Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Het verval van publieke zeden: de actualiteit van Tocqueville

Joris Backer

Alexis de Tocqueville hield op 27 januari 1848 in het Franse parlement een toespraak die van een visionair inzicht getuigde. Hij voorzag een opstand tegen het gezag. Binnen een maand kreeg hij gelijk. 173 jaar later is die rede actueler dan ooit.

Het betoog van Tocqueville handelde voor een groot deel over het aanhoudende en diepgaande verval van publieke zeden van (“degradations successive et profonde (…) des moeurs publiques”) van de toenmalige regering.

Er speelden tal van ‘affaires’. Die hadden deels te maken met corruptie, deels met politiek cliëntelisme en gebrekkige politieke verantwoording en deels met het ‘humeur’. De Fransen waren hun geloof in de democratie aan het verliezen. Het gevoel verspreidde zich dat de regerende politieke klasse zich steeds verder verwijderde van de verworvenheden van de Franse revolutie. Daarin speelde de ondervonden vrijheidsbeperkingen een rol. De opstand brak in dat jaar 1848 inderdaad uit en bracht het regime ten val.

In de Nederlandse context: de COVID-19-pandemie heeft vrijheidsbeperkingen opgeleverd die maatschappelijk verzet oproepen. Maar de veel opvallender parallel is die met het verval van publieke zeden: inmiddels zes maanden na de verkiezingen is er nog geen nieuw kabinet, de bewindslieden komen en gaan als door een draaideur vanuit het parlement en pas na een kritisch advies van de Raad van State wordt het lidmaatschap van de tussentijds nieuw benoemde staatssecretarissen beëindigd. Een minister neemt ontslag uit haar functie voordat er een nieuw kabinet is en wordt via de draaideur lobbyist. Het ministerschap zou niet een baan maar een functie moeten zijn, die is niet zomaar inwisselbaar in het kader van de loopbaanplanning.

Het demissionaire kabinet regeert alsof dit alles eigenlijk wel zo praktisch is: kunnen ze niet politiek worden heengezonden. Maar laten we niet vergeten dat de demissionaire status niet louter het gevolg was van een politiek ongelukje. Er was juist een breed gedeeld besef van de bewindslieden zelf dat het gehele kabinet verantwoordelijkheid behoorde te nemen voor het falen van de opeenvolgende regeringen in de Toeslagenaffaire.

Na de verkiezingen was er op 1 april jl. het tumultueuze debat in de Tweede Kamer over “Omtzigt: functie elders”. De omgangsvormen, gebrek aan transparantie en modus operandi van de leider van het kabinet lagen onder vuur. Dezelfde minister-president Rutte werkt intussen aan zijn vierde kabinet alsof er helemaal niets gebeurd is.

Frankrijk maakte na de val van de regering een doorstart in 1848, maar er werd voor de tweede keer afgerekend met het Franse koningschap. Het ontstaan van de (tweede) Franse republiek had Tocqueville als parlementslid van de stad Valognes en omstreken onder zijn ogen zien gebeuren.

Hij stelde zich opnieuw verkiesbaar. In de havenstad Cherbourg, niet ver van zijn woonplaats, bracht Alexis de Tocqueville in 1848 voor een gehoor van ruim 1500 kiezers een toast uit op de toekomst van de twee republieken die hem het meest dierbaar waren. Die waren slechts gescheiden door een oceaan: de Verenigde Staten van Amerika en de Franse republiek.

De eerste bestond op dat moment al 60 jaar en door zijn boek daarover (“De democratie in Amerika”) was hij in eigen land beroemd geworden. Tocqueville werd herkozen en werkte mee aan de nieuwe grondwet en de vormgeving van de republiek.

Tot zijn teleurstelling veranderden de politieke mores niet fundamenteel. Na zijn vroege dood in 1859 zou Tocqueville veel worden geciteerd en vaak worden geclaimd als ideoloog, maar gaandeweg verbleekte toch zijn betekenis. Er zou ruim anderhalve eeuw over heen gaan, waarin totalitaire regimes van marxistisch-leninistische of facistische signatuur de door Tocqueville gevreesde tirannie van de meerderheid in een ontmantelde rechtsstaat in praktijk zouden brengen, voordat de actualiteit van zijn denken weer aandacht kreeg.

De geschiedenis herhaalt zich nimmer op dezelfde wijze. Fundamentele inzichten over wat de democratie vermag verouderen niet echt. Het is daarom verstandig de woorden van Tocqueville van toen nu te laten inzinken. De publieke zeden zijn anno 2021 even belangrijk als toen. Zij worden als eerste en meest zichtbaar uitgedragen door de leden van het kabinet. Vanuit dat perspectief was de reactie van Minister Sigrid Kaag een lichtpuntje toen zij aftrad na een motie van afkeuring. Niet veel later kwam er echter een nieuwe kras op het blazoen van de eenheid van het kabinet: het wegsturen van staatssecretaris Mona Keijzer.

Om Tocqueville te parafraseren: leden van het kabinet, denk niet dat dit verlies aan waardigheid voor de burger onopgemerkt blijft. Als we de burger vragen zich in te zetten voor de publieke zaak en vertrouwen te houden in de politiek, dan is het bewaken van dat aanzien, van wat met een mooi woord ‘de publieke zeden’ heet, van het allerhoogste belang!