Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Ten minste houdbaar tot 2021...

donderdag 4 juli 2019, 13:00, column van dhr. Johan van Merriënboer

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Onvermoeibaar doorstond Mark Rutte op woensdag 5 juni weer een aflevering van het Tweede Kamer-feuilleton ‘Prijsschieten op de minister-president’. Rutte zou de presentatie van een rapport over de kosten van de klimaatplannen van zijn kabinet moedwillig over de Algemene Beschouwingen hebben getild. Het debat daarover draaide uit op een avondvullend programma waarin zeven oppositieleiders door middel van trekken en zuigen om het hardst probeerden de minister-president op de kast te krijgen.

Zo gaat dat hier. De ene dag bereid je met Bondskanselier Merkel de Europese Raad voor, wissel je van gedachten met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken over de NAVO en ontvang je de premier van Letland. De andere schiet PVV-baas Wilders zijn motie-van-wantrouwen-kanon weer eens af en suggereert je voormalige vicepremier (5,7 procent bij de laatste verkiezingen in 2017, goed voor negen zetels, een verlies van 29) dat je een blinde vlek hebt voor het belang van een open debat en dat je te lang op het pluche zit. Klaver, Marijnissen, Thieme, Kuzu en vooral Baudet – 1,8 procent in 2017, twee zetels – doen daarna voor het oog van de camera ook nog hun duit in het zakje, maar de minister-president lijkt er alleen maar meer lol in te krijgen en draait zich er soepel uit. Wie het kleine niet eert…

Zijn er aanwijzingen dat er – na ruim acht en een half jaar – sleet op onze premier zit? Wat leert het verleden ons over de houdbaarheidsdatum van lang zittende ambtsvoorgangers als Lubbers en Drees?

  • 1. 
    Te oud? Net als Lubbers begon Rutte aan zijn eerste kabinet toen hij 43 jaar was. De leiding van het huidige kabinet nam hij op zich op zijn 50ste. Dezelfde leeftijd waarop Lubbers in 1989 aan zijn laatste kabinet begon, maar dat was ook de bedoeling. Drees nam het ambt voor het eerst op zich in 1948 toen hij al 62 was en begon op zijn 70ste aan zijn laatste termijn, die overigens al na twee jaar tegen zijn zin werd afgebroken. Aan Ruttes leeftijd zal het dus niet liggen.
  • 2. 
    Minder electorale kracht? Misschien neemt die wat af, maar bij veel andere partijen is het helemaal huilen met de pet op. Bij de laatste verkiezingen bleef de VVD, ondanks fors verlies, veruit de grootste: 33 zetels, 13 meer dan nummer twee. En in opiniepeilingen van begin mei 2019 was de VVD nog steeds de grootste, ondanks de hype rond Baudet.
  • 3. 
    Is er een alternatief? Drees was het moe in 1958 omdat de rooms-rode samenwerking totaal versleten bleek. De machtige confessionele partijen wisselden daarna eenvoudig van paard: de PvdA werd ingeruild voor de VVD. Op dit moment is er geen alternatief vanwege de versnippering op links en op rechts. Ruttes belangrijkste rivalen uit het politieke midden - Pechtold en Buma - hebben de handdoek bovendien in de ring gegooid, hun opvolgers doen intussen routine op. Daar gaan nog wat jaren overheen.
  • 4. 
    Een VVD-kroonprins trappelend van ongeduld? Die is nergens te bekennen. Rutte heeft van Lubbers geleerd hoe hij het in ieder geval niet moet aanpakken: te vroeg aankondigen dat je vertrekt, een opvolger benoemen die zich wil profileren en die dan – opgestookt door een ambitieuze p.a. – je laatste kabinet in de wielen gaat rijden. De grote Lubbers maakte er uiteindelijk een knoeiboel van: historisch verlies voor het CDA, exit Elco Brinkman en Frits Wester en een gespreid bed voor Paars I.
  • 5. 
    Hoogopgelopen rekeningen die nog vereffend gaan worden? Rutte lijkt doordrongen te zijn van de wijsheid dat je partijgenoten, coalitiepartners en politieke tegenstanders – die je later nog nodig hebt – iets moet gunnen, althans bij hen de indruk moet wekken dat ze er werkelijk toe doen. Het calimerocomplex bij de VVD-fractie, die zich structureel tekort gedaan voelde, leidde tot de val van Lubbers II. Maar niet tot het vertrek van de minister-president die al slim had voorgesorteerd op de PvdA van Wim Kok en de zwartepiet nu mooi weg kon spelen.
  • 6. 
    Een lijk in de kast? Dat is altijd mogelijk, maar zolang die kast dicht blijft leidt dat niet tot bederf.
  • 7. 
    Groeiende onrust in eigen huis? Drees en Lubbers hadden daar in hun laatste kabinet behoorlijk last van. Onder Rutte zijn er schandalen volop binnen de VVD, maar die blijven niet aan hem plakken. De teflonlaag lijkt niet versleten.
  • 8. 
    Voortdurend afgebrand worden door een belangrijk deel van de pers? Ik heb het idee van niet. Die pers wordt nog net zo routineus ingepakt door Rutte en zijn entourage.
  • 9. 
    Zucht naar promotie? Het ideale scenario is dat je gevraagd wordt voorzitter van de Europese Raad te worden nadat alle concurrenten zijn weggestreept. De mislukte pogingen van Lubbers bij de Europese Commissie en de NAVO vormen daarbij leerzame voorbeelden. Je moet die stap overigens wel zetten voordat je slijtageplekken gaat vertonen.
  • 10. 
    Is de lol eraf omdat je het allemaal wel gezien hebt of omdat je het idee hebt over je hoogtepunt heen te zijn? Zo ja, dan heeft de premier dat in het debat van 5 juni goed weten te camoufleren.

Aan het eind van het debat werd Wilders’ motie van wantrouwen alleen gesteund door zijn eigen PVV, de Partij van de Dieren en DENK. Daarna stapte de premier breed lachend op uit vak K en beende hij weg uit de Kamer, niet nadat hij ter hoogte van het spreekgestoelte de vertrekkende Kamerleden nog even een kushand toewierp. Helemaal gerevitaliseerd door het debat en weer klaar voor bezoek uit Berlijn en een trip naar Brussel. Deze minister-president is ten minste houdbaar tot 2021.

Johan van Merriënboer is onderzoeker bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en biograaf van onder andere Dries van Agt en Piet de Jong. Momenteel bereidt hij een biografie over Ruud Lubbers voor.