N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Geluk bij een ongeluk
Hans Daudt, Amsterdams hoogleraar in de politieke wetenschap tussen de jaren zestig en negentig, beschreef in een toespraak in 1985 kort samengevat de positie van de Partij van de Arbeid als volgt. 1) Links mag alleen meeregeren als ‘niet-links’ (dus zowel het centrum als rechts) haar niet kan missen in het kabinet. De PvdA kan dus, wat zij destijds nog niet deed, net zo goed samenwerking zoeken met liberalen als met het CDA.
Maar, Daudt zei nog iets: de kans is reëel dat de PvdA als oppositiepartij minstens zo effectief is, als wanneer zij meeregeert. In een coalitie moet zij veel goedvinden wat zij nooit zou accepteren als zij het alleen voor het zeggen had. Vanuit de oppositie kan zij vooral het centrum opjagen, dat altijd rekening moet houden met verlies bij verkiezingen, als het links te veel negeert. Daudt keek daarbij onder meer naar wat de PvdA voor elkaar had geforceerd in de jaren tussen 1959 en 1965 toen vooral de KVP zich genoodzaakt zag de sociale zekerheid steeds ruimer te maken.
GroenLinks-PvdA verkeert met het coalitieakkoord van het toekomstig minderheidskabinet van centrumrechts in een relatieve luxepositie. Niet alleen heeft zij de ruimte voor eigen koers, maar vanuit haar rol als oppositiepartij kan zij forse eisen stellen aan de coalitie. Al wordt het hard duwen en trekken, samen met de vakbeweging, bij dit coalitieakkoord.
In de oppositie mist links het initiatief, maar – geluk bij een ongeluk – zij kan veel effectieve correctie bewerkstelligen.
Prof. dr. J.Th.J. van den Berg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden (parlementaire geschiedenis) en de Universiteit Maastricht (parlementair stelsel) en fellow van het Montesquieu-Instituut.
-
1.H. Daudt, ‘Coalitievorming in de naoorlogse Nederlandse politiek’, in: Verslag van de verenigde vergadering van beide afdelingen der Akademie, Amsterdam: KNAW, 25 maart 1985.