N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Notities bij een minderheidsexperiment
Versplinterde Tweede Kamer
Het minderheidskabinet-Jetten opereert in de setting van een versplinterde Tweede Kamer. In de korte tijdspanne na de verkiezingen zijn er al twee afsplitsingen, die het totaal brachten van 15 partijen (direct na de verkiezingen) op maar liefst 17 fracties (nu, nadat Mona Keijzer recent de BBB heeft verlaten en zelfstandig verder gaat). Dat gegeven maakt het werk van een minderheidskabinet er niet eenvoudiger op. Steun zoeken voor een meerderheid is een kwestie van eindeloos sprokkelen, om te beginnen bij de grotere partijen, bij GroenLinks-PvdA, en bij de PVV, die echter eigenlijk niet realistisch meedoet in dit spel. Dus blijft GroenLinks-PvdA alleen over, of het zou moeten zijn dat JA21 als de grootste onder de kleintjes en de Groep-Markuszower (nog weer iets kleiner) een rol spelen. Ook doet FvD in dit verband niet wezenlijk mee. BBB is in de Tweede Kamer inmiddels erg klein, maar zal nog tot de Eerste Kamerverkiezingen van voorjaar 2027 een rol kunnen spelen vanwege het huidige zetelaantal van die partij in de Eerste Kamer.
Steun in Tweede en Eerste Kamer
Grote zorg is niet alleen het zoeken naar een meerderheid in de Tweede Kamer maar ook in de Eerste Kamer, waar de verhoudingen (op dit moment in ieder geval) weer (iets) anders liggen. Ga er maar aan staan. Dat is misschien hoogstens iets wat zich vanzelf oplost als de verkiezingen voor Provinciale Staten (en dus de Eerste Kamer) gunstig uitpakken voor de coalitie. Wetgeving heeft bij de start van een kabinet een lang voortraject, dus uitzingen met grote hervormingen tot medio 2027 lijkt geen onmogelijkheid, los van de begroting voor 2027 die voordien zijn beslag zal dienen te krijgen. En natuurlijk de verhoging (anders dan door indexering, want dat staat al in de wet, art. 19 lid 2 Zorgverzekeringswet) van het eigen risico in de zorg moet qua wetgeving (wijziging van art. 19 lid 1 Zorgverzekeringswet) nog wel dit jaar zijn beslag krijgen en neerslaan in de begroting voor 2027. Krijgen we dan Franse toestanden met blokkades van begrotingen waarin de coalitie al haar plannen incorporeert?
Voordien kan de coalitie veel laten zien door overleg met de Tweede Kamer en het maatschappelijk middenveld op te starten en daarmee duidelijk maken welke beleidswijzigingen op stapel staan. Aldus kan veel voorwerk worden verricht en de koers worden ingezet naar beleidswijzigingen aangaande plannen op het stuk van stikstof, klimaat, zorg, sociale zekerheid en wonen.
Het risico voor dit kabinet zit hem er uiteraard in dat de oppositie niet meewerkt en blokkades gaat opwerpen op onderdelen, dan wel het afwijzen van steun als niet op een specifiek ander punt een concessie wordt gedaan.
Wat als steun verworven wordt via GroenLinks-PvdA?
Daarnaast is natuurlijk de vraag wat er gebeurt als het verwerven van steun leidt tot koerswijzigingen van de coalitie, bijvoorbeeld ten aanzien van de sociale zekerheid, het eigen risico in de zorg of de AOW. Zal de VVD het slikken als vele van de door die partij bevochten punten worden afgezwakt of veranderd, opdat daarmee steun van GroenLinks-PvdA en dus een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer bereikt gaat worden? Een van de punten die de VVD dan namelijk zal dienen te accepteren bij wijze van compensatie is een hogere belasting op vermogen en een lagere belasting op inkomen uit arbeid. Of als het begrotingstekort wat gaat oplopen omdat bezuinigingen op de zorg of de verhoging van de AOW-leeftijd niet op een meerderheid kunnen rekenen? De wijze waarop de VVD na de vaststelling van het coalitieakkoord zich op billboards op de borst klopte voor het bereiken van eigen programmapunten, is een omineus voorteken.
Steun over ‘rechts’ dan?
Een zorgpunt in dat verband zal zijn dat voor een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer het steun zoeken op rechts in de Tweede Kamer (via onder andere JA21) niet leidt tot een meerderheid in de Eerste Kamer (althans niet voor medio 2027). Andersom leidt steun via links (GroenLinks-PvdA) niet tot steun van de VVD. Kortom een situatie waar de beide ‘flanken’ elkaar in evenwicht houden en niet willen samenwerken en besluitvorming frustreren. Een situatie zoals in Frankrijk, waar links en rechts blokkades opwerpen. Oftewel het risico dat het centrum (laten we gemakshalve het minderheidskabinet maar even als centrum definiëren) noch over rechts noch over links tot enige daadkracht kan komen. Omdat die meerderheid er in beide Kamers niet is, en/of omdat in de coalitie voor D66 compromissen over rechts een stap te ver zijn, en voor de VVD idem over links.
Toch nog optimisme?
Er zijn nog wel twee redenen voor enig optimisme. De eerste reden is dat er mogelijk, als het kabinet eraan toe is met wetgeving te komen, provinciale en daarna Eerste Kamerverkiezingen zijn geweest en de samenstelling daarin iets meer comfort aan de coalitie kan geven. Al is het tegendeel ook niet uitgesloten natuurlijk.
De tweede reden is dat plannen waarmee de coalitie komt en de wijze waarop daarbij naar steun wordt gezocht, bij parlement en samenleving het vertrouwen geven dat ze effectief zijn. In dat geval zou het een tegenstribbelende oppositie worden aangerekend wanneer/als men te veel in de nee-stand blijft. Dat maakt het cruciaal om het eerste jaar van de coalitie te besteden aan overtuigingskracht. Het moet duidelijk zijn waarom de plannen goed zijn, dat er geen alternatief is en dat de samenleving en de oppositie zijn betrokken. De keuze is dan: we slaan deze weg in of er komen jaren van stilstand.
Landsbelang in uitdagende tijden?
Ten slotte: het is een experiment, zo wordt alom benadrukt, waarbij een nieuwe politieke cultuur cruciaal is. Lastig is wel dat de incentives voor alle politieke partijen dezelfde zijn als in andere situaties, namelijk dat wordt gekeken hoe standpunten of medewerken aan compromissen de partij zullen raken of schaden in de volgende verkiezingen. En zo’n experiment dat vertrouwt op cultuurverandering is riskant in de huidige tijd van geopolitieke spanningen en veranderingen, grote investeringen en systeemveranderingen, en intensievere EU-samenwerking en keuzes. Daarin zou je eigenlijk reden moeten zien om niet weer een experiment aan te gaan, na het experiment-Schoof – dat was een kabinet van stilstand. Dat is niet bepaald iets om weer in verzeild te raken. Misschien moeten we hoop putten uit het feit dat het de afgelopen tijd wel gelukt is om ten aanzien van defensie en Oekraïne één lijn te trekken; nu nog ten aanzien van stikstof, wonen, klimaat, zorg, sociale zekerheid en vergrijzing. Daarmee zou het brede midden het land en zichzelf kunnen versterken als het dat voor elkaar gaat krijgen. Noem het pacificatie 2026. De flanken de wind uit de zeilen halen is tevens in de huidige tijd waarin extremen elkaar bevechten en zorgen voor stagnatie en de roep om sterke leiders, het middel om de democratie te beschermen en te versterken.