Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Het DNA van de kleine luyden'

Biesheuvel, Mr. B.W.

In mei 2012 vercheen 'Mooie Barend. De vergeten premier' van de hand van Wilfred Scholten. Scholten is politicoloog en programmamaker voor de NCRV.

Waarom heeft u voor Biesheuvel gekozen? Was dit op eigen initiatief of omdat er fondsen beschikbaar waren gesteld?

Tijdens de presentatie van de biografie van oud-premier Piet de Jong in de voormalige zaal van de Tweede Kamer, bedacht ik me: 'Wat leuk, waarom schrijf ik zelf niet eens een biografie van een oud-politicus?'. Zo begon het denkproces, dat enige jaren later resulteerde in de start van mijn onderzoek naar leven en werk van Barend Biesheuvel. Van hem was namelijk nog geen biografie verschenen, zo was ik te weten gekomen. Op de Vrije Universiteit, waar ik contact mee had gezocht, bleek dat het archief van hem bij zijn zoon lag, maar dat hij die (nog) niet wilde afstaan. Op advies van prof. Jan de Bruijn, die ik om raad vroeg, moest ik maar gewoon beginnen met mensen interviewen en archieven induiken. Tegelijkertijd vroeg ik bij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (FBJP) subsidie aan om onbetaald verlof te kunnen kopen bij mijn werkgever, de NCRV. In mijn vrije tijd en in de vakantie ging ik op onderzoek uit. Na een aanvankelijke weigering van het FBJP kreeg ik toch een startsubsidie. Maar fondsen aanboren voor zo'n project blijkt heel lastig (is ook de ervaring van anderen). Men is er niet scheutig mee en het is nooit voldoende om er fulltime aan te kunnen werken.

Later kreeg ik nog subsidie van de Abraham Kuyperstichting en de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de VU. Halverwege het schrijven, toen prof. De Bruijn voorstelde er een promotieonderzoek van te maken, kreeg ik ook via Biesheuvels zoon het archief. Een geweldige bron! Uiteindelijk ben ik er vanaf 2005 tot en met mei 2012 mee bezig geweest, naast mijn baan als journalist bij Netwerk en later Altijd Wat.

Had u een speciale (maatschappelijke of politieke) affiniteit met Biesheuvel? Zo ja, is dat een vereiste?

Mijn affiniteit met Biesheuvel was er onderbewust altijd al. Ik kom uit een echt ARP-gezin waar Trouw werd gelezen, de NCRV-gids lag en we naar de gereformeerde kerk gingen. Precies de achtergrond van Barend Biesheuvel. Ik herinner me ook vaag de stickers en posters van de ARP met de naam Biesheuvel erop. Ik was toen een jaar of acht. Dus ik wist waar ik het over had toen ik dat milieu beschreef en hoe de gereformeerde wereld denkt en werkt. Het is geen vereiste voor een biograaf, maar wel een voordeel denk ik.

Na afloop kreeg ik van recensenten en familieleden van Biesheuvel het compliment dat ik hem had neergezet hoe hij was. Als biograaf heb je feiten verzameld, maar je moet ook interpreteren en hiaten opvullen via verbeeldingskracht: zo zou hij gedacht kunnen hebben. Dan helpt het enorm als je kunt invoelen hoe hij in zijn eigen kring stond en over zaken dacht. Een persoonlijke noot: enkele karaktereigenschappen herkende ik in hem. Misschien dat dat ook te maken heeft met het dna van de kleine luyden van Abraham Kuyper, waarvan we beiden afstammelingen zijn.

Welke ontwikkeling heeft uw sympathie voor Biesheuvel doorgemaakt? Is uw sympathie gaandeweg sterker geworden, of juist verminderd?

Mijn sympathie voor Barend Biesheuvel wisselde gedurende het onderzoek steeds. Op sommige momenten kon je zijn gedachtegang goed volgen, terwijl je soms met kromme tenen moest opschrijven welke 'streken' hij nu weer uithaalde. Zijn karakter was dusdanig dat het in ieder geval nooit saai was wat hij meemaakte. Vanwege zijn lengte en uitstraling werd hij al snel Mooie Barend genoemd. Maar in verhouding met anderen was hij soms bot en hovaardig, terwijl hij zelf snel licht geraakt kon zijn en op beslissende momenten gebrek aan (zelf)vertrouwen had. Een complex mens noemde ik hem dan ook in mijn boek. Maar uiteindelijk kreeg ik wel een zwak voor hem: hij wilde een goed bestuurder zijn, hield hartstochtelijk van de politiek en wist zijn partij in de woelige jaren zestig bijeen te houden. Daarnaast had hij humor en hield hij ervan om met de parlementaire pers het 'duel' aan te gaan, wat me erg voor hem innam. Later in zijn leven heeft hij met de introductie van de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en zijn pleidooi voor een referendum blijk gegeven van zijn democratische gezindheid. Als biograaf moet je afstand houden en jezelf nooit vereenzelvigen met jouw 'object', dan wordt het boek onleesbaar.

Wat is de meest opvallende 'uitkomst' of 'ontdekking' geweest van de biografie? Wat voegt de biografie toe?

De meest opvallende uikomst is dat Biesheuvel door zijn moeilijke karakter en gebrek aan zelfvertrouwen (om op beslissende momenten moed te betonen) zichzelf als politicus in de weg stond. Heel zijn loopbaan stond bol van de ambitie om het hoogste te bereiken - het premierschap - maar toen hij het had bereikt heeft Biesheuvel dat op een merkwaardige manier verspeeld. Hij bleek toch niet de sterke leider die anderen - en hijzelf - voor ogen had. Hij miste flexibiliteit en moed om zijn kabinet te redden en tegen de wil van zijn eigen partij in te gaan (er moest veel bezuinigd worden wat de ministers van DS'70 weigerende zolang er ook niet een loonmaatregel genomen werd, waar de ARP-fractie en collega-minister Boersma tegen waren). Tegelijkertijd is hij door de hoogmoed van de linkse partijen en door het 'verraad' van Boersma (gesteund door fractievoorzitter Willem Aantjes) op een schandalige manier afgeserveerd als leider.

Met wat meer durf, flexibiliteit en stuurmanskunst had hij de eerste leider van het toen gevormde CDA kunnen worden, want hij was bij de christendemocratische achterban zeer geliefd. Huidige politici kunnen hiervan wellicht leren. Bij mijn promotie was premier Mark Rutte aanwezig en uit een latere toespraak valt op te maken dat hij zijn lessen heeft getrokken.

Wat voegt de biografie toe?

Dan kan ik het beste anderen citeren. Bij de uitreiking van de J.M. Brusseprijs voor het Beste Journalistieke Boek van 2013 zei juryvoorzitter Maartje van Weegen over Mooie Barend (dat de prijs won) dat het meer was dan een biografie van een mislukte premier, waarbij de schrijver hem dicht op de huid zit. ,,Het geeft bovendien een prima tijdsbeeld van de politiek in de jaren zestig en zeventig met de Irene-kwestie, het huwelijk van prinses Beatrix met een Duitser, Pieter van Vollenhoven die wel of geen prins mag worden, de Drie van Breda en oprichting van het CDA'', aldus Van Weegen. Dat is denk ik ook het doel van een goede politieke biografie: dat je iemand beter leert kennen in de context waarin hij of zij moest opereren.

Het was voor mezelf een fantastische zoektocht, een puzzel die opgelost moest worden. Bij mijn promotie noemde een hoogleraar het een thriller, waarvan de uitkomst al vast stond, maar die niettemin spannend bleef tot de laatste bladzij. Het gaat immers om vertrouwen, verraad, moed en mensenkennis - herkenbaar voor

iedereen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 juni 2014.