Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Politiek en peilingen: Merkel doet het zo slecht nog niet

Hanco Jürgens is wetenschappelijk medewerker bij het Duitsland Instituut Amsterdam (verbonden aan de UVA).

Alom hoor je dat Angela Merkelspositie in gevaar is. Na tien jaar regeren zou haar houdbaarheidsdatum voorbij zijn. En haar partij keldert in de peilingen. Maar wie wat preciezer kijkt, ziet dat er nauwelijks sprake is van een vertrouwensbreuk met de kiezer. Heel anders dan in Nederland, staat de belangrijkste Duitse regeringspartij stijf bovenaan in de polls. Politiek en peilingen, ze kunnen niet zonder elkaar. Maar de waardering van peilingen in Duitsland en Nederland verschillen wel erg sterk van elkaar. En de gevolgtrekkingen ook. De verschillen zijn te groot om niet bij stil te staan.

Duitsland verdeeld

De vluchtelingencrisis heeft de Duitse politiek hard getroffen. Vooral de christendemocraten van CDU/CSU zijn sterk verdeeld. Belangrijke ministers praten langs elkaar heen en negeren daarbij soms bewust de standpunten van kanselier Merkel waardoor zelfs haar belangrijkste adviseur Peter Altmaier moeite heeft om alles uit te leggen op de vele talkshows waar hij acte de présence geeft. Vooral de Beierse CSU voert oppositie tegen de eigen kanselier. Vorige zaterdag werd Merkel publiekelijk geschoffeerd door CSU-leider Horst Seehofer, die nadat de kanselier het partijcongres van de CSU had toegesproken, snel het podium betrad om zijn visie van het verhaal te geven. Een kwartier lang stond ze op het podium te wachten tot hij was uitgesproken.

Geen wonder dat we her en der lezen dat Merkel haar beste tijd heeft gehad. Dat zou ook blijken uit de peilingen, zo lezen we in alle media. Maar juist dat valt reuze mee. Deze zomer was Merkel nog onaantastbaar en stond de ‘Union’, zoals de Christendemocratische partijen gezamenlijk worden genoemd, op 42 procent. Dat percentage daalde naar 36 procent, maar is na de aanslagen in Parijs weer terug op 39 procent. De CDU/CSU schommelt al jaren rond de 40 procent in de peilingen, en de SPD rond de 25 procent. Het Duitse kiezersvolk is nauwelijks in beweging te krijgen. Vandaar dat de relatief kleine schommelingen van de afgelopen weken in de media gebracht werd als groot nieuws; en dat er meteen ook stevige conclusies aan werden verbonden.

Hoe anders is het in Nederland. Hier staat de VVD als grootste coalitiepartij op minder dan 20 procent in de peilingen. Maar van een debat over de bedreigde positie van premier Rutte is in het geheel geen sprake. In Nederland jojoën de peilingen dusdanig dat weinig mensen zich er zorgen over maken. En dat is gezien de ervaringen ook logisch. Het komt vaker voor dat partijen als de SP het in de peilingen voorafgaand aan de verkiezingen erg goed doen, maar op de verkiezingsdag teleurstellend scoren. En gezien de rappe inhaalrace van Samsom bij de afgelopen verkiezingen lijken de huidige, rampzalige cijfers voor de PvdA mogelijk zelfs een goede uitgangspositie voor een nieuwe inhaalrace bij de volgende verkiezingen. In Nederland maakt men zich minder druk om de peilingen, terwijl deze peilingen nu juist een zeer zorgelijk beeld laten zien. Hier staat de PVV al enige tijd bovenaan. De partij van Wilders doet het in alle opzichten veel beter dan het Duitse equivalent de Alternative für Deutschland. Maar van een grundlegend debat over het succes van de PVV is nauwelijks sprake. De media waagt zich er niet aan.

Peilingen

Maar er zijn zeker ook verschillen in de werkwijze en de resultaten van de peilbureaus. Op de avond van de verkiezingen zelf zijn Duitsers beter in staat om de juiste prognoses te geven dan Nederlanders, en dat terwijl het land bijna vijf keer meer inwoners telt. Bij de laatste verkiezingen in Duitsland was het de grote vraag of de FDP en de AfD de kiesdrempel van vijf procent zouden halen. De eerste prognose, direct na sluiting van de stembus gaf aan dat beide partijen het net niet zouden halen, met respectievelijk 4,5 en 4,8 procent van de stemmen. Het beloofde een spannende avond te worden, maar dat werd het uiteindelijk niet. De prognoses verschilden nauwelijks van de einduitslag. Beide partijen bleven op een haar na buiten de Bondsdag.

Hoe anders ging dat in Nederland bij de laatste verkiezingen. De eerste prognoses na sluiting van de stembussen gaven aan dat PvdA en VVD in een nek-aan-nekrace waren verwikkeld: beide partijen stonden op 41 zetels. Pas rond drie uur ’s nachts claimde Rutte de overwinning. Inderdaad had de VVD 41 zetels gehaald, maar de PvdA was uitgekomen op 38; maar liefst drie zetels minder. Ter verdediging  van de Nederlandse peilbureaus kan worden ingebracht dat Diederik Samsom bezig was met een geweldige opmars, waardoor het moeilijker wordt om te peilen waar de partij precies staat in de opwaartse curve.  Maar ook de verkiezingen ervoor gaven pas laat in de nacht uitsluitsel, hetgeen resulteerde in een uitzinnige feestvreugde bij de VVD met de bekende danspassen op het podium van de Kamerleden Aptroot, Teeven en Elias, iets waar ze niet graag aan herinnerd worden. 

Geen alternatief voor Merkel

Anders dan in Nederland wordt de Duitse burger ook voortdurend geïnformeerd over het vertrouwen van de bevolking in de eigen politici. Hieruit kan goed worden opgemaakt of Merkel nu wel of geen zorgen moet maken over haar positie. Op het eerste gezicht lijkt het dat ze haar onaantastbare positie kwijt is. Duitsers zijn immers kritisch over haar ‘Wir schaffen das’. In april van dit jaar was 75 procent van de Duitsers nog tevreden met haar politiek, nu is dat nog maar 49 procent. Als het gaat om de tevredenheidsquote moet ze de oude vossen Schäuble (CDU) en Steinmeier (SPD) ver voor zich laten; zij hebben in hetzelfde onderzoek beduidend meer krediet dan Merkel, respectievelijk 68 en 67 procent. 

Maar pas op. Op de vraag wie de kiezer als beste kanselier ziet blijkt dat er geen alternatief is voor Merkel. Nog steeds wordt zij gezien als intelligent (82 procent) en moedig (55 procent), als een sterke leiderschapspersoonlijkheid (62 procent) met verstand en een heldere koers (55 procent) en grote kennis van zaken (54 procent). Slechts 19 procent van de Duitse kiezers ziet een andere kandidaat voor zich die het in de huidige situatie beter kan doen dan zij. En van die 19 procent scoort Horst Seehofer nog het beste met 6 procent. 

Merkel heeft dus bar weinig te duchten van SPD-partijleider Sigmar Gabriel, die zich recent heeft aangemeld als kanselierskandidaat. Aftreden in de huidige storm zal ze niet willen, of ze moet er echt genoeg van krijgen. Maar dat lijkt niet het geval. Ze is al vaker afgeschreven, maar als je het mij vraagt blijft ze nog wel even aan.

 

Voor meer informatie over peilingen in Duitsland, zie:

Forsa Sontagsfrage: http://www.wahlrecht.de/umfragen/forsa.htm

ARD Deutschlandtrend: http://www.infratest-dimap.de/fileadmin/user_upload/dt1511_bericht.pdf

Institut für Demoskopie Allenbach: http://www.ifd-allensbach.de/

Thomas Petersen, ‘Die Alternativlose Angela Merkel’, Frankfurter Allgemeine Zeitung, 19-11 2015, http://www.faz.net/aktuell/politik/inland/allensbach-umfrage-zu-zehn-jahren-angela-merkel-13919623.html


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 november 2015.