Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Verschillen in zorg: decentralisatie en gelijkheid

Aalt Willem Heringa, hoogleraar staatsrecht Universiteit Maastricht

Door de decentralisatie in de zorg ontstaan er verschillen tussen gemeenten in eigen risico, kwaliteit van de zorg en omvang van de zorg. Dat was uiteraard beoogd met de grote decentralisatie operatie en als het niet beoogd was, dan was het voorzienbaar dat er verschillen zouden gaan ontstaan. Dat is nu eenmaal het kenmerk van decentralisatie. Iets wordt overgelaten of opgedragen aan de 390 gemeenten zodat en opdat ieder een eigen beleid kan voeren, uiteraard binnen de grenzen van de wet, grondwet en verdragen. Het is ook niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel dat er verschillen gaan ontstaan, want als verschillen tussen gemeenten in strijd met het gelijkheidsbeginsel zouden zijn, geldt dat het concept van decentralisatie dat nu eenmaal verschillen mogelijk maakt en ook voorstaat. De OZB verschilt en de kwaliteit van schoolgebouwen, en sportaccommodaties, de afvalstoffenheffing en parkeertarieven, de kwaliteit van het openbaar vervoer en nog veel meer. Sommige gemeenten zijn efficiënter dan anderen en leveren betere services.

Als we niet willen dat er op bepaalde diensten en sectoren verschillen zijn, dan zijn er maar twee mogelijkheden over:

  • 1. 
    We gaan weer over tot centralisatie, met alle nadelen van dien, zoals onder meer de afwezigheid van kennis van de lokale situatie.
  • 2. 
    We decentraliseren wel, maar schrijven in detail aan de gemeenten voor wat en hoe ze moeten handelen: strak gereguleerd medebewind. Dan beschouwen we de gemeente dus als een uitvoeringsinstantie van uniform nationaal beleid. We regelen dan de organisatie van de zorg dusdanig dicht dat van de voordelen van decentralisatie weinig meer terecht komt en dat er effectief sprake is van centralisatie.

Decentralisatie impliceert ongelijkheid tussen gemeenten. Niet binnen gemeenten. En we hebben daar overigens wel een ondergrens, namelijk de grenzen die in de wetgeving worden gesteld, en het minimumniveau dat volgens wet, grondwet en verdrag moet worden gesteld.

Naar positief recht is de huidige decentralisatie niet a priori in strijd met onze grondwet, in tegendeel, de grondwet gaat uitdrukkelijk van decentralisatie en dus een zekere vorm van ongelijkheid uit. We kunnen uiteraard wel vinden dat de zorg beter gewaarborgd is met een grote(re) vorm van centralisatie, maar dat is niet een juridische uitspraak maar een beleidsmatige, waarbij verschillende belangen worden afgewogen. De stelling dat art. 1 grondwet is geschonden gaat in ieder geval niet op.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 25 januari 2016.