N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
'Aan de slag' staat (ook) in traditie
De titel was al eerder verklapt, maar Aan de slag! is met de publieke bekendmaking ervan afgelopen vrijdag 30 januari officieel. Het akkoord dient als het fundament voor het nieuwe minderheidskabinet. Deze ‘nieuwe stap in de parlementaire geschiedenis’ die ‘een nieuwe politieke cultuur’ van samenwerken vereist, zoals de betrokkenen niet nalieten om te benadrukken, kreeg dan ook veel aandacht. Maar Aan de slag staat ook in een Nederlandse traditie.
Terugkeer regeerakkoord…
Allereest omdat het de terugkeer betekent van een regeerakkoord. Tijdens de formatie van het vorige kabinet-Schoof kozen de onderhandelende fractieleiders er nog voor om eerst tot een ‘hoofdlijnenakkoord’ te komen om dat daarna uit te werken in een ‘regeerprogramma’. De keuze voor een regeerprogramma in plaats van een akkoord paste bij de toen levende wens om meer afstand te creëren tussen het kabinet en de fracties in de Kamer; het moest een ‘extra-parlementair’ kabinet worden.
Van een regeerakkoord wordt daarentegen gesproken als de voorgenomen beleidsplannen van een nieuw kabinet door een aantal fracties – de coalitiepartijen – expliciet worden onderschreven en gesteund. Sinds de formatie van het kabinet-Marijnen in 1963 is er in de regel een regeerakkoord, enkele uitzonderingen daargelaten (het kabinet-Den Uyl, het kabinet-Schoof).
… met titel
Het regeerakkoord dat in 1994 werd gepresenteerd door PvdA, VVD en D66 en dat het fundament vormde onder het kabinet Kok I (1994-1998) was de eerste met een titel: ‘Keuzes voor de toekomst’. Vier jaar later had het regeerakkoord onder premier Koks tweede paarse kabinet dan weer geen titel (maar was wel erg lang en gedetailleerd).
Met de start van de reeks kabinetten-Balkenende, die aanving na de Fortuynrevolte in 2002, keerden de regeerakkoorden met titels weer terug. Het regeerakkoord van premier Balkenendes eerste kabinet (CDA, VVD en LPF) dat in 2002 werd gepresenteerd, luidde ‘Werken aan vertrouwen, een kwestie van aanpakken’. Titels fungeerden nu ook als kabinetsmotto’s.
Gedetailleerd…
Als we nader kijken naar de regeerakkoorden van de afgelopen decennia dan zijn ze veelal omvangrijk en gedetailleerd. Ze bestaan uit tientallen pagina’s en een (was)lijst van meer en minder concrete beleidsplannen die als logisch en noodzakelijk worden voorgesteld: van grofmazige bezuinigingsvoorstellen tot specifieke voornemens bijvoorbeeld voor nieuwe regionale treinlijnen (zie bijvoorbeeld het regeerakkoord onder Rutte III uit 2017). Samen met de keuze voor een titel moeten gedetailleerde regeerakkoorden bijdragen aan (het imago van) bestuurlijke daadkracht. Dat is paradoxalerwijs vooral een antwoord op het niet realiseren van eerdere plannen die verwijten voedden dat de overheid ‘steeds minder voor elkaar krijgt’ en ‘niet levert’. Dat deze onvrede ook wordt gevoed door een verschil van inzicht en ideologische strijd in parlement en samenleving die niet zozeer gaat over of er wordt geleverd maar vooral ook op welke terreinen (niet), dat blijft vaak onbesproken.
Ook Aan de slag loopt deels om dit vraagstuk heen. De bestuurlijke inertie van de afgelopen jaren wordt vooral geweten aan de stijl, niet aan een politieke strijd over wezenlijke (waarden)verschillen bijvoorbeeld waar het (arbeids)migratie betreft. Aan de slag roept op tot polderen, samenwerken en compromissen als voorwaarde voor nieuwe bestuurlijke daadkracht, zelfs via heel concrete (?) voorstellen als: ‘We organiseren vaste trilogen tussen politiek, beleid en uitvoering voor snelle feedback en bijsturing’ (p.7).
... en geen overkoepelende visie?
De nadruk op het hoe en de gedetailleerdheid van de plannen past overigens ook bij een traditie van regeerakkoorden die uitblinken in lengte maar waaraan het ontbreekt aan een expliciete overkoepelende coherente visie die op hoofdlijnen richting geeft. Wat overigens niet wil zeggen dat er geen dwingende ideeën of ideologische tradities schuilen achter de soms heel concrete keuzes voor bepaalde beleidsvoornemens zoals, in het geval van Aan de slag, de keuze voor het behoud van de hypotheekrenteaftrek of extra investeringen in onderwijs en ontwikkelingssamenwerking.
Grote keuzes maar veel ligt nog open
Dat een lijst met gedetailleerde afspraken nog niet direct wat zegt over de effecten blijkt uit de recente geschiedenis. Nederlandse kabinetten die met de loop der jaren de reputatie verwierven juist veel ‘daadkracht’ te hebben getoond, zoals de kabinetten-Lubbers die in de jaren tachtig de economische crisis bestreden, deden dat op basis van gedetailleerde regeerakkoorden en met talloze concrete plannen – miljarden ‘ombuigingen’ – en ‘grote operaties’ – privatisering, deregulering, inkrimping – waarmee Nederland flink werd verbouwd en waarvan de sporen vandaag de dag nog zichtbaar zijn. Andere gedetailleerde regeerakkoorden, zoals die van het kabinet-Balkenende I (ruim veertig pagina’s) werden nauwelijks uitgewerkt vanwege een vroegtijdige kabinetsval na 87 dagen.
Ook Aan de slag bevat enkele grote keuzes. We zijn er misschien al aan gewend geraakt, maar het besluit de defensie-uitgaven met 19 miljard te verhogen is toch echt vergaand en behelst een keuze voor een ander veiligheidsbeleid: minder Amerikaans gericht, meer Europees en (weer) op de eigen industrie. Bovendien, hoe deze extra investeringen te financieren, ook daaraan liggen belangrijke keuzes ten grondslag. Volgens het regeerakkoord wil het kabinet dat doen via bezuinigingen op de zorg en de pensioenen evenals via een belastingverhoging die de naam ‘vrijheidsbijdrage’ heeft gekregen. Maar of voor deze keuzes een meerderheid bestaat, moet nog blijken. En als die er niet is, wat gebeurt er dan aan de kant van de overheidsuitgaven?
Kortom, ondanks alle aandacht die er uitging (en zal uitgaan) naar de variant van een minderheidskabinet en de oproep tot een ‘nieuwe politieke cultuur’, staat Aan de slag duidelijk in een Nederlandse politieke traditie. Dat betekent ook dat ondanks pagina’s vol detailafspraken en voornemens, er nog flink geshopt kan worden en dat dus de effecten van dit regeerakkoord nog zullen moeten blijken. Ook voor dit kabinet zal gelden: the proof of the pudding is in the eating.
Meer informatie: CPG Formatieblog 2025
Ronald Kroeze, is hoogleraar en directeur van het centrum voor parlementaire geschiedenis, Radboud Universiteit