Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Koning die nooit opgaf'

Willem Frederik, Z.M. koning

In november 2013 verscheen 'Koning Willem I' van de hand van Jeroen Koch. Koch is docent-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht

Waarom heeft u voor Willem I gekozen? Was dit op eigen initiatief of omdat er fondsen beschikbaar waren gesteld?

Ik heb niet gekozen voor Willem I; Willem I was de koning die 'overbleef'. Het idee voor de reeks is in 2007 bedacht bij Uitgeverij Boom. Dik van der Meulen, die voor de uitgeverij manuscripten redigeert, ontdekte tijdens het schrijven van zijn Multatuli-biografie dat er geen behoorlijk boek over Willem III bestond, de koning aan wie Multatuli zijn Max Havelaar opdroeg. Hij wilde graag Willem III's leven beschrijven. Omdat dat als zelfstandig project moeilijk te realiseren was, is bedacht - op de uitgeverij en met de afdeling contract research van het toenmalige Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Cultuur (OGC) van de Universiteit Utrecht - dat een Willem III-biografie als onderdeel van een trilogie over Willem I, II en III meer kans zou hebben. Van de twee eerste koningen bestonden alleen enkele zeer oude wetenschappelijke biografieën; daar was ook historisch onderhoud mogelijk, en meer dan dat. Zo kreeg ik van het plan te horen. Ik wist dat Jeroen van Zanten (UvA) bezig was met een boek over Willem II, en daarmee bleef Willem I voor mij over.

Wij hebben een plan gemaakt met het oog op de tweehonderdjarige herdenking van de Oranjemonarchie in 2013, toestemming gevraagd en gekregen om in het Koninklijk Huisarchief onderzoek te mogen doen, en vervolgens zijn wij onder leiding van Joost Dankers, de coördinator van het contract research van het OGC en de organisator van het hele project, fondsen gaan werven. Tot ons grote genoegen was het Prins Bernhard Cultuurfonds bereid het project te financieren. Daarmee werden de biografieën een gezamenlijk initiatief van het PBCF, Uitgeverij Boom, de UU en de UvA.

Had u een speciale (maatschappelijke of politieke) affiniteit met Willem I? Zo ja, is dat een vereiste?

Uit het bovenstaande antwoord blijkt al dat ik vooraf geen speciale band met Willem I had. Ook over de periode rond 1800 had ik niet eerder geschreven. Nu was het niet de eerst keer dat ik me op een voor mij volstrekt nieuw onderwerp stortte. De hoofdpersoon van mijn vorige biografie, Abraham Kuyper, was mij zo mogelijk nog vreemder dan Willem I. Affiniteit met te beschrijven persoon kan een voordeel zijn maar is geen vereiste. Die affiniteit kan trouwens evengoed nadelig uitvallen en tot gebrek aan distantie leiden. Historici zouden eigenlijk alleseters moeten zijn; het is een breed vak en dat moet je breed beoefenen.

Welke ontwikkeling heeft uw sympathie voor Willem I doorgemaakt? Is uw sympathie gaandeweg sterker geworden, of juist verminderd?

Dat wisselt. Willem I was, in tegenstelling tot zijn oudste zoon, een weinig innemende man. Hij was een gesloten, eerzuchtig, standsbewust en zuinig. De hardheid van zijn karakter is versterkt door het politieke lot dat hem telkens weer trof - de revoluties en de oorlogen waardoor hem telkens het perspectief op een mooie positie werd ontnomen, maar die ook kansen boden. Willem Frederik zou stadhouder van de Republiek worden, maar hij werd, na bijna twintig jaar van schier onnavolgbare verwikkelingen, koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden om na vijftien jaar het zuiden (België) weer te verliezen. Enig medelijden met deze totale control-freak is haast onvermijdelijk. Bewonderenswaardig vind ik het gegeven dat hij nooit opgaf, verplicht als hij zichzelf achtte tot optimisme - Voltairiaans optimisme: 'de waanzinnige koppigheid waarmee je maar blijft volhouden, dat alles goed gaat, als het slecht gaat.' (Candide).

Tegelijk moet worden geconstateerd dat Willem I wel erg goed voor zichzelf zorgde, en daarbij zijn omgeving - in het bijzonder de latere Willem II - volstrekt ondergeschikt maakte aan zijn ambities. Alles en iedereen beschouwde hij als instrumenten van zijn macht.

Wat is de meest opvallende 'uitkomst' of 'ontdekking' geweest van de biografie?

Als ik op de reacties van de lezers af mag gaan zitten de verrassingen in:

  • De mate waarin Nederland na 1802, en zeker na 1806, uit de toekomstplannen van de Oranjefamilie verdween. Willem Frederik wilde na de slag bij Jena en Auerstedt (oktober 1806) ergens in Europa kunnen regeren.
  • De buitenechtelijke kinderen die hij tussen 1806 en 1812 verwekte bij Julie van de Goltz, gouvernante en hofdame.
  • Zijn verhouding tot Napoleon. De grenzeloze bewondering in 1802 tijdens het bezoek aan Parijs; de wijze waarop hij tot driemaal toe door het stof gaat voor de Franse keizer, de mate waarin hij een bestuurlijk voorbeeld aan hem ontleend.
  • De relativering van zijn economische politiek waarvan vooral de financiële basis volstrekt ondeugdelijk was en daartegenover het enorme belang van zijn kerkpolitiek (in Fulda, in de Zuidelijke en in de Noordelijke Nederlanden).
  • Zijn gebrek aan politiek inzicht en zijn abonnement op onhandige beslissingen.
  • Voor de jonge jaren: het intensieve overleg dat hij over vrijwel alles had met zijn moeder Wilhelmina van Pruisen. En de vertrouwelijkheid in de brieven aan Louise, zijn zus.

Wat voegt de biografie toe?

Allereerst is er eindelijk weer een synthese van het historisch onderzoek over Willem I beschikbaar.Ten tweede wordt zijn leven - net als dat van Willem II en Willem III in biografieën van Jeroen van Zanten en Dik van der Meulen - uitdrukkelijk in een Europese context beschreven: zij maakten deel uit van het familienetwerk van Europese vorsten. Bovendien is de Nederlandse geschiedenis tussen 1795 en 1815 (of 1830, of zelfs 1848) zonder deze Europese volstrekt onbegrijpelijk. Verder krijgen publiek en privéleven beide het volle pond, en wordt ook ruim aandacht besteed aan de periode voor 1813: de eerste 41 levensjaren van de koning.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 juni 2014.