Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

1981: PvdA stemt op het CDA en D66 wint een zetel

Verkiezingen van de Eerste Kamer leveren vaak rekenwerk op. Dat was voor 1983, toen er nog een ander kiesstelsel was, niet anders dan nu. In 1981 moesten alle 75 Eerste Kamerleden worden gekozen, omdat voorstellen tot herziening van de Grondwet waren aangenomen. Toen (dat is nu niet meer zo) moest dan ook de Eerste Kamer worden ontbonden en opnieuw worden gekozen.

De Eerste Kamer werd tot 1983 in vier 'districten' op basis van evenredige vertegenwoordiging gekozen. Dat waren vier groepen van provincies. Groep I was Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg, Groep II Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe, Groep III Noord-Holland en Friesland en Groep IV Zuid-Holland. 

Partijen dienden per Provinciegroep meestal meerdere kandidatenlijsten in, om daarmee de kans op restzetels te vergroten. Vooral grotere partijen profiteerden daarvan. In de Staten van Noord-Brabant paste de PvdA-fractie echter een truc toe om het CDA dwars te zitten. Ze had goed gekeken welke de mogelijkheden de Kieswet bood.

Bij de restzetelverdeling gold in principe het systeem van grootste gemiddelden. Daarbij wordt gekeken welke partij het grootste gemiddelde aantal stemmen heeft. Dat gebeurt door de stemmen (berekend op grond van de stemwaarden) die zijn behaald te delen door het aantal behaalde 'volle' zetels plus één. Het CDA kon bij toepassing van dat systeem rekenen op een extra restzetel. 

Enkele PvdA-Statenleden in Noord-Brabant stemden echter op het CDA, waardoor die partij anders dan gedacht meer 'volle' zetels behaalde. Dat leidde er weer toen dat er in totaal minder dan zes restzetels waren te verdelen. In dat geval bepaalde de Kieswet dat niet het stelsel van grootste gemiddelden werd toegepast, maar het stelsel van grootste overschotten. Dat pakte ongunstig uit voor het CDA. Een door het CDA verwachte (extra) restzetel ging naar D66.

De PvdA zorgde er zo voor dat het CDA niet het grootste werd in de Eerste Kamer. Beide partijen hadden vanaf juni 1981 achtentwintig zetels in de Senaat. Dat is wel iets anders dan de te verwachten dertien respectievelijk acht zetels waarop CdA en PvdA nu kunnen rekenen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 28 april 2015.