Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Grondwetbundel 1815

20161107 181107 resized

Op 7 november 2016 ontvingen de ministers-presidenten Geert Bourgeois en Mark Rutte van Vlaanderen respectievelijk Nederland, de eerste exemplaren van de bundel ‘De Grondwet van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van 1815’. In verschillende beschouwingen gaan de auteurs van deze bundel in op de vraag in hoeverre de Grondwet van 1815, die gold voor het herenigde Nederland en België, nog doorwerkt in het staatsbestel van deze landen. De overhandiging vond plaats tijdens de Vlaams-Nederlandse top in Gent.

 
Titelblad Grondwet 1815

Wie op wetten.nl op zoek gaat naar de Grondwet zal waarschijnlijk tot zijn verbazing merken dat op dit moment in Nederland de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815 geldend recht is. Weliswaar is deze Grondwet vele malen gewijzigd, voor het eerst in 1840 en voor het laatst in 2008 en wordt in de volksmond - ook in de vakliteratuur -gesproken over de grondwet van 1848 en 1983, maar eigenlijk is er steeds sprake van een wijziging van de Grondwet die op 18 augustus 1815 zowel in Den Haag door de Staten-Generaal (toen nog bestaande uit één Kamer) als in Brussel met toepassing van de inmiddels alom bekende Hollandse rekenkunde[1] werd aangenomen. Deze Grondwet van 1815 moest het staatsbestel regelen van de vereniging van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, een samengaan dat van 1815 tot 1830 heeft geduurd en waar de Belgen door middel van een ‘revolutie’ in 1830 een einde aan hebben gemaakt.

De Grondwet van 1814, die alleen voor de Noordelijke Nederlanden gold, en waarvan het 200-jarig bestaan in 2014 in Nederland uitbundig is gevierd, heeft dus eigenlijk maar een jaar als Grondwet gegolden. Wel heeft deze Grondwet aan de basis van de Grondwet van 1815 gestaan, maar de invloed van de Zuidelijke Nederlanders, de Belgen, is duidelijk herkenbaar in de Grondwet van 1815:

  • een tweekamerstelsel in plaats van een eenkamerstelsel;
  • de vergadering van de Tweede Kamer wordt openbaar (die van de enige Kamer uit de Grondwet van 1814 was niet openbaar);
  • de begroting wordt voor tien jaar vastgesteld in plaats van voor ‘eens en altijd'.

De laatste twee punten zouden ook zonder samenvoeging van Noord- en Zuid-Nederland er in de loop van de 19e eeuw wel gekomen zijn vanwege het opkomend liberalisme, maar de Eerste Kamer heeft Nederland aan de Belgen te danken. Daarnaast had Willem I, in de Grondwet van 1814 slechts soeverein vorst, zich inmiddels de titel koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden aangemeten. Ook die titel is een gevolg van de vereniging: de kans dat zonder de samenvoeging koning Willem-Alexander nu slechts Soeverein Vorst zou zijn is niet uit te sluiten.

Ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Grondwet van 1815 boog een keur aan Belgische en Nederlanders wetenschappers zich over de vraag op welke manier verschillende aspecten uit die Grondwet – het tweekamerstelsel, decentralisatie, de internationale aspecten en de procedure tot grondwetswijziging - nog doorwerken in het Belgische en Nederlandse staatsbestel. Ook de ontstaansgeschiedenis van de Grondwet van 1815 kwam aan bod. Dit resulteerde in de bundel met staatkundige en historische beschouwingen uit België en Nederland.

Het bijzondere aan de bundel De Grondwet van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van 1815 is dat elk aspect zowel vanuit België als vanuit Nederland wordt belicht. Zo is het opmerkelijk dat Nederland nu met de door toedoen van de Belgen ingerichte Eerste Kamer in haar maag zit, terwijl in België de Senaat op sterven na dood is. Toen België zich in 1830 van Nederland afscheidde moest er een nieuwe Grondwet komen. De Grondwet van 1815 diende wel als model, maar de revolutionairen zetten zich wel degelijk af tegen de Nederlanders. Zo werd, in reactie op Nederland, in België toen al en dus 18 jaar eerder dan in Nederland, de ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd.

De bundel die onder redactie stond van Prof. em. dr. André Alen, Prof. dr. Dirk Heirbaut, Prof. mr. Aalt Willem Heringa en Mr. Careljan Rotteveel Mansveld is de weerslag van een colloquium dat op 13 november 2015 in Brussel plaatsvond. Colloquium en bundel zijn een samenwerkingsverband van de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse regering in Den Haag, de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten en het Montesquieu Instituut.


[1] Uit 211 schriftelijke motiveringen van het stemgedrag bleek dat 126 notabelen alleen vanwege de bepaling over de godsdienst tegen hadden gestemd. Die werden van de tegenstemmers afgetrokken en opgeteld bij de voorstemmers. Hun 'waarheid' was 'verduisterd' door mensen van wie toch eigenlijk "evangelische liefde en verdraagzaamheid" (de Zuid-Nederlandse clerus) had mogen worden verwacht. Bovendien hadden acht van 289 niet verschenen notabelen schriftelijk laten weten vóór te zijn. Tenslotte werd bedacht dat de overige 281 niet-opgekomen notabelen zich in ieder geval niet tegen het ontwerp hadden uitgesproken. Dat ze waren thuisgebleven, was vooral betreurenswaardig.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 28 november 2016.