico’s blijven bij de banken en de vergelijkbare kredietverleners. Het voordeel voor de lenende ondernemer is dat EIB-kapitaal door de AAA-status van de bank, goedkoper is.

4.

Geen euro masterplan

Zowel de dringend vereiste versterking van de eurozone, als het ambitieuze Pact voor Groei en Banen, beide daterend uit 2012, zijn op de lange baan geschoven.  De officiële reden is dat de problematiek taaier is dan gedacht en meer gecompliceerd. Belangrijker is (aldus diplomaten die het beraad volgen) dat met Bondsdagverkiezingen aan de horizon kanselier Merkel geen concessies meer wil doen. 

Kanselier Merkel weerspreekt het laatste overigens. Zij wijst op de reeks genoemde akkoorden. ‘Voor Duitsland is het goed functioneren van de Europese Unie belangrijk. Ik ken echt geen enkel Europees besluit dat is vertraagd als gevolg van de komende verkiezingen in mijn land’, aldus Merkel in Brussel. Zij kreeg bijval van de Franse president François Hollande.   

Juni vorig jaar sloot de Europese Raad een Pact voor Groei en Banen. Daarvoor zou niet minder dan 120 miljard beschikbaar komen, deel via de EIB en verder uit ongebruikte Europese fondsen. Een jaar later ‘staan wij qua uitvoering nergens’, aldus een hoge EU official in de Financial Times van 28 juni. 

Afgelopen december zou de Europese Raad bovendien zijn tanden zetten in de ambitieuze Roadmap Towards A Genuine Economic and Monetary Union, ofwel het Masterplan Van Rompuy-Barroso-Juncker-Draghi. Dat debat is toen verdaagd naar deze bijeenkomst in juni. Nu de klad zit in dit beraad, besloten kanselier Merkel en voorzitter Van Rompuy begin juni om de aandacht te verleggen naar de jeugdwerkloosheid.

Genoemd alomvattend plan voor de EMU is voor de toppolitici minder dringend nu de crisis in hun ogen voorbij lijkt. ‘De beoogde versterking van de eurozone is op de lange baan geschoven’, concludeert expert Janis Emmanouilidis van de Brusselse denktank EPC.

Als gevolg van een politieke crisis in Portugal wakkerde bij het afsluiten van deze analyse de vrees voor een terugkeer van de eurocrisis weer aan. Portugal financiert zijn overheidsuitgaven uit de Europese noodfondsen en het IMF. Het land moet in ruil drastische en pijnlijke hervormingen doorvoeren. Volgens Commissievoorzitter José M. Barroso is de redding van zijn land weer in gevaar. Tegelijk komen uit vergelijkbaar Griekenland onheilspellende berichten. Wordt het weer een ‘eurocrisiszomer’ zoals vorig jaar en in 2011? 

5.

Tóch akkoord over begroting

Belangrijk is dat het Europees Parlement op 3 juli het Meerjarig Financieel Kader (MFK), dus de financiering van de Unie voor de jaren 2014-2020, accepteerde. Maandenlang dreigde het parlement er mee het conceptakkoord, in februari in de Europese Raad moeizaam gesloten, te verwerpen. Krachtens het MFK bewegen de uitgaven van de Unie zich tussen twee plafonds. De uitgaven mogen tot 2020 908 miljard belopen. De claims die zich over meerdere jaren uitstrekken (de vastleggingskredieten) belopen tot 2020 maximaal 960 miljard. 

Voor het eerst in de geschiedenis van de EU gaan de uitgaven omlaag en wel met ruwweg drie procent. Dat gebeurt op aandringen van de landen die veel meer bijdragen dan zij via Europese subsidies later ontvangen. Dat zijn o.a. Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Oostenrijk en Denemarken. Deze ‘zuinige landen’ ontvangen een korting op hun bijdrage. Voor Nederland beloopt die 1,1 miljard jaarlijks.

Gedurende de avonduren van de Europese Raad kibbelden PM David Cameron, president Hollande en de Italiaanse premier Enrico Letta er nog langdurig over wie moet opdraaien voor deze compensaties. Uiteindelijk vonden zij elkaar op een uitermate gecompliceerd compromis.

Het Europees Parlement moet instemmen met het MFK. Het parlement wilde met de Commissie aanvankelijk de uitgaven tot 2020 met minimaal tien procent verhogen. Omdat dit in een tijdperk van overheidsbezuiniging op een ‘njet’ stuit bij diverse regeringen, heeft het parlement de uitgavenplafonds met tegenzin aanvaard. Van belang is dat de uitgaven ter versterking van de concurrentiekracht van de bedrijven met 37 procent zullen stijgen.

In de praktijk resulteert de financiering van bijvoorbeeld de landbouwpolitiek (38 procent van het totale EU-budget) of de structuurfondsen (circa veertig procent) jaarlijks in een overschot. Dat komt omdat Brussel tevoren altijd ruim begroot. Tot nu toe gaat een dergelijk overschot jaarlijks helemaal retour naar de nationale hoofdsteden.

6.

Voortaan flexibel EU-budget

Onder de noemer ‘flexibiliteit’ kreeg het Europees Parlement nu gedaan dat financiële overschotten voortaan naar het volgende jaar worden overgeboekt. Dit betekent dat in werkelijkheid hoogstwaarschijnlijk de EU-uitgaven toch niet omlaag gaan. Op sterk aandringen van Nederland en andere ‘zuinige landen’ wordt deze flexibiliteit voor 2018 beperkt tot zeven miljard in totaal, voor het jaar daarop tot negen miljard en voor 2020 tot tien miljard maximaal.

Het Europees Parlement heeft zodoende op totale uitgaven van 908 miljard 26 miljard extra binnengehaald. Voor de periode vóór 2018 verwacht premier Mark Rutte geen substantiële flexibiliteit. In 2016 volgt op aandringen van het Europees Parlement een tussentijdse herziening van de Europese begroting. 

Verder mag voor jeugdwerkloosheid, voor stimulering van de MKB’s (kleine en middelgrote bedrijven), wetenschappelijk onderzoek en innovatie toekomstig beschikbare financiën vervroegd gebruikt worden. Ten slotte moet Nederland slikken dat voor dit jaar de uitgaven aanvullend met 7,3 miljard extra omhoog gaan, wat onze schatkist ruwweg een half miljard kost. 

7.

Beleggers in banken aansprakelijk

Wankelende Europese grootbanken kunnen in de toekomst rechtstreeks een beroep doen op het noodfonds ESM. Er komt daartoe 60 miljard beschikbaar.

Het principe van de aanpak is Duitsland, Nederland, Finland vorig jaar door de strot geduwd. Na langdurig intensief beraad bereikte de EcoFin vlak voor de Europese Raad overeenstemming over de details. Inzet is de ‘Richtlijn tot vaststelling van een kader voor crisisherstel en afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen’. Uit de titel valt de vaagheid van de aanpak af te lezen en de onenigheid over de aanpak.

Alleen levensvatbare banken die bovendien over een realistisch saneringsplan beschikken worden gered. Na uiteraard de aandeelhouders worden voortaan de achtergestelde schuldeisers, de obligatiehouders en de spaarders (particulieren en bedrijven) boven de ton tegoed aangesproken. Vervolgens komt de regering van het betrokken land aan de beurt. Elk land legt daartoe een speciaal fonds aan. Pas nadat al deze instellingen hun bijdrage hebben geleverd komt de weg vrij naar het genoemde ESM. De aanpak betekent een stap naar de beoogde Europese Bankenunie.

Volgens deze formule draait niet langer de belastingbetaler er voor op zodra een bank omvalt. Tot nu toe is dat wel zo omdat de steun komt van de nationale schatkist dan wel via de regeringen van de Europese noodfondsen. Tussen 2008 en 2012 hebben de regeringen in de EU aldus maar liefst 4500 miljard aan garanties en kredieten moeten beschikbaar stellen, allemaal belastinggeld. Voortaan is de belastingbetaler pas in allerlaatste instantie (nadat de beleggers en de grote spaarders zijn leeggemolken) het haasje.

De nieuwe aanpak lijkt op die gekozen voor Cyprus op initiatief van Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem. Hij kreeg destijds een golf van kritiek over zich heen, maar had dus toch gelijk.

De richtlijn moet nog voor goedkeuring naar het Europees Parlement. Zij geldt pas vanaf 2018 volledig en bevat opzettelijk loopholes om nationale overheden meer vrijheid te geven. Frankrijk kreeg gedaan dat een nationale regering toch uit eigen schatkist een bank mag blijven redden. Dat is dan weer wel voor rekening van de burgerij. Duitsland en Nederland bereikten dat de burgers alleen opdraaien voor de eigen banken.

De ‘transferunie’, het uitsmeren van schulden over de nationale grenzen heen, blijft taboe. Eveneens blijft het aanspreken van de spaarders met een tegoed beneden 100.000 euro uitgesloten.

8.

Brusselse adviezen overgenomen

In het kader van het Europees Semester nam de Europese Raad de jaarlijkse ‘landen specifieke aanbevelingen’ van de Commissie zonder veel discussie over. Deze in veel hoofdsteden omstreden adviezen moeten als leidraad dienen bij het opstellen van de begroting voor 2014. Voor Nederland gaat het om vier aanbevelingen die het kabinet inmiddels heeft omarmd:

  • Beperking van het tekort op de overheidsbegroting.
  • Hervorming van de woningmarkt (o.a. de fiscale aftrek van de hypotheekrente).
  • Hervorming van ons pensioenstelsel (de vergrijzing van de bevolking).
  • Verhoging van de arbeidsparticipatie (langer werken, meer vrouwen).  

9.

Landbouwpolitiek gemoderniseerd

Na twee jaar onderhandelen bereikten Landbouwministerraad en Europees Parlement kort voor de Europese Raad overeenstemming over herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het nieuwe beleid koppelt de prijzen die de boeren ontvangen voor hun producten sterker aan die van de wereldmarkt. De quota, productiebeperking per bedrijf voor suikerbieten en melk, verdwijnen. Vergroening, dus milieuschoon boeren, is voorwaarde voor het ontvangen van inkomenssteun.

In het nieuwe beleid hangt de inkomenssteun die boeren ontvangen voortaan af van het aantal hectares en niet meer van hun productieomvang.  Vooral de telers van zetmeelaardappelen (Groningen-Drenthe) en kalvermesters (de Veluwe) krijgen daardoor lagere toeslagen. Tot nu toe ontvingen de Nederlandse boeren de hoogste steun in de EU en die in Oost- en Midden Europa de laagste.

Dit verschil gaat vanaf 2015 verminderen. Per jaar leveren de Nederlandse agrarische ondernemers aldus 100 miljoen inkomenssteun in. Totaal ontvangen zij tot 2020 toch nog 5,4 vijf miljard steun. Dit akkoord was (wegens de budgettaire gevolgen) verknoopt met de hiervoor genoemde overeenstemming over de financiering van de Unie tot 2020.

Het Europees Milieubureau en NGO’s op dat terrein wijzen het akkoord af. Volgens hen legt de landbouwpolitiek met bijna veertig procent een te groot beslag op het budget. Bovendien vinden zij de vergroening onvoldoende. Staatssecretaris van Landbouw, Sharon Dijksma (PvdA) en voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland, zijn echter wel tevreden.

Europa neemt met deze zoveelste herziening van het GLB afscheid van het markt en prijsbeleid dat Sicco Mansholt in de vorige eeuw lanceerde. Op basis van die formule ontvingen de boeren garantieprijzen met echter als gevolg overproductie (de boterberg en de wijnplassen).

10.

De Balkan haakt aan

De Europese Raad heeft tenslotte een stap gezet in de voortdurende uitbreiding van het aantal aangesloten landen. De komst van Kroatië (4,4 miljoen inwoners) als volwaardig 28e lid sedert 1 juli wordt in de conclusies van de bijeenkomst verwelkomd. De zojuist aangetreden Kroatische eurocommissaris, Neven Minica, (59) krijgt in Brussel de portefeuille consumentenbeleid.

De Europese Raad besloot toetredingsonderhandelingen te beginnen met Servië (7,4 miljoen inwoners), voorheen de kern van het vroegere Joegoslavië. Tegelijk streeft de EU naar een associatieakkoord met naburig Kosovo. Deze besluiten zetten het beoogde aanhaken van de reeks landen op de Balkan in gang. Letland ten slotte kreeg felicitaties omdat het glansrijk voldoet aan de normen en per Nieuwjaar de euro als munt zal invoeren.