Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Terugblik op viering 200 jaar Staten-Generaal

Bert van den Braak, Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit van Leiden.

De viering van 200 jaar Staten-Generaal is nog niet geheel afgerond, maar het hoogtepunt, de viering in de Verenigde Vergadering op 16 oktober, ligt achter ons. Daarom een korte terugblik.

Bij deze viering - en dat gold eerder ook al voor 200 jaar 'koninkrijk' - viel allereerst op hoeveel moeite media - en soms zelfs direct betrokkenen - hadden om aan te geven wat we nu precies wanneer en met welke reden vierden. 

Historische zorgvuldigheid

In de eerste aankondiging van de officiële herdenking werd gerefereerd aan 16 oktober als dag van de eerste Verenigde Vergadering. Veel media namen dat nadien over.

Het gerespecteerde Historisch Nieuwsblad leidde een artikel in het oktobernummer van dit jaar over de aanstaande herdenking in met de woorden: "Op 16 oktober 1815 kwam de Staten-Generaal voor het eerst bijeen". 

De NOS schreef op haar website over de herdenkingsbijeenkomst op 16 oktober, dat die in de Ridderzaal plaatsvond "waar tweehonderd jaar eerder Eerste en Tweede Kamer voor het eerst gezamenlijk vergaderden".

Maar de (moderne) Staten-Generaal kwam niet op 16 oktober 1815 maar op 2 mei 1814 voor het eerst bijeen. De eerste Verenigde Vergadering was op 21 september 1815 in Brussel. En de eerste Haagse gezamenlijke vergadering van beide Kamers was niet in de Ridderzaal, maar in de Oude Balzaal, de vergaderzaal van de Tweede Kamer.

Hoe komt het toch dat historische zorgvuldigheid soms ontbreekt? Is dat gemakzucht of onwil om even feiten te checken of bronnen te raadplegen? Iets wat tegenwoordig toch zeldzaam eenvoudig zou moeten zijn?

Herdenking

Dat alles doet er niets aan af aan een tweede constatering: dat het mooi was dat er werd herdacht. Dat gebeurde wat de viering van 200 jaar Staten-Generaal betrof allereerst natuurlijk op 16 oktober, de dag - ik vermeld het toch nog maar even - waarop 200 jaar eerder beide Kamers voor het eerst in Den Haag bijeenkwamen. Het programma was afwisselend, de speeches waren relevant en helder, de getoonde beelden waren leuk, en er waren goede luchtiger elementen. Kortom, dat was alleszins een geslaagd programma.

En eigenlijk geldt dat wel voor de hele herdenking op en rond het Binnenhof. Er zijn twee zeer verschillende maar even fraaie jubileumboeken verschenen, de open dagen werden goed bezocht, jongeren werden op een aardige manier betrokken bij de herdenking, en tot in het volgende jaar kan een geslaagde, leuke tentoonstelling worden bekeken. En dan is er ook nog een app en een website.

Gemengde belangstelling

Wat de belangstelling van de media betreft, is het beeld gemengd. De aandacht in Buitenhof en Andere Tijden, alsmede met een directe uitzending van de Verenigde Vergadering, was positief. Daarentegen was het NOS-8-uur-Journaal met nog geen halve minuut over de bijeenkomst op de zestiende wel erg summier. Gelukkig ruimden dagbladen wel meer ruimte voor de herdenking an sich in. Wel ontbrak in sommige kranten berichtgeving over de Verenigde Vergadering. 

Het is niet eenvoudig om de boodschap over te brengen, dat wij zeer gezegend zijn met onze parlementaire democratie, maar dit was wel een grote kans om dat te doen. Geïnteresseerden zijn vast wel bereikt, maar te vrezen valt dat dit voor een veel grotere groep quasi-onverschilligen niet of nauwelijks het geval zal zijn. Hopelijk kunnen de tentoonstelling en de andere 'producten' van de herdenking wat dat betreft alsnog nog een positieve rol spelen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 oktober 2015.