Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Een terugblik met SGP-senator Holdijk

Gerrit Holdijk

'De 'doorslaggevende stem' die mij gedurende de laatste twee kabinetsperiodes werd toegedicht was niet meer dan één van de 75 stemmen.' Aan het woord is Gerrit Holdijk Eerste Kamer lid voor de SGP. Op 2 juni neemt hij na ruim 25 jaar afscheid van de Eerste Kamer. Een terugblik: 'In 25 jaar doen zich uiteraard allerlei veranderingen voor, ook in en rond de Eerste Kamer. 25 Jaar geleden hoorde men zelden over de 'Senaat' en over senatoren spreken. Waar duidt dat precies op? De publieke aandacht voor de Kamer was aanmerkelijk geringer dan nu, een enkel incident daargelaten. De schijnwerpers der publiciteit doen de Kamer als 'chambre réflexion' niet altijd goed'. Holdijk noemt vervolgens ook de verdergaande europeanisering die grote, directe invloed gekregen heeft op de taak en werkwijze van de Kamer.

Gerrit Holdijk, van huis uit jurist, was aanvankelijk beleidsmedewerker bij de Tweede Kamer-fractie van de SGP. In 1986 vroeg het partijbestuur of hij niets voor het Eerste Kamerlidmaatschap voelde. Vanwege zijn belangstelling voor wetgeving stelde hij zich verkiesbaar. In 1986 en 1987 en vervolgens vanaf 1991 maakt hij deel uit van de fractie van de Eerste Kamerfractie van de SGP, sinds 2011 een eenmansfractie. 'Als éénmansfractie – maar ook als tweemansfractie is het onmogelijk alle terreinen goed te blijven volgen. In afstemming met mijn fractiegenoot - tot 2011 - én in afstemming met (oorspronkelijk) de GPV- en RPF-fractie - later CU-fractie - verdeelden we de beleidsterreinen.' Holdijk legde zich vooral toe op Justitie, binnenlands bestuur, Grondwet en op Landbouw en natuur, dat gezien zijn achtergrond als jurist en als zoon uit een agrarisch milieu een logische keuze was. 

De SGP-senator relativeerde al de 'sleutelrolrol' die hij bij het vinden van een meerderheid voor het kabinet in de Eerste Kamer zou hebben gespeeld. Sterker nog: 'Soms kreeg je de indruk dat je politiek gesproken, 'quantité négligeable' was, - en dat was in getalsmatig opzicht dan ook het geval. Maar een volgende keer werd mijn bijdrage aan de discussie dan weer aanzienlijk serieuzer genomen.’ Een dieptepunt in de afgelopen 25 jaar weet Holdijk niet echt te noemen, hoewel de discussie rond het schrappen van de bepaling inzake strafbare godslastering hem zeker zal bijblijven. 'Juridisch was de bepaling een dode letter geworden, maar de fanatieke ijver waarmee - met een initiatiefvoorstel – het schrappen werd nagestreefd was in mijn ogen veelzeggend vanuit een oogpunt hoe men actueel de rol van de religie in de samenleving beschouwt.' Ook het noemen van een hoogtepunt in een tijdsbestek van 25 jaar is moeilijk. Wel wil hij over het afwijzen door de Eerste Kamer van het verbod van de rituele (onverdoofde) slacht kwijt dat de Kamer toen bewees een hoedster c.q. waakhond te willen zijn van de rechtsstaat (met grondrechten ter bescherming van minderheden).

'Met adviezen aan het adres van achterblijvende Kamerleden en nieuwkomers past een vertrekkend lid grote terughoudendheid,' aldus Holdijk. Toch meent hij oprecht dat een (te) partijpolitieke opstelling fnuikend is voor de rol van de Eerste Kamer in het Nederlandse tweekamerstelsel. 'Verder heeft de Kamer, als Kamer van heroverweging, behoefte aan leden die over veel ervaring buiten de politiek beschikken. Zo’n Kamer heeft vooral geen behoefte aan leden met persoonlijke politieke ambities, laat staan aan politieke carrièrejagers. Daar moeten de kandiderende politieke partijen op letten', zo sluit Holdijk zijn ‘aanbevelingen’ aan, om er tenslotte nog aan toe te voegen dat de zittingsduur van de Eerste Kamer lang genoeg moet zijn moet lang genoeg zijn om kennis van zaken op te bouwen ten bate van de wetgevingskwaliteit. Dan is 6 jaar beter dan 4 jaar. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 28 april 2015.