Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Migratie: de splijtzwam van de Nederlandse politiek

maandag 22 februari 2021, 13:00, dhr Douwe Roest

De opkomst van Pim Fortuyn en de langdurige aanwezigheid van de PVV van Wilders, de vluchtelingencrisis van 2015: het onderwerp migratie is een kronkelende rode draad door de Nederlandse politiek van de 21e eeuw. Ook in de huidige verkiezingsstrijd, met de PVV als tweede grootste partij in de peilingen, kunnen politieke partijen moeilijk om het onderwerp heen kunnen. Welke vorm gaat het migratiedebat krijgen? Wat gaat migratie voor rol spelen in de komende kabinetsperiode? En welke politieke richting lijkt gezien de huidige partijprogramma’s politiek haalbaar? Hoe dan ook, het dossier zal in toenemende mate Europees worden, en daar zal de nieuwe regering een beter omgang mee moeten vinden.

Ten eerste is het belangrijk om te onderstrepen dat het beslissingsproces rondom asiel en migratie al lang niet meer een zuiver Nederlandse aangelegenheid is. De vluchtelingencrisis van 2015 heeft een beslissende rol gespeeld in de Europeanisering van het probleem migratie. Dat doet de EU onder andere als onderhandelaar in migratiedeals met buurlanden en door een forse uitbreinding het Europees Grenswachtagentschap, Frontex. Deze organisatie heeft een essentiële ondersteunde functie in de grensbewaking. Zowel tussen als binnen de EU-lidstaten is het belangrijkste discussiepunt hoe de asielzoekers die Europa binnen komen vervolgens verdeeld worden. In principe worden illegale migranten die asiel zoeken in Europa opgevangen in de landen van aankomst. De ongelijke verdeling die hieruit voortkomt en de onbereidheid vanuit veel lidstaten voor herverdeling is een belangrijke aanleiding geweest van het Europese migratieakkoord van 2018. Hierin is afgesproken dat er ‘gecontroleerde’ opvangcentra zouden komen waar besloten moet worden welke vluchtelingen recht hebben op asiel. Ook is een duidelijk doel gezet om deze ook op lange termijn buiten de EU af te zetten om de ‘opvang in de regio’ te verbeteren.

In het Nederlandse politieke landschap wordt de wens om de ondersteuning voor opvang in de regio te versterken breed gedeeld, al is er grote verdeeldheid in opvattingen tussen linkse en rechtse partijen. De Nederlandse politieke discussie gaat voornamelijk over de internationale afspraken die zijn gemaakt, en hoe genereus Nederland vervolgens moet zijn in het aantal asielzoekers dat het land vrijwillig opneemt. Nederland presenteert zich graag als braafste jongetje van de klas, maar neemt proportioneel gezien weinig asielzoekers op. We staan momenteel op plaats 13 in het rijtje EU-landen met de meeste asielaanvragen per capita. Daarbij wijzen we vervolgens ook nog bovengemiddeld veel asielzoekers af.

Deze positie in de Europese Middenmoot vindt wellicht zijn oorzaak in de verdeelde meningen binnen het land. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 was er weinig consensus te vinden over het migratiebeleid, met uitzondering van ruime steun voor financiële steun voor opvang in de regio en meer Europese afspraken. De verdeelde posities over migratie en asiel maakten zich dan ook snel kenbaar in de coalitieonderhandeling, waar de volhardende wens van GroenLinks voor een ontvankelijker migratiebeleid de eerste formatiepoging deed stuklopen. Ook tijdens de kabinetsperiode bleef deze notoire splijtzwam de coalitie niet bespaard. In 2019 wrikten de ChristenUnie en het CDA de discussie rondom het uitzetten van kinderen uit Nederland los, wat na koortsachtig overleg tot een verruiming van het kinderpardon leidde. Een jaar later zette een brand in vluchtelingenkamp Moria de verhoudingen in de coalitie op scherp, waarna een Pyrrus-compromis bestaand uit koehandel met vluchtelingenquota’s niemand echt tevreden achterliet.

Om de vrede in de coalitie tussen vooral enerzijds D66 en de ChristenUnie tegenover het CDA en de VVD te bewaren, zijn er dan ook weinig grote koerswijzigingen ingezet. Zoals te verwachten met een dergelijk schoolvoorbeeld van consensuspolitiek zijn bijna alle partijen nu grotendeels ontevreden met de huidige stand. De meningen over welke weg het volgende kabinet in moet slaan qua beleidswijzigingen daarentegen is minder eensgezind dan de roep om verandering. Er lopen duidelijke scheidslijnen tussen de partijen die een ruimhartiger beleid ambiëren zoals GroenLinks, PvdA, D66 en de ChristenUnie, daarnaast partijen die hun pijlen richten op opvang in de regio en een beperkt asielbeleid zoals de VVD en het CDA, en tenslotte partijen die de stroom van migranten volledig willen indammen zoals de PVV en FVD.

Deze gepolariseerde verzameling aan standpunten in het migratiedebat belooft wederom een moeizame discussie in de komende kabinetsperiode. Daar komt nog bij dat men het niet alleen over het migratievraagstuk zelf oneens is, maar ook over de vraag hoe groot de rol van de Europese Unie daarin moet zijn. Met de verkiezingscampagne in volle gang lijkt speculeren over mogelijke coalities en kenmerken van het nieuwe beleid nog te voorbarig. Maar met de VVD, CDA en PVV in de peilingen op koers voor de podiumposities, is de kans dat er een kabinet zonder een migratie-sceptische partij komt klein. Vooral gezien het strenge standpunt en de grote afstand tussen de VVD en het peloton lijkt de kans klein dat er zonder deze partij geregeerd zal worden, en dat de toekomstige coalitieonderhandelingen vervolgens tot een ruimhartiger beleid zullen leiden.

Een kansrijkere voorspelling is dan ook dat de blikken voornamelijk op Europees niveau gericht zullen blijven. De Europese Commissie presenteerde in de herfst van 2020 een voorstel voor een nieuw Asiel- en Migratiepact, met daarin onder andere plannen voor efficiëntere asielprocedures en een nieuw solidariteitsmechanisme voor de herverdeling van asielzoekers. Hoewel de onderhandelingen tussen de lidstaten net zo stroef lopen als tussen de binnenlandse politieke partijen, lijkt de steun voor Europese samenwerking het grootst. Daarom zal de belangrijkste vraag op de formatietafel ook niet zozeer zijn hoe het kabinet tegenover de opvang van vluchtelingen staat, alswel wat de positie van Nederland in het Europese krachtenveld zal zijn.

 

Douwe Roest is als stagiair-redacteur verbonden aan de redactie van PDC en het Montesquieu Instituut.

1.

Deze bijdrage stond in