Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Families in de Nederlandse politiek

Bert van den Braak

Griekenland kent de politieke families Papandreou, van wie drie generaties minister-president waren, en Karamanlis, met een oom en neef als premier. Zo sterk als daar zijn families echter nergens. Wel komen overal - dus ook in ons land - familierelaties voor in de politiek, zoals vader-zoon, grootvader-kleinzoon, broers (of broer/zuster), neven en zwagers.

In België is de Waalse liberale politicus Charles Michel een zoon van oud-minister en oud-eurocommissaris Louis Michel en de Vlaamse liberale voorman Alexander De Croo een zoon van oud-minister en oud-Kamervoorzitter Herman De Croo. SP-a-voorman Bruno Tobback is een zoon van voormalig partijleider Louis Tobback. Het Verenigd Koninkrijk kent de Benn-dynasty met Labour-afgevaardigde Hilary als zoon van het vroegere Labour-kopstuk Tony Benn. En een dochter van CSU-leider Franz Josef Strauss is lid van het Europees Parlement. De Labourvoormannen Ed en David Milliband zijn broers.

Ook in Nederland komen families voor met opvolgende generaties in de politiek (*). De grootvader en betovergrootvader van minister Piet-Hein Donner waren respectievelijk minister en Tweede Kamerlid. De vader van VVD-voorzitter Benk Korthals was Kamerlid en minister en de vroegere Amsterdamse burgemeester (en Tweede Kamerlid) Schelto Patijn was een zoon van een Tweede Kamerlid en zijn beide grootvaders waren dat eveneens. Ook zijn broer, Michel, was Kamerlid.

1.

Van Republiek naar Koninkrijk

In de 17e en 18e eeuw kende ons land een tamelijk gesloten bestuurlijke elite. Ambten bleven door huwelijken in de familie en er waren voor 'nieuwkomers' slechts geringe mogelijkheden om tot de stadsregeringen door te dringen. Daarnaast was er met name in de buitengewesten (Gelderland, Overijssel) adel, die een 'natuurlijke' positie in het bestuur had.

Tijdens de eerste jaren van de Bataafse tijd (1795-1801) verloren velen van hen die machtspositie. De adel werd zelfs geheel afgeschaft. Vanaf 1801 keerden velen echter terug, mede omdat de voormalige stadhouder zijn aanhangers toestond opnieuw functies te aanvaarden.

Willem I omringde zich met oude getrouwen en met bestuurders die met name tijdens het Bataafse Koninkrijk (1806-1810) waren opgekomen. Namen van oude regentenfamilies (Fagel, Dedel, Van de Spiegel, Six, Van Foreest, Elias, Hooft, Van Boetzelaer, Clifford) doken weer op in parlement en regering. Velen van hen werden 'geadeld' en velen waren aan elkaar gelieerd.

2.

Adel

Na herwinning van de zelfstandigheid (1813) keerde ook de oude adel weer terug. Te denken valt aan families als Van Wassenaer, Van Limburg Stirum, Van Heeckeren van Kell, Van Tuyll van Serooskerken en Van Lynden. Tezamen met de geadelde regentenfamilies vormden zij een nieuwe bestuurlijke elite. Veel functies, allereerst in de hofhouding en het leger, maar ook in de diplomatie, waren voor een belangrijk deel voorbehouden aan de adel. Dat gold evenzeer voor functies in het bestuur, waarbij generaties elkaar vaak opvolgden.

In Groningen en Friesland waren dat bijvoorbeeld de Van Swinderens, Van Welderen Rengers en Van Sytzama's; in Overijssel en Drenthe De Vos van Steenwijks; in Gelderland Van Bylandts en Van Rappards; in Utrecht de Van Lynden van Sandenburgs en in Holland families als Röell, Van der Heim, Den Tex, Van Karnebeek en Beelaerts van Blokland.

3.

Patriciaat

Vroegere (niet-geadelde) regentenfamilies die lange tijd een belangrijke rol speelden in de politiek waren Van Hall, 's Jacob, Fock, Van Lennep, Loudon, Dijckmeester en Gockinga. Ook hierbij kwamen vele onderlinge familiebanden voor. De familie Dijckmeester was bijvoorbeeld gelieerd aan de families Wintgens en Dumbar, en in de familie Van Lennep komen we ook telgen tegen van de families Van Bylandt, Röell, Van Loon, Hartsen, Van Boetzelaer en Van Wickevoort Crommelin.

4.

Katholieken

Anders dan tijdens de Republiek konden vanaf 1795 ook katholieken bestuursfuncties bekleden. Bij katholieken was eveneens sprake van een beperkt aantal families die bestuursfuncties bijna als familiebezit beschouwden en die nauw verweven waren.

De Limburgse Gouverneur Van Meeuwen was bijvoorbeeld een zwager van zijn vroeg-gestorven voorganger Macpherson en bij de Van Voorst tot Voorst'en kwamen we aangetrouwde Kamerleden (Cremers), ministers (De Quay) en Commissarissen van de Koningin (Van Sonsbeeck en Van Hövell tot Westerflier) tegen.

Een goed voorbeeld van een 19e-eeuws katholiek 'netwerk' was de Tilburgse familie Borret. Het Tweede Kamerlid Th. Borret was zoon van een Kamerlid en minister, kleinzoon van een Commissaris van de Koning, neef van twee katholieke Kamerleden, aangetrouwde neef van twee Eerste Kamerleden en oomzegger van een Tweede Kamerlid.

Opvolgende generaties van politici kwamen geregeld voor. Zo waren vader, zoon en kleinzoon Ruijs de Beerenbrouck Kamerlid en het zelfde gold voor drie generaties Regout.

5.

Gereformeerden

Bij de gereformeerden ontstond een sterk 'voormannen-netwerk' met namen als De Gaay Fortman, Woltjer, Diepenhorst, Rutgers en Donner. W.F. de Gaay Fortman was de vader van Bas, maar ook een schoonzoon van Eerste Kamerlid R.H. Woltjer, een neef van Kamerlid en staatssecretaris I.N.Th. Diepenhorst en een oomzegger van Eerste Kamerlid P.A. Diepenhorst. ARP-staatssecretaris Hans Grosheide was een neef van minister Wim Schut; Jan Nico Scholten was een schoonzoon van ARP-voorman Bruins Slot.

6.

Steeds minder, maar nog wel

Vanaf de jaren zestig nam de nadrukkelijke rol van bepaalde families in het bestuur sterk af, maar sporen daarvan bleven aanwezig. Niet langer maakte een familienaam of herkomst de kans op een functie in het bestuur groter. Wel bleven sommige families daarin sterk geworteld. Goede voorbeelden daarvan zijn de families Geertsema, Sassen en - eerdergenoemd - Patijn. Ook momenteel zit er in de Eerste Kamer nog 'een Sassen', namelijk Pia Lokin-Sassen.

Als vader of moeder in de politiek actief was, dan blijft er een redelijke kans dat één van de kinderen daarin eveneens terecht komt. Voorbeelden zijn Thom de Graaf, Saskia Noorman-den Uyl, Karien van Gennip en Willem Witteveen. Net als De Graaf en Lokin-Sassen stapten ook GroenLinks-Eerste Kamerlid Margreet de Boer en SP-Kamerlid Nanneke Quick-Schuijt in de voetsporen van hun vader. Van VVD-senator Koos Schouwenaar zaten zelfs beide ouders in de politiek; zijn moeder was minister en Eerste Kamerlid voor de VVD, zijn vader was Tweede Kamerlid voor de PvdA.

7.

Nog enkele opmerkelijke voorbeelden

Harm van Riel - grootvader (Harm Smeenge) was Tweede en Eerste Kamerlid

Gerard Nederhorst - schoonmoeder (Cary Pothuis-Smit) was Eerste Kamerlid

Hendrik Colijn - broer was Tweede Kamerlid

Theo Heemskerk - broer was Tweede Kamerlid

Floris Wibaut - zoon was Eerste Kamerlid

freule Wttewaal van Stoetwegen - grootvader was vicepresident Raad van State

Marjet van Zuijlen - oud-tante (Hilda Verwey-Jonker) was Eerste Kamerlid

Tineke Lodders - vader was Eerste en Tweede Kamerlid

Frits Bolkestein - grootvader was minister

Ben Bot - vader was minister

Staf Depla - grootvader (F. Teulings) was minister en Kamerlid

Yvonne Timmerman-Buck - vader was staatssecretaris

Wim van de Camp - nicht (Lia Roefs) was PvdA-Tweede Kamerlid

Remi Poppe - neef (Stan Poppe) was PvdA-Tweede Kamerlid

Herman Tjeenk Willink - tante was Eerste Kamerlid

Jozias van Aartsen - vader was minister

Geert Reuten (SP-senator) - grootvader (V.A.M. van den Heuvel) was Tweede Kamerlid

Arjan Vliegenthart (SP-senator) - tante (Marja van Bijsterveldt) is minister

(*) Gegevens over familierelaties in de Nederlandse politiek worden bij PDC (mede) verzameld door oud-docent en genealoog Paul de Greef.

Bert van den Braak is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 28 november 2011.