Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Een Amerikaans schoothondje?'

Joseph Luns
Bron: Andere tijden

In maart 2010 verscheen de politieke biografie over Luns van de hand van Albert Kersten. Kersten was bijzonder hoogleraar in de diplomatieke geschiedenis aan de Universiteit van Leiden.

Waarom heeft u voor Luns gekozen? Was dit op eigen initiatief of omdat er fondsen beschikbaar waren gesteld?

Ik was geïntrigeerd door het bestaande beeld van Joseph Luns in de publieke opinie, dat hij een aartsconservatief zou zijn en een politicus die deed wat Washington voorschreef, de ministerraad verkeerd informeerde en toch negentien jaar minister was in kabinetten van verschillende politieke kleur. Ik had via een uitgever al eens geprobeerd zijn medewerking voor een biografie te krijgen, maar dat had hij afgewezen. Toen in 1995 de oud-diplomaat Carl Barkman mij vroeg of ik ook niet vond dat het tijd werd voor een serieuze biografie na allerlei luchtige publicaties, heb ik hem gezegd dat ik het daarmee volledig eens was. Er waren echter twee problemen volgens mij. Luns stelde zijn archief niet open en wilde steeds zelf de eindredactie voeren. Barkman zegde toe met Luns te gaan praten. Mijn verwachtingen waren niet hoog gestemd. Na drie maanden belde Barkman op met de mededeling dat de zaak in orde was. Ik moest maar een afspraak maken. Op een mooie avond in mei heb ik mijn plan met Luns besproken op het balkon van zijn appartement aan de Franklin Rooseveltlaan in Brussel. Binnen twee weken hadden wij in een briefwisseling vastgelegd, dat ik de biografie zou schrijven, als enige toegang tot zijn archief zou krijgen en dat het archief zou worden overgebracht naar het Nationaal Archief in Den Haag.

Ik ben toen met de fondswerving begonnen. Buitenlandse Zaken stelde een substantiële subsidie beschikbaar. Later heeft een stichting in Liechtenstein een aantal buitenlandse onderzoeksreizen gefinancierd. De KLM gaf mij een aantal trans-Atlantische retours.

Had u een speciale (maatschappelijke of politieke) affiniteit met Luns? Zo ja, is dat een vereiste?

Ik had geen politieke affiniteit met Luns. Ik kom weliswaar uit een katholieke milieu, maar er waren geen duidelijke banden met de KVP. Als middelbare scholier en student vond ik Luns een interessant politicus. Ik denk niet dat maatschappelijke of politieke affiniteit met de persoon van je biografie een vereiste is. Er moet wel iets zijn dat je in hem fascineert. Bij mij ging het toch vooral om de beeldvorming die haaks leek te staan op zijn lange politieke carrière. Ik wilde er eigenlijk achter komen hoe het nu precies zat: was Luns inderdaad een Amerikaans schoothondje, dat binnenlands politiek met alle winden meewaaide? Hoe was hij er dan in geslaagd als onbetrouwbaar politicus zo lang aan de macht te blijven, ook nog eens dertien jaar bij de NAVO als secretaris-generaal? Die contrasten inspireerden mij bij mijn onderzoek en het schrijven van de biografie.

Welke ontwikkeling heeft uw sympathie voor Luns doorgemaakt? Is uw sympathie gaandeweg sterker geworden, of juist verminderd?

Ik heb in de loop van mijn onderzoek de echte Joseph Luns leren kennen. Mijn doel was een politieke biografie te schrijven. Mijn sympathie voor Luns als diplomaat en politicus is in de loop van het onderzoek wel gegroeid, maar toch binnen bescheiden proporties gebleven. Er waren ook aspecten in zijn persoonlijkheid waar ik weinig sympathie voor voelde. Hij was enorm ijdel, dol op hoge onderscheidingen, altijd bezig om zijn protocollaire rechten veilig te stellen of te versterken en dat toverde wel een grimlach op mijn gezicht.

Wat is de meest opvallende 'uitkomst' of 'ontdekking' geweest van de biografie?

Voor mijzelf is de meest opvallende uitkomst geweest dat ik op basis van uitvoerig archiefonderzoek in binnen- en buitenland en op basis van interviews een heel ander, veel solider beeld van Luns als diplomaat en politicus heb kunnen opbouwen. Hij was niet iemand die de kantjes ervan afliep, zich met grappen aan een moeilijke discussie onttrok, maar hij was een hardwerkende diplomaat en minister, met groot inzicht in internationale machtsverhoudingen, een zeer bekwaam onderhandelaar. Zijn grootste falen is natuurlijk het Nieuw-Guineabeleid, maar dat was ook het falen van het kabinetsbeleid sinds 1951. Er wordt nog wel eens vergeten dat het ook Luns is geweest die na het Nieuw-Guineadrama ook de betrekkingen met Indonesië weer heeft hersteld en opgebouwd.

Wat voegt de biografie toe?

Een beter beeld van Luns als politicus, gebaseerd op serieus historisch onderzoek. Luns was niet alleen een gedreven politicus, hij bouwde groot internationaal gezag op, dat ver uitstak boven de positie van minister van Buitenlandse Zaken van Nederland. Met uitzondering van Max van der Stoel kan dat van geen enkele Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken na de Tweede Wereldoorlog worden gezegd.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 juni 2014.