Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Italië – de erfenis van Renzi

Harald Hendrix is directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome

Terug bij af. Of toch niet (helemaal)? Dat Matteo Renzi met zijn hoog spel bij het referendum over de afslanking van de Italiaanse Eerste Kamer in zijn eigen val is gelopen, zal niemand zijn ontgaan. Maar nu zijn debacle in ongekend tempo gevolgd is door een klaarblijkelijk pijnloze reanimatie van min of meer dezelfde regeringsploeg, is het de vraag of behalve Renzi zelf ook zijn ambitieuze hervormingsagenda is gesneuveld.

Ogenschijnlijk wel natuurlijk, want door de tegenstem van een ruime meerderheid van de Italiaanse bevolking haalt deze eerste serieuze poging om het Italiaanse politieke systeem grotere efficiëntie te geven de eindstreep niet. Maar als de Italiaanse politieke arena in de laatste weken iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat schijn ook kan bedriegen.

Oorzaak en gevolg

Te beginnen met de volksraadpleging zelf die in de verste verte niet meer draaide om de vraag die feitelijk aan de bevolking werd gesteld. Maar ook het resultaat toont dat een rechtstreekse koppeling van oorzaak en gevolg niet meer vanzelfsprekend is. Binnen een week na de oorvijg van het referendum heeft de afgestrafte regering niet alleen de begroting voor 2017 ongeschonden door het parlement geloodst (binnen één dag, een adembenemend record), maar heeft zij vooral zichzelf opnieuw weten uit te vinden, ditmaal onder leiding van Renzi's kompaan Paolo Gentiloni.

Uiteraard tot ongenoegen van wie zich de overwinnaar waande in de referendum-hype. Kennelijk heeft de populistische roep om meer directe democratie een geduchte tegenstander gevonden in de stabiliserende daadkracht van de bestaande instituties.

Huzarenstukje

Renzi's stormrambeleid - hij wordt niet voor niets 'rottamatore' / 'sloper' genoemd - om Italië in korte tijd ingrijpend te hervormen is op 4 december afgeketst op een muur van wantrouwen en antipathie. Maar niet op onwil om te veranderen. Inzet van het referendum was per slot van rekening een grondwetswijziging die al drie maal door de volksvertegenwoordiging was goedgekeurd, nota bene zelfs door de Senaat die zich daarmee grotendeels buiten spel zette: een waar huzarenstukje.

Bovendien, veel tegenstemmers bij het referendum eisten juist nog veel verdergaande hervormingen. Natuurlijk heeft Renzi een geweldige tactische fout gemaakt door het voorstel tot een populariteitstest voor zijn regering te maken.

Maar wat hem heeft gebracht tot zijn fatale misrekening is minstens even relevant: de overtuiging dat hij zijn ongeëvenaarde en onverwachte stembusoverwinning van 2014 (41% bij de Europese verkiezingen) zou weten te herhalen, en de noodzaak om zijn wankele machtsbasis, ook en vooral in zijn eigen partij, te bestendigen. Juist om daarmee draagvlak te creëren voor de ambitieuze hervormingsagenda die de Italiaanse economie, politiek en samenleving ingrijpend moet moderniseren om zo blijvende welvaart te garanderen.

Haperend draagvlak

Toch werd juist dat haperende draagvlak Renzi's achilleshiel. Zijn provocatief voor de troepen uit lopen werd in toenemende mate - ook in eigen kring - als arrogant ervaren, en de beloofde gouden bergen waren veel bescheidener dan werd voorgespiegeld: hoogmoed komt inderdaad voor de val. Maar zeker even heftig is de dramatische schommeling in de voorkeuren van het electoraat.

Waar in 2014 de massale stem voor Renzi ervaren werd als fiattering van een beleid gericht op ingrijpende vernieuwing van de samenleving, nadrukkelijk in een Europees verband, wordt de nee-stem bij het referendum gezien als signaal van een heel ander sentiment: wantrouwen tegen een staatshervorming die voor sommigen te ver en voor anderen juist niet ver genoeg gaat, maar vooral wantrouwen tegen een hervormingsagenda in het algemeen waarvan wel de nadelen maar niet de voordelen zichtbaar en voelbaar zijn. In zijn tomeloze dadenkracht is Renzi er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat deze hervormingsagenda al op korte termijn tot meer welvaart zal leiden.

‘Tecnico’

Is dit dan louter een kwestie van politieke (mis)communicatie? Van een hyperactieve hemelbestormer die te ver voor de troepen uit loopt? De keuze voor Gentiloni als nieuwe minister-president lijkt zo'n vermoeden te bevestigen: een veel minder uitgesproken figuur die vooralsnog even weinig afkeer als enthousiasme inspireert. Iemand die dicht in de buurt komt van wat in de Italiaanse politieke arena een 'tecnico' heet: een niet-politieke deskundige die meestal wordt ingezet om puin te ruimen als de politiek zelf geen kant meer uit kan, om beleid uit te voeren zonder zich erg druk te maken over de gevolgen bij de stembus.

Of Gentiloni en zijn ploeg nu via deze sluiproute toch de liggende hervormingsagenda kunnen gaan uitvoeren valt nog te bezien. Duidelijk is wel dat de nee-stem bij het referendum vooralsnog niet geleid heeft tot de gevreesde ontwrichting van de op stabiliteit en hervorming gespitste bestaande democratische instellingen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 19 december 2016.