Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Noordrijn-Westfalen en de Benelux: alternatieve routes naar Brussel

Op 15 april bezochten koningin Beatrix, prins Willem-Alexander en prinses Máxima de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, op 16 juni bracht de minister-president van de deelstaat Hannelore Kraft een kennismakingsbezoek aan Nederland en op 21 juni belegde de CDU van de deelstaat een heuse middag over Noordrijn-Westfalen en de Benelux. Genoeg reden dus om stil te staan bij de relatie tussen het koninkrijk en de deelstaat, een relatie, die ook in EU verband meer aandacht verdient.

1.

NRW herdenkt Beneluxverdrag

Terwijl in Nederland weinig mensen zich zullen realiseren dat het Benelux-verdrag in 2008 is vernieuwd organiseerde de CDU-fractie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen een heuse middag hierover in de Plenarsaal van het statige parlement in NRW-hoofdstad Düsseldorf. De Europese gedachte begint aan de grens, zo moet de organisatie van de bijeenkomst Zukunftsmodell NRW-Benelux-Region hebben gedacht. Het is niet toevallig dat juist hier werd gesproken over betere samenwerking tussen NRW en de buurlanden.

Vóór de val van de muur was de afstand tussen de hoofdstad van de Bondsrepubliek en van de deelstaat Noordrijn Westfalen slechts zeventig kilometer. Nu Berlijn de hoofdstad van Duitsland is oriënteert Düsseldorf zich steeds nadrukkelijker op mogelijkheden voor samenwerking met het Westen. De uitdaging is niet gering: in de regio NRW-Benelux wonen 45 miljoen mensen, iets minder dan tien procent van de bevolking van de EU.

2.

Band NRW-Nederland

Nederland is by far de belangrijkste handelspartner van NRW. De deelstaat profiteert sterk van de economische aders naar Rotterdam en Antwerpen. Logisch dus dat NRW er belang bij heeft om de banden aan te halen. De minister-presidenten Wolfgang Clement (voorheen SPD) en Jürgen Rüttgers (CDU) hebben zich hiervoor sterk gemaakt. De huidige minister-president Hannelore Kraft (SPD) zet het beleid voort, ook al verschilt de politieke kleur van haar minderheidskabinet wezenlijk van het Nederlandse.

Op 9 december 2008 hebben NRW en de Benelux op de Petersberg te Königswinter een gezamenlijke verklaring ondertekend. In april 2010 werden daarnaast vijf  zwaartepunten vastgesteld: politie en veiligheid, rampenbestrijding, luchtkwaliteit en fijnstofproblematiek, voedselveiligheid en dierziektenbestrijding, en ruimtelijke ordening. Niet allemaal thema’s die bij de bevolking tot de verbeelding spreken, maar beleidsmatig is het vooruitgang. Vooral de samenwerking op het gebied van ruimtelijke ordening biedt nieuwe kansen.

3.

Praktische problemen

Tijdens de middagbijeenkomst van de CDU bleek nog eens hoe lastig het is om op deelgebieden nader tot elkaar te komen. De gebruikelijke voorbeelden passeerden de revue, zoals de brandweerslangen die tijdens het blussen niet op elkaar bleken aan te sluiten, de schooldiploma’s die nog niet allemaal wederzijds worden erkend en de problemen bij het afsluiten van verzekeringen voor mensen die over de grens wonen.

Aansprekend was ook het verhaal van een moeder wier kind studeert in Maastricht. Vanwege de kamernood woont hij in Aken. Dat betekent extra reiskosten die niet worden vergoed. Een student uit Noordrijn-Westfalen mag gratis reizen in de eigen deelstaat; de reis van Aken naar Maastricht kost echter  €·7,-; heen en terug € 14,-. Een Nederlandse OV-studentenkaart biedt geen soelaas, want die vergoedt alleen het Nederlandse deel van de reis naar de studentenkamer, en al helemaal niet de reis naar het ouderlijk huis.

Hier zou een oplossing voor gevonden moeten worden, temeer daar het Engelstalig onderwijs aan de Universiteit Maastricht steeds meer Duitse studenten trekt.

De bijeenkomst bleek vooral over praktische bezwaren te gaan. Natuurlijk sprak de Nederlandse consul-generaal Henk Voskamp zijn zorg uit over het feit dat steeds minder Nederlandse scholieren voor het vak Duits kiezen, waardoor het overigens lastiger wordt uitwisselingsprogramma’s tussen Nederlandse en Duitse scholen te organiseren.

En natuurlijk spraken de functionarissen van de Euregio’s van het grote succes van de eigen grensoverschrijdende samenwerking, een succes dat overigens vooral wordt afgemeten aan de hand van het aantal gesubsidieerde projecten en de grensoverschrijdende contacten tussen bestuurders. De vraag is echter of het oplossen van alle praktische problemen de NRW-Benelux samenwerking veel verder brengt, en vooral of het de harten van de mensen raakt.

Terecht waarschuwde discussieleider prof. Gerd Langguth voor al teveel optimisme. De aangedragen oplossingen zijn technocratisch, terwijl de gedachte erachter nauwelijks nog wordt gehoord. NRW-Parlementslid Werner Jostmeier noemde de EU de grootste vredesbeweging van de wereld.

Maar zien jongeren, voor wie de Tweede Wereldoorlog niet meer zo’n belangrijke cesuur is, dat ook zo? Dat valt te bezien.

4.

Beeldvorming

Wie grensoverschrijdend meer begrip wil kweken moet out of the box denken. Het is de hoogste tijd om nieuwe stappen te zetten, buiten de gebaande paten om. Heel belangrijk is de wederzijdse beeldvorming in de media. Nederland zit goed met ambassadeurs als Linda de Mol, Sylvie Meis, Ruud van Nistelrooy en zelfs Louis van Gaal. Andersom zie ik minder gebeuren, of het moet inderdaad het Eurovisie Songfestival zijn dat eenmalig in Düsseldorf werd georganiseerd, of de ramp van de Loveparade, die ook in Nederland goed is doorgedrongen.

De angel van de Tweede Wereldoorlog is uit het debat, wat resteert is zo flets als het gezicht van de oververmoeide Angela Merkel. Zou het, om het tij te keren, ondanks de bezuinigingen mogelijk zijn om een gezamenlijke Nederlands-Duitse zender op te richten, een RTL-NRW-NL-net, waarin zowel Nederlandse als Duitse presentatoren optreden? Zo niet, dan zou op zijn minst met enige regelmaat een programma over de Duitse politiek en cultuur op de Nederlandse televisie te zien moeten zijn. Er zijn genoeg programma's over verre lande, er is te weinig over dichtbij.

5.

Gezamenlijke belangen

Belangrijker nog dan de beeldvorming is de idee van het delen van gezamenlijke belangen, een ‘Interessengemeinschaft’. Dat idee kan alleen ontstaan door meer contact tussen politici. Waarom confereren de ministers van de deelstaat met 18 miljoen inwoners niet op zijn minst één keer per jaar met de ministers van het koninkrijk met twee miljoen inwoners minder? De regio als geheel heeft belang bij goede vertegenwoordiging in Brussel. Beide landen hebben verschillende troeven.

NRW heeft directe ingangen in Berlijn, maar niet in Brussel. Nederland heeft dat wel (maar niet in Berlijn). Door gezamenlijk op te treden kunnen agenda’s op diverse plaatsen tegelijk onder de aandacht worden gebracht. Bovendien kunnen door vaker te overleggen gezamenlijke problemen worden opgelost, zoals het energiebeleid, verkeersknelpunten, de IJzeren Rijn en de Betuweroute.

De grensoverschrijdende samenwerking tussen de Benelux landen is zo vanzelfsprekend geworden dat men tegenwoordig te gemakkelijk stilstaat bij de wrijvingen, die er immers altijd zijn, óók binnen Nederland (denk aan het bestuursakkoord). Daarom is het goed wanneer vanuit Noordrijn-Westfalen aan de bel wordt getrokken. Nu maar hopen dat het klingeltje bij ons wordt gehoord. Anders blijft het teveel bij mooie woorden.