Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Terug bij af? Reacties op de ontwikkelingen in de formatie.

vrijdag 23 april 2021, 10:30, Aalt Willem Heringa & Bert van den Braak

DEN HAAG (PDC) - Nadat 'verkenningsgate' het vertrouwen in kleine scherven op de vloer van de Tweede Kamer achterliet, leek informateur Herman Tjeenk Willink op weg om potentieel het vertrouwen in de formatie weer te herstellen. Maar na de sloopkogel van de reconstructie door RTL nieuws deze week staan de verhoudingen op het Binnenhof weer op scherp. De vraag rest: hoe moet het verder?

Het Montesquieu Instituut vroeg aan Bert van den Braak en Aalt Willem Heringa om hun reactie op de ontwikkelingen rondom de formatie.

1.

Een Nederlandse Super Mario - Op naar een zakenkabinet?

Prof. Aalt Willem Heringa

In de afgelopen week is de (in)formatie mogelijk weer geheel op de kop gezet: Hoekstra’s positie is weer een stuk lastiger geworden nu hij kennelijk Omtzigt heeft gepoogd te 'sensibiliseren'. En CDA, CU en D66 zouden mogelijk in het kabinet de Rutte doctrine tot kabinetsdoctrine hebben gemaakt.

Of zijn dit stormen in een glas water? Zou het werkelijk nooit eerder zijn voortgekomen dat (we leven tenslotte in de tijd van regeerakkoorden, fractiediscipline en diverse afstemming overleggen tussen kabinet, bewindslieden en fracties) dat gevraagd wordt om eens met een (lastig) kamerlid te praten? In het VK, toch ook een echt parlement gitaar stelsel hebben ze daar zelfs de Chief Whip voor!

En wat is er nu precies afgesproken in het kabinet aangaande informatie aan de Kamer: dat er bewust zaken zouden worden achtergehouden? Of alleen dat opvattingen van ambtenaren niet zouden worden gedeeld?

Maar los daarvan, de opwinding en de boosheid zijn er niet minder om, al lijkt Rutte niet meer alleen te staan en zijn mogelijk ook de andere drie coalitiepartijen en hun partijleiders betrokken.

En dat de formatie daar last van heeft staat buiten kijf. De vele betrokkenen hebben ook zoveel petten op dat het een wat lastig rollenspel wordt. Als het niet zo serieus was, zou je er een aflevering van Theater van de Lach mee kunnen vullen.

En ondertussen gaat de informatie (niet) voort? Vele vraagstukken vragen om een dringende aanpak en dan niet een aanpak door een demissionair kabinet, misschien.

Dus dan toch maar een interim constructie van een ‘zakenkabinet’, dat gaat werken aan de hand van de problemen en vraagstukken en oplossingsrichtingen die door Tjeenk Willink ontwikkeld gaan worden? Hadden we ook maar een Mario Draghi. Een kabinet dat de geïdentificeerde dossiers oppakt en aanpakt en overigens de Tweede Kamer en alle betrokkenen een adempauze geeft en tijd voor reflectie, en onderzoek kan doen via enquêtes en andere onderzoekscommissies, en tevens met het kabinet in discussie is over de daardoor ontwikkelde plannen.

Ondemocratisch? Welnee, zo lang de meerderheid in de Staten-Generaal de plannen van het kabinet maar steunt en dus ook het kabinet niet naar huis stuurt. Verkiezingen nu? En dan? Wat als alle betrokkenen daarna weer terugkomen? En wat in de tussentijd tot de verkiezingen en daarna gedurende een (mogelijk wederom weer lange en ingewikkelde) (in)formatie? Daar zit toch niemand op te wachten? Of juist wel, omdat in de tussentijd het huidige demissionaire kabinet dan zo zijn gezag kwijt is dat het speelbal wordt van alle wensen en verlangens? Moeten we toch ook niet willen. Ongebruikelijke tijden vragen ongebruikelijke oplossingen.


Prof. Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit Maastricht

 

2.

In een regeerakkoord of tussentijds: afspraken zijn onvermijdelijk

Prof. Bert van den Braak

Er is een tijd geweest dat in de formatie alleen de voormannen van de deelnemende fracties afspraken maakten over het te voeren regeringsbeleid. Dat was in de jaren vijftig en zestig, in tijden van soberheid gedurende de wederopbouw en van uitbundige groei tijdens hoogconjunctuur. Over doelen, zoals opbouw van de sociale zekerheid, bestonden weinig tegenstellingen. En voor zover wetgeving controversieel was, mocht een fractie gerust buiten de boot vallen (van kansspelen tot verkoop van anticonceptiemiddelen). Een paar dissidenten in de fractie was evenmin een probleem. De marges waren ruim. Relatief makkelijke tijden om te regeren.

Na de mislukte herstelpolitiek tussen 1977 en 1982 werd bedacht dat, om doelen te halen, het maken van hechte afspraken toch wel wenselijk was. Er kwam verder (Torentjes)overleg om conflicten te voorkomen. Dat is sindsdien zo gebleven. Fracties en marges zijn kleiner en de verhoudingen in de Eerste Kamer compliceren dat nog.

Er is geen reden om aan te nemen dat dit alles nu ineens anders zal worden en dat dit dan beter is. Zeker een degelijk financiële kader is wenselijk, maar ook akkoorden over andere zaken zijn nuttig. Uiteraard kunnen zaken tot vrije kwestie worden verklaard, maar ook dat zijn dan afspraken. Als het regeerakkoord daardoor toch iets dunner wordt, dan zal het coalitieberaad (of overleg tussen regerings- en oppositiefracties) alleen maar aan belang winnen. Dat hoort bij ons bestel dat gericht is op het sluiten van compromissen.

In die zin is een dikker of dunner regeerakkoorden een wat schimmige discussie. Het gaat feitelijk over het verschuiven van het moment van het maken van afspraken, maar doet niets af aan de bestaande bestuursstijl. Wie meent dat meerderheidsvorming kan zonder afspraken - op welk moment dan ook - leeft in een droomwereld.


Prof. dr. Bert van den Braak is onderzoeker bij PDC en hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht.