Wetgevingsprogramma Rutte IV geen groot risicofactor

maandag 31 januari 2022, 13:00, analyse van Prof.Dr. Bert van den Braak

Wie goed naar de plannen van het kabinet-Rutte IV kijkt, zal opvallen dat het wetgevend programma niet zo groot is. Dat was bij het kabinet-Rutte III overigens niet anders. Natuurlijk, er moet iets veranderen aan de toeslagen, het pensioenstelsel en de belastingen, maar daarop zal eerst worden gestudeerd. Het aantal concrete projecten op wetgevingsgebied is vooralsnog beperkt.

In het coalitieakkoord worden genoemd:

  • wettelijke regeling algoritmes
  • wet op de rijksinspecties
  • modernisering Mededingingswet
  • aanvulling wet langdurig toezicht uitgereisde IS'ers
  • Wet regulering sekswerk
  • uitbreiding wet sociale veiligheid (met veiligheid leraren)
  • verruimen bijverdiengrenzen Participatiewet
  • aanpassing wet schuldsanering natuurlijke personen
  • aanpassing Embryowet - na advies Gezondheidsraad
  • aanpassing Rijkswet Nederlanderschap
  • aanpassing Vreemdelingenwet - ongewenstverklaring
  • uitvoering pensioenakkoord

Niet al deze voorgenomen wetgeving is even omstreden en de kans is groot dat er in de Tweede Kamer een veel ruimere meerderheid voor te vinden is, dan uitsluitend van de vier coalitiepartijen.

Die wetenschap is van betekenis voor de vraag of de Eerste Kamer een hinderende factor zal worden. Vrijwel ieder kabinet - zelfs als het over een meerderheid in de Senaat beschikte - leed overigens wel eens nederlagen in de Senaat. Nooit ging het daarbij echter om wetsvoorstellen die essentieel waren voor het regeerakkoord.

Uiteraard is het risico op 'ongelukken' wel toegenomen nu het kabinet niet kan rekenen op een meerderheid. In de perioden 2012-2017 en 2019-2022 waarin eveneens sprake was van tegengestelde meerderheden, kon desondanks vrijwel alle belangrijke wetgeving tot stand worden gebracht.

Het grootste 'gevaar' zit voor het kabinet bij belastingwetgeving en wetgeving die essentieel zijn voor de overheidsfinanciën. In 2015 dwong de Eerste Kamer een novelle af, omdat er onvoldoende steun voor het belastingplan 2016 dreigde. In de Tweede Kamer hadden, naast VVD en PvdA, alleen CDA en twee eenlingen voor het belastingplan gestemd.

Tegemoetkomingen via een novelle brachten de D66-Eerste Kamerfractie ertoe, anders dan de Tweede Kamefractie, voor te stemmen.

Het voordeel van wetgeving is, dat er over kan worden onderhandeld. Dat zal ook gebeuren, vooral in de Tweede Kamer. Maar dat is ook mogelijk met Eerste Kamerfracties, waarna in de vorm van een novelle een compromis kan worden gezocht en gevonden.

 

Prof. dr. Bert van den Braak is onderzoeker bij PDC en hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht.