Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De 'ideale' Eerste Kamer

Bert van den Braak, Parlementair Documentatie Centrum Universiteit Leiden

In 1922 zei Baron De Vos van Steenwijk in een vurig betoog om de onafhankelijke Eerste Kamer te verdedigen dat de leden daarvan waren:

 

'mannen van uitgebreide kennis en rijke ondervinding, eerbied afdwingende, vertrouwen wekkende, onafhankelijke figuren, die zich om allerlei redenen voor de Tweede Kamer nimmer beschikbaar zouden hebben gesteld, geen politici van ambacht, politiciens, maar Staatslieden met een onbevangen en objectief oordeel, die de hun voorgelegde quaestiën uitsluitend toetsen aan het algemeen belang, wier deelneming aan het staatkundig leven voor het vaderland van groote winst was, wier onthouding een gevoelig verlies zou hebben beteekend.' 

Of dat klopte? Dat is iets anders. En voor alle duidelijkheid: het beeld klopte niet. Nu is het beeld sowieso geheel anders dan De Vos toen voorspiegelde. Zijn ideaalbeeld bestond niet, maar wat zou dat nu kunnen zijn?

De discussies over de Eerste Kamer gaan allereerst over taak en positie. Afhankelijk van welke positie in die debatten wordt ingenomen, zou ook de vraag te beantwoorden zijn of er er 'ideale' Eerste Kamer denkbaar is. Wie een politieke actieve Senaat wil, die opereert op basis van de actuele politieke verhoudingen na de laatste verkiezingen (nu dus de Statenverkiezingen) zal een ander beeld hebben dan iemand die vindt dat de Eerste Kamer terughoudend moet zijn en het primaat van de Tweede Kamer moet erkennen.

Laten we er bij de poging om een 'ideale' Eerste Kamer vanuit gaan dat het wenselijk is dat de Eerste Kamer zich enigszins terughoudend opstelt en vooral let op de kwaliteit van de wetgeving. Velen zien dat immers als het ideaalbeeld van de Senaat. Dat is dan een Kamer die wetgeving in laatste instantie toetst op kwaliteit, uitvoerbaarheid, noodzaak, doel- en rechtmatigheid etc. 

Niet vergeten moet echter worden dat ook toetsing op 'kwaliteit' (in brede) zin nimmer geheel zonder politieke afweging plaatsvindt. Partijen denken bijvoorbeeld anders over de rol die de overheid moet spelen. Een partij die vindt dat de overheid niet te veel taken op zich moet nemen, zal eerder kritisch zijn over wetgeving die bijvoorbeeld nieuwe instanties in het leven roept dan een partij die juist voorstander is van overheidsbemoeienis. 'Kwaliteit' is niet politiek-neutraal.

Een 'ideale' Senaat zal dus juist een politiek orgaan moeten zijn en dus gekozen (wat mij betreft liever door burgers dan door Statenleden). Verkiezingen zijn het beste middel om tot een goede politieke afspiegeling van opvattingen in de samenleving te komen. Het is overigens uit praktisch oogpunt wel zo prettig als politieke samenstelling van Tweede en Eerste Kamer niet te veel uiteenlopen. Concurrentie tussen beide Kamers zou zelfs verlammend kunnen werken voor het politieke bestel.

Uiteraard is inhoudelijke kennis van de zaken waarover beslissingen moeten worden genomen heel belangrijk. De 'ideale' Eerste Kamer bestaat zeker uit op diverse beleidsterreinen terzake kundige leden, die daarover met gezag het woord kunnen voeren. De meerwaarde van deskundigheid in één fractie kan zijn (en is dat in de praktijk ook) dat dit het gezag van de gehele Kamer ten goede komt. De deskundigheid kan het mogelijk maken om tegen het kabinet te zeggen: wat jullie nu voorstellen kan echt niet. 

Ze moeten echter ook in staat zijn om een goede politieke afweging te maken. Politiek-bestuurlijke ervaring kan ervoor zorgen dat er tegelijkertijd het besef is dat wetsvoorstellen er soms toch maar - ondanks bezwaren - door moeten komen, omdat er nu eenmaal dringende noodzaak is om iets te regelen (bijvoorbeeld om bezuinigingen te kunnen realiseren). 

Per saldo bestaat een 'ideale' Eerste Kamer dus uit leden die een verantwoorde afweging kunnen maken, zowel op inhoudelijke als politieke gronden.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 28 april 2015.