Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

2017 verloren jaar voor Brussel

‘2017 wordt een verloren jaar voor Europa, tenzij er onverhoopt nog een flinke crisis losbarst. Die kan gaan over de vluchtelingen, de sluimerende financiële vulkanen Italië, Frankrijk of Griekenland dan wel het terrorisme. Bij zo’n crisis komt de Europese Raad áltijd tot besluiten. In de Europese Unie gebeurt niks van belang zonder voorakkoord tussen Duitsland en Frankrijk en pas in de loop van het jaar weten wij wie daar de leiders worden’, zegt onze correspondent in Brussel Jan Werts.

De euro kan op termijn alleen overleven als Frankrijk, Italië, Spanje hun instabiele sociaaleconomisch bestel en torenhoge staatschuld hervormen. Het ziet er echter niet naar uit dat dit binnenkort gaat gebeuren.

2016 liet zien dat de Europese Commissie niet het gezag heeft om die landen daartoe over te halen, laat staan af te dwingen. Volgens de afgesproken Maastrichtnormen had de Commissie moeten optreden, maar tot grote teleurstelling van eurovoorzitter Jeroen Dijsselbloem en ook van Duitsland ondernam die geen actie. Brussel zit, met de Europa-brede groeiende euroscepsis, niet op ruzie met de uit de pas lopende zuidelijke landen te wachten. De bal ligt nu in Parijs, Rome en Madrid.

Er is reden voor bezorgdheid nu die hoofdsteden achterover blijven leunen. De financiënministers van de landen met de euro konden met talloze miljarden Griekenland, Portugal, Ierland en het Spaanse bankwezen nog wel opvissen, maar Italië, Frankrijk en Spanje zijn daarvoor veel te groot. Daar is geen beginnen aan. Die landen ondergraven als het daar misgaat het voortbestaan van de euro als gezamenlijke munt.

Een jaar geleden zei u dat de EU op springen stond. In 2016 is de situatie mogelijk nog nijpender geworden. Gaat 2017 de ommekeer betekenen of zijn er daarvoor te veel beren op de weg?

Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker slaat de spijker op de kop als hij zegt dat de crisis niet in Brussel zit maar bij de nationale hoofdsteden, dus bij de regeringen. Die nationale regeringen blijven aan de lopende band in gebreke. Afspraken die in de Europese Raad zijn gemaakt en zwart op wit zijn vastgelegd, worden vervolgens botweg niet uitgevoerd. Zoals bijvoorbeeld - overigens al jaren achtereen - het totaal negeren, van de Maastrichtnormen voor de euro. Of het in 2016 grotendeels wegvallen van de open grenzen van Schengen. Of het uitblijven van de overeengekomen spreiding van de vluchtelingen.

Hoe doet Nederland het in dat geheel?

Nederland ligt ook vaak dwars. Zie het referendum over Oekraïne. Na het geslaagd EU-voorzitterschap in de eerste helft van 2016 kraaide premier Mark Rutte van de zomer victorie over zijn inspanningen de Europese interne markt te bevorderen. Maar nu de praktijk. Zie hoe bot en afwijzend politiek Den Haag reageerde toen België een aanbod deed voor een fusie van onze posterijen. Dat zou een klein stapje geweest zijn van twee kleine spelers op de megagrote lucratieve Europese postmarkt. Hier zie je hoe Rutte en de Tweede Kamer hun rug naar Europa draaien zodra het om concrete projecten gaat.

Elders ligt dat niet anders. Het was al zo dat langs de buitenrand van de EU veel regeringen zitten met een meer of minder eurosceptische opstelling. Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Finland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Griekenland. Bij dat eurosceptische gezelschap sluiten zich mogelijk in 2017 na verkiezingen Italië, Frankrijk, Oostenrijk en ook Nederland aan. Wat blijft er dan nog van het Europese project over?

U voorspelde eerder dat 2016 het jaar van de Brexit zou worden en 2017 wordt dat zeker, zo naar het schijnt. Heeft Brexit een verlammende invloed op Europa?

Zeker. Brexit verlamt Europa nu al. Maar het pokerspel over de afwikkeling van de uittreding moet nog beginnen. Een jaar geleden schreef ik: alle EU-leiders beseffen dat het vertrek van het Verenigd Koninkrijk Europa politiek en economisch zal reduceren. 'Een Brexit zal bovendien de euroscepsis elders fors aanwakkeren', zei een EU-diplomaat toentertijd. Dat geldt nog steeds. Een einde maken aan het vrije verkeer van personen vanuit de EU en aan de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie over Britse kwesties, dat zijn voor prime minister Theresa May nu de twee prioriteiten.

Eigenlijk had ik afgelopen voorjaar gehoopt dat de leiders van de andere landen hun Britse collega Cameron wat tegemoet zouden komen. Breekpunt was dat vrije verkeer van werknemers. Het Britse kiezerspubliek is juist daarop bij het referendum afgeknapt. Dat vrije verkeer met het asociaal dumpen van lager betaalden lokt op het Europese continent eveneens groeiende kritiek uit. Daarom had ik in de cruciale Europese Raad van maart op een compromis gehoopt. Cameron moest echter met vrijwel lege handen naar huis. Dat komt ook omdat de immigratie vanuit andere EU-landen naar Frankrijk en Duitsland minder een probleem is dan naar het VK.

Nu zit Europa met de brokken. Want het vertrek van het grote Verenigd Koninkrijk doet wereldwijd afbreuk aan de betekenis van de EU. Dit had nooit mogen gebeuren. Het had voorkomen kunnen worden als kanselier Merkel, president Hollande en de andere leiders dat hadden gewild. Met hun weigering de Britten tegemoet te komen speelde wel mee dat het dwarse Vereingd Koninkrijk nog maar heel weinig krediet had. Dan sta je zwak bij het beraad in de Europese Raad.

Overigens verwacht ik niet dat 2017 het jaar van de Brexit wordt. Dat proces gaat echt véél langer duren. De 27 overblijvende EU-landen denken vandaag toch de beste kaarten in handen te hebben. Zij zijn niet in de stemming om Londen tegemoet te komen. Ze willen aantonen dat de EU wel zonder de Britten kan maar het omgekeerde niet. En dit vanwege de profijtelijke Europese interne markt. Dus 2017 wordt het begin van een vechtscheiding.

Er zijn twijfels gerezen over de vitaliteit en de ijver van Juncker, niet in de laatste plaats vanwege zijn leeftijd. Is de energie en de vastberadenheid waarmee hij zijn voorzitterschap begon is langzaamaan weggeëbd?

Op 9 december bij de herdenking van 25 jaar Verdrag van Maastricht zag ik hoe Juncker op precies zijn 62e verjaardag voor een overvolle zaal zijn officiële speech deels terzijde schoof en iedereen meeslepend wist te boeien. Wát een verschil met voormalig voorzitter Herman van Rompuy. Die draaide in Maastricht weer die versleten plaat af met dat typisch Belgische pleidooi voor méér Europa op echt álle gebied. Wel is het zo dat het plan van Juncker om van de Europese Commissie een politiek orgaan te maken, dus een tegenhanger van de Europese Raad van regeringsleiders, is mislukt. Daar hoor je hem niet meer over.

Hoe gaat het met voorzitter Donald Tusk van de Europese Raad? Kan hij in 2017 zich wat meer opwerpen als leider van Europa of zal hij overschaduwd blijven door kanselier Merkel?

Enigszins onverwacht komt na Nieuwjaar een Europese benoemingscarrousel in beweging. Dat kan Tusk de kop kosten. Hij moet dit voorjaar herbenoemd worden voor de periode tot eind 2019. Door het vertrek van Martin Schulz als voorzitter van het Europees Parlement komt alles in beweging. Schulz wilde tot de Europese verkiezingen van 2019 aanblijven. Maar de sociaaldemocraat moet plaats maken voor een christendemocraat omdat dit in 2014 tussen die twee politieke blokken is afgesproken. Probleem is dat dan alle voorzitters (van de Europese Raad, van het Europees Parlement en van de Europese Commissie) in handen komen van de christendemocraten, want voorzitter Juncker is benoemd tot einde 2019. De sociaaldemocraten zijn in Europa nauwelijks kleiner dan de christendemocraten. Zij claimen terecht minstens een voorzitterspost.

Schulz’ vertrek betekent het einde van het bevriende voorzitterskoppel Juncker-Schulz. Deze twee doorgewinterde Europeanen joegen samen in Straatsburg de Commissievoorstellen fast-track door het parlement. Zoiets is nog nooit eerder vertoond. Daarbij overschreed de gezaghebbende maar ook wel manipulatieve Schulz soms de grenzen van zijn mandaat als voorzitter. Zijn vertrek verzwakt kortom het Europees Parlement waarvan wij sedert de verkiezingen van 2014 toch al weinig meer horen.

Omdat het Europees parlement uiteraard zijn eigen president kiest, moet de Europese Raad nu uitvinden waar die ontbrekende socialist komt zitten. Tusk vervangen door bijvoorbeeld de Deense voormalige minister-president Helle Thorning-Schmidt of een andere sociaaldemocraat is een oplossing. Maar omdat Tusk de steun heeft van de Duitse kanselier wordt dat moeilijk. Sommigen denken dat Juncker in 2017 voortijdig stopt en dat onze Frans Timmermans (PvdA) hem gaat opvolgen. Er zijn talloze andere mogelijke varianten. Zo zou minister Dijsselbloem, wiens termijn ook afloopt, herbenoemd kunnen worden. Dan echter als de eerste permanente voorzitter van de Eurogroep met dus een eigen bureau in Brussel.

Zelf zie ik dat allemaal overigens niet gebeuren, maar op een of andere manier moet er toch geschoven worden.

De christendemocraten hadden zich dit hele probleem kunnen besparen als zij Schulz nog 2,5 jaar hadden laten zitten. Daar komt bij dat hun kandidaat voorzitter, Antonio Tajani, als jarenlange woordvoerder van premier Berlusconi, in Straatsburg niet goed ligt. Hij is er bovendien van beschuldigd destijds als EU-commissaris voor Industriepolitiek de sjoemelsoftware voor auto-emissies te hebben laten passeren. Mogelijk lost het Europees Parlement daarom het zojuist benoemde probleem op door tóch een sociaaldemocraat, te weten de Italiaan Gianni Pitella, tot voorzitter te kiezen. De al vaak gepasseerde liberaal Guy Verhofstadt hoort overigens bij de handvol andere kandidaten.

Jan Werts vat ten slotte samen. ‘Eerst even afwachten of dit voorjaar de Franse presidentsverkiezingen nog sensationeel aflopen. Het ziet het er nu al naar uit dat Europa over de hele lijn in 2017 wat naar rechts opschuift met tegelijk toenemende eurosceptische invloeden. Belangrijke nieuwe projecten zijn niet te verwachten. Het zal er vooral op aankomen de vroegere Frans-Duitse as als motor van vooruitgang te herstellen. Het bestendigen van de drie prestigieuze projecten, de eenheidsmunt euro, Schengen en de samenhang tussen de 27 ‘overblijvers’ na de Brexit lijkt mij voor 2017 de inzet’.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 19 december 2016.