Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Achter de schermen is het Chefsache

Hidde Onstein MSc studeerde recentelijk cum laude af in de Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden, in het bijzonder op de positie van de minister-president. Contact via: onstein@lumc.nl.

Terecht zei premier Rutte tijdens zijn persconferentie na de ministerraad op 9 oktober 2015: “Achter de schermen zijn dit soort thema’s per definitie Chefsache”. In stilte klonk daarachter ‘en niet meer’. Onbedoeld was het ook een fijngevoelige knipoog naar zijn Duitse collega. Bondskanselier Merkel maakte de vluchtelingencrisis vroegtijdig Chefsache op het wereldtoneel. Zij kwam toch enigszins in de problemen. In Nederland is de minister-president de laatste politiek-bestuurlijke troefkaart die ons landsbestuur in handen heeft.

Achter de schermen

Mijn stelling is dan ook dat de minister-president er terecht verstandig aan doet zo lang als mogelijk dossiers achter de schermen Chefsache te laten zijn. Zeker gelet op de moeizame verhoudingen in de coalitie. Ter onderbouwing van deze stelling kunnen wij twee redenen aanvoeren. Allereerst ons staatsrecht en de bescheiden positie van de minister-president hierin. Ten tweede de groeiende rol van de minister-president die een aantal oorzaken kent, waaronder de internationalisering van zijn positie en agenda. De bescheiden formele positie en zijn groeiende rol staan op gespannen voet met elkaar. Hierdoor balanceert de premier op een precair evenwicht.

De minister-president heeft in de Nederlandse politiek een zeer bescheiden positie. Pas sinds de Grondwetsherziening van 1983 heeft hij een zelfstandige plek in de Grondwet. Formeel is hij de voorzitter van de ministerraad, artikel 45 lid 2 van de Grondwet. Hij heeft een agenderingsbevoegdheid in de ministerraad. Maar die is alleen effectief als hij die overeenkomstig met de gevoelens van collega-bewindspersonen, in de sfeer van de coalitie, toepast. Het aantal andere smaken van het formele instrumentarium is verder beperkt. De mogelijkheden van de minister-president om sturing te geven bevinden zich vooral buiten de formele sfeer. Hij is de primus inter pares, de eerste onder zijn gelijken. Op dossiers zijn de vakministers als eerste aan zet.

Regie

Echter met enige regelmaat klinkt de roep om ‘regie’ van de minister-president. Het verzoek om zichtbaar leiding te geven aan een vraagstuk lijkt de afgelopen jaren onder zowel premier Balkenende als Rutte regelmatig voor te komen. Dit gebeurt dikwijls als er donkere wolken boven een politiek gevoelig dossier hangen zoals nu bij de vluchtelingencrisis. Overigens komt dit vaak vanuit de media en de oppositie. Het geluid verstomt ook even snel als het is gekomen. De groeiende vraag naar de rol van de premier kent drie oorzaken: (1) groeiende complexiteit van de publieke sector; (2) groeiende aanwezigheid en invloed van de media en (3) de internationalisering van de politiek. De verschillende rollen die de minister-president heeft, worden hierdoor steeds helderder en nemen toe in gewicht. De complexiteit van departementaal overstijgende dossiers neemt toe. Daardoor groeit zijn rol als coördinator van het regeringsbeleid. Terwijl het bestuurlijk landschap fragmenteert en de beleidsopgaven complexer worden heeft de maatschappij meer en meer behoefte aan één boodschap, één boodschapper. Hierdoor groeit zijn rol als gezicht van het regeringsbeleid. Afsluitend is hij dé vertegenwoordiger van de regering op het internationale toneel. De formalisering van zijn positie in de Europese Raad is hierbij het belangrijkste.

Kortom, zijn positie wint aan belang. De terechte vraag is dan ook: waarom geeft de minister-president niet vaker zichtbaar leiding? Het belangrijkste onderdeel van het antwoord hierop is dat de binnenlandse verhoudingen in ons coalitiestelsel zwaarder doorwegen. De vakminister is primair aan zet. Pas op het laatste moment kan de minister-president als geschillenbeslechter op de voorgrond treden. Het te vroeg inzetten van de premier kan ‘de troefkaart’ beschadigen. Het te vaak inzetten maakt hem minder effectief.

Een precair speelveld

Premier Rutte heeft daarnaast te maken met een zeer fragmentair en fragiel politiek-bestuurlijk speelveld, zowel nationaal als internationaal. Hij wordt nog meer dan premier Balkenende geconfronteerd met scherp gepolariseerde binnenlandse verhoudingen. Niet alleen in de Haagse politiek maar ook in de steden en dorpen in het land. De internationalisering van zijn agenda zet tegelijkertijd door. Vraagstukken als financiële steun aan Griekenland, de inzet van F16's in Irak en Syrië of de Europese migratiestroom zijn aan de orde van de dag. Tegelijkertijd lopen de spanningen tussen de coalitiepartners op onder druk van peilingen en de publieke opinie. 

Gegeven deze omstandigheden is het logisch dat de premier zo lang mogelijk uit beeld wil blijven. Minister-president Rutte wil graag de volle regeerperiode goed volbrengen. In een tijd waarin vele veenbranden woeden, zal dat knap politiek vakmanschap zijn. Het is daarbij wel interessant om te bezien in hoeverre het premier Rutte zal lukken de komende tijd het Geenpeil-referendum, over het associatieverdrag met Oekraïne, achter de schermen Chefsache te laten zijn. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 oktober 2015.