Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Erna Scholtens, Op zoek naar 'nieuwe' transparantie

Erna Scholtens is bestuursadviseur bij Twynstra Gudde adviseurs en managers.

‘Het is tijd voor een nieuwe vorm van transparantie, waarbij gezonde argwaan in plaats wantrouwen de boventoon voert en waarbij vooral communicatie een hoofdrol moet spelen.’ Erna Scholtes keek tijdens de afsluiting van de MI-Zomerconferentie terug op de verschillende onderdelen van de conferentie. Transparantie is volgens haar onder andere een democratische waarde in zichzelf. Het geeft de burger meer vertrouwen in het politieke proces en het zorgt ervoor dat de burger de overheid kan controleren in haar besluitvorming. Maar afgaande op de vele sprekers tijdens de Zomerconferentie constateerde Scholtes een gevoel van ongemak. Moet alles wat qua transparantie en openheid mogelijk is zo maar kunnen?

‘Transparantie lijkt sinds een aantal jaren de norm’, zo betoogde Erna Scholtes, ‘maar waar liggen de grenzen? Onze samenleving kent algemeen erkende en vastgelegde vormen van non-transparantie, zoals het bankgeheim, het medisch geheim, het geheim van de Raadkamer en het ‘embargo’. Ook zijn er ongeschreven vormen, zoals het fractieberaad, het geheim van Soestdijk/Noordeinde en de vorming van een regeerakkoord. Maar aan de vanzelfsprekendheid daarvan wordt de laatste jaren flink gemorreld. Alles openbaar lijkt nu de norm, open government, open data. Maar gaat dat wel werken?,’ zo vroeg Scholtes zich af.

Te veel transparantie kan volgens Scholtes contraproductief werken: alles staat op internet, maar niets is te vinden. Ambtenaren gaan steeds minder vastleggen uit angst daarop aangesproken te worden. Wie alles ziet wordt bovendien onverschillig. Transparantie wordt geassocieerd met objectief, helder en duidelijk, maar is dat wel zo? Scholtes noemde de film Promised Land als voorbeeld: informatie is altijd gekleurd, is nooit onschuldig en houdt macht in. Totale transparantie is fictie en biedt geen garantie voor vertrouwen. Maar aan de andere kant roept beperkte transparantie wantrouwen op.

Hoe dan verder? Dat is moeilijk, of zoals Donner zei: een beetje transparant kan niet. Willen we ook wel zo volledig mogelijk transparant zijn? Scholtes zet hierbij vraagtekens. Hebben wij echt belangstelling voor de enorme brij aan feiten en details? Een artikel is al gauw te lang en een politicus moet in twee zinnen duidelijk maken waar het om draait. Willen we wel het naadje van de kous weten? Wij willen inmiddels wel alles van anderen weten, maar anderen mogen niets van mij weten: Not about my own business - Namob, de opstandige broer van Nimby (Not in my backyard).

Hoe moeten we dit oplossen? Scholtes vat samen: ‘eerst werd transparantie omarmd als democratische waarde, met vervolgens de ongeclausuleerde roep om méér. Thans ervaren we de ontnuchtering, nu de negatieve neveneffecten van transparantie zich aftekenen, en het daarbij horende wantrouwen en het overvragen.

We staan nu op de drempel van een realistischer kijk op transparantie, waarbij belangrijk is dat we ons realiseren dat transparantie een vorm van communicatie is en dus mensenwerk. Daarbij zijn integriteit en een gezonde vorm van argwaan sleutelwoorden. En er moet ruimte blijven voor bepaalde vormen van non-transparantie. .

Transparantie is behalve een democratische waarde ook ‘een houding’, een aspect van menselijk handelen. Op die manier levert transparantie een bijdrage aan de democratie en aan het vertrouwen in de democratie. Transparantie is meer dan ‘Weg met de achterkamertjes! Alles openbaar!’.