Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Er gaat ook heel veel goed in Europese Unie

Sjerp van der Vaart

S.P. van der Vaart*

De crisis rond de eurozone gaat de zoveelste fase in. Opnieuw eisen financiële markten harde en ingrijpende maatregelen die de rust in de muntunie moeten terugbrengen. En telkens opnieuw blijkt dat de Europese leiders niet in staat zijn om met een duidelijk maatregelenpakket de crisis te bezweren. Vreemd is dat niet: de EU bestaat uit soevereine natiestaten die voor een deel hun beleid met elkaar hebben gedeeld. Daar waar dat is gebeurd ontstond een nieuwe vorm van rechtstatelijkheid. De Eu is zo een samenwerkingsmodel van democratieën die op zich ook weer een democratie vormen waar burgers rechten en plichten hebben. Maar alle maatregelen moeten nog door een lange pijplijn van goedkeuring door nationale parlementen, Dat kost tijd. Tijd die de financiële markten niet lijken te hebben.

Dat veel Nederlanders nu de Europese Unie zien als een deel van het probleem in plaats van een belangrijk deel van de oplossing, valt te begrijpen als je laat leiden door angst voor de toekomst. Toch heeft de jongste top in Brussel twee dingen heel helder gemaakt. Voorop dat Duitsland - als eerste onder zijn gelijken - een streep in het zand heeft getrokken met de stelling dat de euro blijft en niet kopje-onder gaat. Daar staat tegenover dat er daarnaast ongekende stappen zijn gezet door de rest (minus de Britten) om politiek te integreren. Dat is een essentiële stap voorwaarts. Met niet alleen afspraken over automatische sancties, maar vooral door een kader voor een economische unie te maken.

Wat dat precies is heeft de oud-voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors al meermalen geschetst. Hij was het immers die er al na de top van Maastricht in 1992 op wees dat de monetaire unie niet op een been kan staan, maar twee benen nodig heeft: een economische unie. Zo´n unie maakt het mogelijk om economische structuren en ongelijkheden beter op elkaar af te stemmen tussen Noord- en Zuid-Europa. Dat kan door wat heet de globaal-economische richtsnoeren die een harmonisatie van de sociaal-economische systemen in de eurozone voorzien, nu te completeren met wat Frau Merkel noemt een ´Fiskalunion´.

Wat is dat? Dat is een samenwerking waar de ministers van financiën in de eurozone eerst met hun begrotingsplasje naar de EU-geneesheer mogen/moeten in Brussel - alvorens ze deze aan de eigen parlementen kunnen voorleggen. Met afspraken, niet meer dan een half procent begrotingstekort, die bindend zijn. En waar alleen een gekwalificeerde meerderheid in de raad van ministers automatismen ongedaan mag maken. Daarmee staat een nieuwe muntunie in de steigers, die een veel grotere mate eenheid schept dan we nu met elkaar hebben.

Dat maakt ook duidelijk dat er heel veel goed gaat in de Europese Unie. Het is een langzaam proces van eenwording waarbij op dit moment van de crisis de groei echter ook niet kapot moet worden bezuinigd. Ook daar heeft de EU goed nieuws. De begroting van de Unie is een investment-budget, dat wil zeggen dat 95% van de globaal 130 miljard euro wordt teruggeploegd in de lidstaten zelf. Een begroting die geen tekort mag hebben. Met projecten als slimme landbouw, als Brainport in Brabant of R+D-projecten gedragen door diverse regio´s met geld uit het achtste EU-kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling. Met geld voor de invoering van een Europees patent waar bijna dertig jaar over is gesteggeld. Diezelfde burger krijgt ook nog eens van Europa rechtsbescherming als internetconsument, terwijl de rechtsstaat van vrijheid en gelijkheid - die de Unie vooral óók is - staat als een huis. Het Huis van Europa zogezegd. Ook uw huis: één huis, veel culturen.

december 2011

*S..P. van der Vaart is directeur van het (informatie-) Bureau Europees Parlement in Nederland.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 19 december 2011.